Lueb, verbonden aan het Centrum voor Stadsgeschiedenis van de Universiteit Antwerpen, boog zich over de smokkelpraktijken in het Vlaams-Nederlandse grensgebied in de Franse tijd, tussen 1797 en 1810. De Fransen hanteerden toen een strenge douanewetgeving, waardoor het illegaal werd een breed gamma aan voornamelijk Britse producten in te voeren. "Denk bijvoorbeeld aan textiel, suiker, tabak, koffie, specerijen en kleurstoffen." Smokkelen was in die periode geen overlevingsstrategie, maar een manier om serieuze winsten te maken, zegt Lueb. "De legale markt bleef te allen tijde groter, maar het smokkelen gebeurde echt op grote schaal. Noem het gerust een geoliede machine, vergelijkbaar met de manier waarop de hedendaagse georganiseerde misdaad het vandaag aanpakt." Hij vergelijkt de smokkel dan ook eerder met internationale drugshandel vandaag dan met pakweg de botersmokkel tijdens de jaren vijftig en zestig van vorige eeuw. Diverse profielen waren betrokken, zegt Lueb: burgemeesters en rijke handelaars, maar ook koetsiers, herbergiers en dagloners deden hun duit in het zakje. Autoriteiten slaagden er bovendien niet in om de praktijken te stoppen. "De netwerken waren zeer goed georganiseerd en ze wisten zich ook telkens aan te passen aan de veranderende omstandigheden. De overheid vaardigde wel repressiemaatregelen uit, maar de smokkelaars konden die telkens omzeilen. Om uit handen van de douane te blijven, werden de smokkelroutes geregeld aangepast. De netwerken werden zo georganiseerd dat het precieze eigendom van smokkelwaar moeilijk was te achterhalen." (Belga)

Lueb, verbonden aan het Centrum voor Stadsgeschiedenis van de Universiteit Antwerpen, boog zich over de smokkelpraktijken in het Vlaams-Nederlandse grensgebied in de Franse tijd, tussen 1797 en 1810. De Fransen hanteerden toen een strenge douanewetgeving, waardoor het illegaal werd een breed gamma aan voornamelijk Britse producten in te voeren. "Denk bijvoorbeeld aan textiel, suiker, tabak, koffie, specerijen en kleurstoffen." Smokkelen was in die periode geen overlevingsstrategie, maar een manier om serieuze winsten te maken, zegt Lueb. "De legale markt bleef te allen tijde groter, maar het smokkelen gebeurde echt op grote schaal. Noem het gerust een geoliede machine, vergelijkbaar met de manier waarop de hedendaagse georganiseerde misdaad het vandaag aanpakt." Hij vergelijkt de smokkel dan ook eerder met internationale drugshandel vandaag dan met pakweg de botersmokkel tijdens de jaren vijftig en zestig van vorige eeuw. Diverse profielen waren betrokken, zegt Lueb: burgemeesters en rijke handelaars, maar ook koetsiers, herbergiers en dagloners deden hun duit in het zakje. Autoriteiten slaagden er bovendien niet in om de praktijken te stoppen. "De netwerken waren zeer goed georganiseerd en ze wisten zich ook telkens aan te passen aan de veranderende omstandigheden. De overheid vaardigde wel repressiemaatregelen uit, maar de smokkelaars konden die telkens omzeilen. Om uit handen van de douane te blijven, werden de smokkelroutes geregeld aangepast. De netwerken werden zo georganiseerd dat het precieze eigendom van smokkelwaar moeilijk was te achterhalen." (Belga)