Artsen zonder Grenzen heeft sinds 21 maart ondersteuning geboden in 135 woonzorgcentra in België. De meeste daarvan (81) bevonden zich in het Brussel gewest, maar ook aan 21 wzc's in Vlaanderen en 33 in Wallonië werd steun geboden.

In een rapport met de veelzeggende titel 'Overgelaten aan hun lot', geeft de ngo aan wat er mis is gelopen tijdens de coronacrisis. Onder meer de vrees voor een overrompeling van de ziekenhuizen heeft ertoe geleid dat er aanvankelijk veel te weinig aandacht besteed werd aan de rusthuisbewoners.

'Eigenlijk werd er verwacht van de rusthuizen dat ze zelf ziekenhuizen werden, op het vlak van personeel, materiaal, kennis, infectiepreventiecontrole en infrastructuur', zegt Sofie Spiers, medisch coördinator van Artsen zonder Grenzen in de woonzorgcentra. 'Maar zij waren daar niet op voorbereid en ik weet ook niet of we dat van hen kunnen verwachten.'

Ook de medische hulp van buitenaf viel weg. Uit een rondvraag van Artsen zonder Grenzen blijkt dat vóór de coronacrisis 86 procent van de woonzorgcentra kon doorverwijzen naar de ziekenhuizen, maar tijdens de epidemie was dat percentage gezakt naar 57 procent. Ook het aantal bezoeken van huisartsen daalde met de helft. Dertig procent van de bezochte woonzorgcentra gaven zelfs aan dat niet eens alle oproepen aan het noodnummer 112 behandeld konden worden.

Geen prioriteit

In totaal zijn meer dan 6.200 rusthuisbewoners overleden in België, waarvan het merendeel in de woonzorgcentra zelf stierf. Dat is ongeveer 64 procent van het totale dodental door covid-19 in ons land.

Volgens Artsen zonder Grenzen hadden veel van die sterfgevallen vermeden kunnen worden. 'Maar het is moeilijk om iemand daarvoor met de vinger te wijzen, onder meer door de gefragmenteerde verantwoordelijkheden', zegt volksgezondheidsarts Mit Philips.

'Omdat de focus lag op het aantal bedden op intensieve zorgen, waren de woonzorgcentra aanvankelijk geen prioriteit, hoewel de kwetsbaarheid van de bewoners al van in het begin duidelijk was', zegt Philips nog. 'Ook wij zijn met onze interventie in maart misschien te laat gekomen.' De organisatie geeft voorts aan dat de toestand in rusthuizen ook in andere landen een blinde vlek was.

Noodplannen

Artsen zonder Grenzen heeft het rapport naar de verschillende overheden gestuurd. Daarin worden ook aanbevelingen geformuleerd om de woonzorgcentra beter voor te bereiden op een tweede besmettingsgolf. De organisatie hoopt dat er tegen dan meer duidelijkheid bestaat over wie waarvoor verantwoordelijk is.

Er moet ook werk worden gemaakt van noodplannen, en de richtlijnen die aan de wzc's worden gegeven moeten aangevuld worden met meer ondersteuning voor de praktische omzetting ervan. Tot slot moet er ook meer aandacht gaan naar een proactieve psychologische bijstand van zowel de medewerkers als de bewoners van de woonzorgcentra.

Artsen zonder Grenzen heeft sinds 21 maart ondersteuning geboden in 135 woonzorgcentra in België. De meeste daarvan (81) bevonden zich in het Brussel gewest, maar ook aan 21 wzc's in Vlaanderen en 33 in Wallonië werd steun geboden. In een rapport met de veelzeggende titel 'Overgelaten aan hun lot', geeft de ngo aan wat er mis is gelopen tijdens de coronacrisis. Onder meer de vrees voor een overrompeling van de ziekenhuizen heeft ertoe geleid dat er aanvankelijk veel te weinig aandacht besteed werd aan de rusthuisbewoners. 'Eigenlijk werd er verwacht van de rusthuizen dat ze zelf ziekenhuizen werden, op het vlak van personeel, materiaal, kennis, infectiepreventiecontrole en infrastructuur', zegt Sofie Spiers, medisch coördinator van Artsen zonder Grenzen in de woonzorgcentra. 'Maar zij waren daar niet op voorbereid en ik weet ook niet of we dat van hen kunnen verwachten.' Ook de medische hulp van buitenaf viel weg. Uit een rondvraag van Artsen zonder Grenzen blijkt dat vóór de coronacrisis 86 procent van de woonzorgcentra kon doorverwijzen naar de ziekenhuizen, maar tijdens de epidemie was dat percentage gezakt naar 57 procent. Ook het aantal bezoeken van huisartsen daalde met de helft. Dertig procent van de bezochte woonzorgcentra gaven zelfs aan dat niet eens alle oproepen aan het noodnummer 112 behandeld konden worden. In totaal zijn meer dan 6.200 rusthuisbewoners overleden in België, waarvan het merendeel in de woonzorgcentra zelf stierf. Dat is ongeveer 64 procent van het totale dodental door covid-19 in ons land. Volgens Artsen zonder Grenzen hadden veel van die sterfgevallen vermeden kunnen worden. 'Maar het is moeilijk om iemand daarvoor met de vinger te wijzen, onder meer door de gefragmenteerde verantwoordelijkheden', zegt volksgezondheidsarts Mit Philips. 'Omdat de focus lag op het aantal bedden op intensieve zorgen, waren de woonzorgcentra aanvankelijk geen prioriteit, hoewel de kwetsbaarheid van de bewoners al van in het begin duidelijk was', zegt Philips nog. 'Ook wij zijn met onze interventie in maart misschien te laat gekomen.' De organisatie geeft voorts aan dat de toestand in rusthuizen ook in andere landen een blinde vlek was. Artsen zonder Grenzen heeft het rapport naar de verschillende overheden gestuurd. Daarin worden ook aanbevelingen geformuleerd om de woonzorgcentra beter voor te bereiden op een tweede besmettingsgolf. De organisatie hoopt dat er tegen dan meer duidelijkheid bestaat over wie waarvoor verantwoordelijk is. Er moet ook werk worden gemaakt van noodplannen, en de richtlijnen die aan de wzc's worden gegeven moeten aangevuld worden met meer ondersteuning voor de praktische omzetting ervan. Tot slot moet er ook meer aandacht gaan naar een proactieve psychologische bijstand van zowel de medewerkers als de bewoners van de woonzorgcentra.