Volgens De Ridder is de Gecoro aan een update toe omdat duurzaamheid moet worden meegenomen in de stadsontwikkeling van de 21ste eeuw. 'Daarom net willen we als stadsbestuur een uitbreiding van de expertise naar landschapsontwerp, duurzame ontwikkeling, stadsgeografie, milieu en klimaat', zegt ze. 'Het is jammer dat dit debat wordt verengd naar een discussie over "muilkorven", terwijl we met de uitbreiding van de expertise net het tegenovergestelde beogen.'

Het is jammer dat dit debat wordt verengd naar een discussie over 'muilkorven'.

Schepen voor Stadsontwikkeling Annick De Ridder (N-VA)

Hoewel er dus meer expertise rond duurzaamheid in de Gecoro zou komen, zal die laatste in de toekomst wel minder leden tellen. Dat komt onder meer omdat werkgevers- en werknemersorganisaties elk nog slechts één vertegenwoordiger zullen hebben. 'Het klopt inderdaad dat we van 21 naar 17 leden gaan, omdat we ervan overtuigd zijn dat een vermindering van het aantal leden de vergaderingen ten goede komt', zegt De Ridder daarover.

Groen noemt de beslissing 'onbegrijpelijk' en denkt dat er iets anders aan de hand is. 'Op een moment dat milieu- en klimaatuitdagingen bovenaan elke politieke en maatschappelijke agenda zouden moeten staan, wordt de expertise uit het middenveld buitenspel gezet', zegt Groen-fractieleider Wouter Van Besien. 'Dit is onderdeel van een bredere strategie van N-VA op alle beleidsniveaus en ook van dit stadsbestuur om kritische stemmen en betrokken middenveld te smoren en de transparantie te verminderen.'

Schepen voor Leefmilieu Tom Meeuws (SP.A) nuanceert in een reactie aan Belga het nieuws dat de milieu-adviesraad zomaar zou verdwijnen. 'We willen de ADOMA vervellen tot een nieuw op te richten klimaatraad, wat we ook voorzien in ons Klimaatplan', geeft hij aan. 'Samen met de versterking van de milieuexpertise van de Gecoro leidt dit tot een nog betere valorisatie van de expertise in het stedelijk middenveld. We willen daarnaast rechtstreeks van onderuit het klimaatbeleid vormgeven met burgers, bewonersverenigingen en buurthuizen. Enkel zo krijgt een sociaal en rechtvaardig klimaatbeleid vorm en vergroten we het draagvlak voor ons klimaatbeleid.'