Hoe ziet de toekomst van de contactopsporing in Vlaanderen eruit? Dat was woensdag de centrale vraag op een hoorzitting met experten in het Vlaams Parlement. Naast professor De Maeseneer en Karine Moykens liet ook Dirk Dewolf, administrateur-generaal van het Vlaams agentschap Zorg en Gezondheid, zijn licht op de kwestie schijnen. De Vlaamse regering besliste onlangs om het contract voor het huidige systeem voor contactopsporing te verlengen tot eind november. In dat contract is al rekening gehouden met een snellere afschaling van medewerkers bij een dalend aantal besmettingen. Maar hoe moet Vlaanderen de contactopsporing aanpakken wanneer het aantal besmettingen (sterk) daalt en men stilaan overschakelt van een pandemische naar een endemische situatie, een situatie waarbij de ziekte meer op de achtergrond aanwezig blijft? Volgens Moykens en Dewolf zal de aanpak op verschillende vlakken verschuiven. Zo zal het bijvoorbeeld niet meer nodig zijn om grote groepen mensen te bereiken via callcenters, maar zal er meer 'op maat' gewerkt worden, met name door contactopspoorders op het terrein die snel kunnen inspelen op nieuwe varianten of lokale uitbraken. Volgens prof. De Maeseneer is er naast de lokale opsporing ook een geïntegreerd en gecentraliseerd databestand nodig. Dat bestand moet voor iedereen alle gezondheidsinformatie (testresultaten, vaccinaties, klinisch relevante info,...) centraliseren. "Dat is iets waar we moeten aan werken, best voor we aan de volgende pandemie zitten", aldus De Maeseneer. Zorg en Gezondheid-topman Dewolf is het helemaal eens met dat idee. Volgens hem is dat technisch ook perfect haalbaar, maar zijn er "juridische hinderpalen". Volgens hem moet er dringend nagedacht worden over de impact van de GDPR-privacyregels, zeker op het moment van een pandemiebestrijding. Over de (on)zin van de app Coronalert lopen de meningen van de experten uiteen. Die app, die in ons land 2,7 miljoen keer is gedownload, is bedoeld als instrument in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus. Maar volgens prof. De Maeseneer heeft de app "geen bijdrage geleverd aan de aanpak van de pandemie". "Daar is geen wetenschappelijke evidentie voor", aldus De Maeseneer. Om echt een impact te hebben, zou de app volgens de professor verplicht moeten worden, zoals bijvoorbeeld is gebeurd in Singapore. Karine Moykens is het niet eens met die uitspraak. Volgens haar kan de app wél een meerwaarde hebben. "Zeker in de komende maanden wanneer mensen meer en meer in contact komen met mensen die ze niet kennen, bijvoorbeeld op het openbaar vervoer, in de horeca, enz...", aldus Moykens. Volgens haar is de app ook vooral bedoeld als "complementair instrument" op de manuele contactopsporing. Er komt ook een campagne om de app bekender te maken en er komen extra verbeteringen aan de app. Zo zullen mensen met een positieve test in de nieuwe versie van de app een pop-up krijgen waarin hen gevraagd wordt hun contacten te verwittigen. Dat wordt nu door gebruikers van de app regelmatig vergeten of genegeerd. (Belga)

Hoe ziet de toekomst van de contactopsporing in Vlaanderen eruit? Dat was woensdag de centrale vraag op een hoorzitting met experten in het Vlaams Parlement. Naast professor De Maeseneer en Karine Moykens liet ook Dirk Dewolf, administrateur-generaal van het Vlaams agentschap Zorg en Gezondheid, zijn licht op de kwestie schijnen. De Vlaamse regering besliste onlangs om het contract voor het huidige systeem voor contactopsporing te verlengen tot eind november. In dat contract is al rekening gehouden met een snellere afschaling van medewerkers bij een dalend aantal besmettingen. Maar hoe moet Vlaanderen de contactopsporing aanpakken wanneer het aantal besmettingen (sterk) daalt en men stilaan overschakelt van een pandemische naar een endemische situatie, een situatie waarbij de ziekte meer op de achtergrond aanwezig blijft? Volgens Moykens en Dewolf zal de aanpak op verschillende vlakken verschuiven. Zo zal het bijvoorbeeld niet meer nodig zijn om grote groepen mensen te bereiken via callcenters, maar zal er meer 'op maat' gewerkt worden, met name door contactopspoorders op het terrein die snel kunnen inspelen op nieuwe varianten of lokale uitbraken. Volgens prof. De Maeseneer is er naast de lokale opsporing ook een geïntegreerd en gecentraliseerd databestand nodig. Dat bestand moet voor iedereen alle gezondheidsinformatie (testresultaten, vaccinaties, klinisch relevante info,...) centraliseren. "Dat is iets waar we moeten aan werken, best voor we aan de volgende pandemie zitten", aldus De Maeseneer. Zorg en Gezondheid-topman Dewolf is het helemaal eens met dat idee. Volgens hem is dat technisch ook perfect haalbaar, maar zijn er "juridische hinderpalen". Volgens hem moet er dringend nagedacht worden over de impact van de GDPR-privacyregels, zeker op het moment van een pandemiebestrijding. Over de (on)zin van de app Coronalert lopen de meningen van de experten uiteen. Die app, die in ons land 2,7 miljoen keer is gedownload, is bedoeld als instrument in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus. Maar volgens prof. De Maeseneer heeft de app "geen bijdrage geleverd aan de aanpak van de pandemie". "Daar is geen wetenschappelijke evidentie voor", aldus De Maeseneer. Om echt een impact te hebben, zou de app volgens de professor verplicht moeten worden, zoals bijvoorbeeld is gebeurd in Singapore. Karine Moykens is het niet eens met die uitspraak. Volgens haar kan de app wél een meerwaarde hebben. "Zeker in de komende maanden wanneer mensen meer en meer in contact komen met mensen die ze niet kennen, bijvoorbeeld op het openbaar vervoer, in de horeca, enz...", aldus Moykens. Volgens haar is de app ook vooral bedoeld als "complementair instrument" op de manuele contactopsporing. Er komt ook een campagne om de app bekender te maken en er komen extra verbeteringen aan de app. Zo zullen mensen met een positieve test in de nieuwe versie van de app een pop-up krijgen waarin hen gevraagd wordt hun contacten te verwittigen. Dat wordt nu door gebruikers van de app regelmatig vergeten of genegeerd. (Belga)