De neurochirurg moest een hersenvliestumor zoveel als mogelijk verwijderen bij zijn vrouwelijke patiënte. Na de ingreep bleken echter twee cottonoïden - kleine kompressen om bloed te stelpen of weefsel te stabiliseren - achtergebleven in het lichaam van de vrouw. Enkele weken nadien komen arts en patiënt overeen om een tweede heelkundige ingreep uit te voeren waarbij de cottonoïden en resterend tumorweefsel zouden worden verwijderd. De cottonoïden worden verwijderd, maar bij het wegnemen van resterend tumorweefsel wordt wellicht een bloedvat geraakt. Als gevolg hiervan lijdt de patiënte aan cognitieve stoornissen, een gebrek aan zelfredzaamheid, een blijvende arbeidsongeschiktheid en bijkomende lichamelijke verwikkelingen. In eerste instantie had de verzekeraar van de arts de fout toegegeven: het raken van het bloedvat is weliswaar een complicatie, maar het achterlaten van de cottonoïden is een fout, en zonder die fout was er geen tweede ingreep geweest. De verzekeraar komt daarop terug, en betwist alsnog de fout en de aansprakelijkheid. Daarop werden de arts en zijn verzekeraar gedagvaard. Een college van deskundigen dat door de rechtbank werd aangesteld, kwam tot de conclusie dat het achterlaten van de kompressen geen fout, maar een complicatie is. Ze wijzen er ook op dat deze kompressen in geen enkel neurologisch centrum in ons land geteld worden. De rechtbank van eerste aanleg besluit in november 2015 het advies van de experts niet te volgen: er is wel degelijk sprake van een fout. Het (integraal) verwijderen van alle lichaamsvreemde voorwerpen uit de operatiewonden na de voltooiing van de ingreep en vóór het sluiten van de wonde, maakt een resultaatsverbintenis uit van de uitvoerende arts. In beroep volgt de rechtbank toch de experts, waarop de patiënte cassatieberoep aantekent. In een kort arrest besluit het Hof van Cassatie dat het niet bevoegd is om zich uit te spreken over het al dan niet bestaan van een resultaatsverbintenis of het al dan niet zorgvuldig gedrag van een arts. De vrijspraak van de arts is hiermee definitief. (Belga)

De neurochirurg moest een hersenvliestumor zoveel als mogelijk verwijderen bij zijn vrouwelijke patiënte. Na de ingreep bleken echter twee cottonoïden - kleine kompressen om bloed te stelpen of weefsel te stabiliseren - achtergebleven in het lichaam van de vrouw. Enkele weken nadien komen arts en patiënt overeen om een tweede heelkundige ingreep uit te voeren waarbij de cottonoïden en resterend tumorweefsel zouden worden verwijderd. De cottonoïden worden verwijderd, maar bij het wegnemen van resterend tumorweefsel wordt wellicht een bloedvat geraakt. Als gevolg hiervan lijdt de patiënte aan cognitieve stoornissen, een gebrek aan zelfredzaamheid, een blijvende arbeidsongeschiktheid en bijkomende lichamelijke verwikkelingen. In eerste instantie had de verzekeraar van de arts de fout toegegeven: het raken van het bloedvat is weliswaar een complicatie, maar het achterlaten van de cottonoïden is een fout, en zonder die fout was er geen tweede ingreep geweest. De verzekeraar komt daarop terug, en betwist alsnog de fout en de aansprakelijkheid. Daarop werden de arts en zijn verzekeraar gedagvaard. Een college van deskundigen dat door de rechtbank werd aangesteld, kwam tot de conclusie dat het achterlaten van de kompressen geen fout, maar een complicatie is. Ze wijzen er ook op dat deze kompressen in geen enkel neurologisch centrum in ons land geteld worden. De rechtbank van eerste aanleg besluit in november 2015 het advies van de experts niet te volgen: er is wel degelijk sprake van een fout. Het (integraal) verwijderen van alle lichaamsvreemde voorwerpen uit de operatiewonden na de voltooiing van de ingreep en vóór het sluiten van de wonde, maakt een resultaatsverbintenis uit van de uitvoerende arts. In beroep volgt de rechtbank toch de experts, waarop de patiënte cassatieberoep aantekent. In een kort arrest besluit het Hof van Cassatie dat het niet bevoegd is om zich uit te spreken over het al dan niet bestaan van een resultaatsverbintenis of het al dan niet zorgvuldig gedrag van een arts. De vrijspraak van de arts is hiermee definitief. (Belga)