De Olympische vlag werd in 1914 ontworpen, maar omwille van de Eerste Wereldoorlog pas in 1920 in Antwerpen daadwerkelijk in gebruik genomen. De meeste exemplaren verdwenen na afloop van die Spelen. Eén ervan bleek uiteindelijk gestolen door de Amerikaanse hoogspringer Hal Haig "Harry" Prieste. Die bronzen medaillewinnaar van 1920 gaf ze in 2000 terug aan het Internationaal Olympisch Comité. Via een reis langs het Olympisch museum in Lausanne kwam de vlag in 2004 eindelijk weer in haar thuisstad Antwerpen terecht. Ze onderging de voorbije jaren een volledige oppervlaktereiniging en alle kleurdelen werden met een op toon gebrachte zijde ondersteund. Het fragiele geheel werd gedoubleerd, uitgevlakt en op een geprepareerde bodemplaat gemonteerd. Omdat textiel bijzonder gevoelig is, wordt de vlag in een aangepaste vitrine getoond die volledig aan alle museale normen voldoet. De vlag is vanaf nu elke weekdag te zien in de inkomhal van het stadhuis, tussen 8 en 17 uur. (KAV)

De Olympische vlag werd in 1914 ontworpen, maar omwille van de Eerste Wereldoorlog pas in 1920 in Antwerpen daadwerkelijk in gebruik genomen. De meeste exemplaren verdwenen na afloop van die Spelen. Eén ervan bleek uiteindelijk gestolen door de Amerikaanse hoogspringer Hal Haig "Harry" Prieste. Die bronzen medaillewinnaar van 1920 gaf ze in 2000 terug aan het Internationaal Olympisch Comité. Via een reis langs het Olympisch museum in Lausanne kwam de vlag in 2004 eindelijk weer in haar thuisstad Antwerpen terecht. Ze onderging de voorbije jaren een volledige oppervlaktereiniging en alle kleurdelen werden met een op toon gebrachte zijde ondersteund. Het fragiele geheel werd gedoubleerd, uitgevlakt en op een geprepareerde bodemplaat gemonteerd. Omdat textiel bijzonder gevoelig is, wordt de vlag in een aangepaste vitrine getoond die volledig aan alle museale normen voldoet. De vlag is vanaf nu elke weekdag te zien in de inkomhal van het stadhuis, tussen 8 en 17 uur. (KAV)