"Antoinette Spaak heeft ons zopas verlaten. DéFI, maar vooral de politieke geschiedenis van ons land verliest een grote dame. Ze belichaamde de politiek op het hoogste niveau, in de nobele betekenis, waarbij ze vasthield aan haar overuigingen en de strijd toch op een elegante manier voerde", schreef de partijvoorzitter op Twitter. Antoinette Spaak werd op 27 juni 1928 in Etterbeek geboren als dochter van de socialistische staatsman Paul-Henri Spaak. Als politica zette ze een familietraditie verder: haar overgrootvader, Paul Janson, voerde de progressieve vleugel binnen de liberalen aan en haar grootmoeder Marie Janson was de eerste vrouwelijke senator. Spaak was kandidate letteren en wijsbegeerte (ULB). In 1974 werd ze FDF-Kamerlid voor het arrondissement Brussel. Amper drie jaar later werd ze de eerste vrouwelijke partijvoorzitter van het land. Het hoogtepunt van haar carrière vond in die periode plaats. Spaak maakte deel uit van de junta van partijvoorzitters die onderhandelingen voerden over een verdere staatshervorming, het Egmontpact. Het pact werd echter nooit uitgevoerd en zou het einde betekenen van de regering Tindemans. Spaak bleef de FDF leiden tot in januari 1983, toen ze plaats maakte voor Lucien Outers. Later dat jaar benoemde koning Boudewijn haar tot minister van staat. Ze was alweer de eerste vrouw die deze eer te beurt viel. Van 1979 tot 1984 zetelde Spaak in het Europees Parlement. In de periode 1988-1992 leidde ze de Franstalige Gemeenschapsraad en van 1994 tot 1999 zat ze opnieuw in het Europees Parlement. Sinds 1982 was Spaak ook lid van de gemeenteraad van Elsene. Ze bleef daar zetelen tot in september 2001, toen ze haar politieke afscheid aankondigde. Maar dat afscheid bleek toen niet definitief te zijn. Want een half jaar later trad ze op als lobbyist. Ze moest het standpunt van de Franstalige gemeenschapsregering verdedigen bij Lili Nabholz-Haidegger, die namens de Raad van Europa een rapport maakte over de rechten van de Franstalige minderheid in Vlaanderen. In 2004 trad Spaak voor een derde keer toe tot het Europees Parlement, al werd toen de afspraak gemaakt dat ze zich halfweg haar mandaat zou laten vervangen door Jacques Brotchi. Spaak maakte deel uit van de Hoge Raad voor de Franse Taal van de Franse Gemeenschap en van de Hoge Raad voor de Francofonie. De verdediging van de Franse taal en van de Franstaligen in Vlaanderen stond dan ook steeds bovenaan haar politieke programma. Ze was ook samen met Karel Van Miert voorzitter van de vzw Museum van Europa. (Belga)

"Antoinette Spaak heeft ons zopas verlaten. DéFI, maar vooral de politieke geschiedenis van ons land verliest een grote dame. Ze belichaamde de politiek op het hoogste niveau, in de nobele betekenis, waarbij ze vasthield aan haar overuigingen en de strijd toch op een elegante manier voerde", schreef de partijvoorzitter op Twitter. Antoinette Spaak werd op 27 juni 1928 in Etterbeek geboren als dochter van de socialistische staatsman Paul-Henri Spaak. Als politica zette ze een familietraditie verder: haar overgrootvader, Paul Janson, voerde de progressieve vleugel binnen de liberalen aan en haar grootmoeder Marie Janson was de eerste vrouwelijke senator. Spaak was kandidate letteren en wijsbegeerte (ULB). In 1974 werd ze FDF-Kamerlid voor het arrondissement Brussel. Amper drie jaar later werd ze de eerste vrouwelijke partijvoorzitter van het land. Het hoogtepunt van haar carrière vond in die periode plaats. Spaak maakte deel uit van de junta van partijvoorzitters die onderhandelingen voerden over een verdere staatshervorming, het Egmontpact. Het pact werd echter nooit uitgevoerd en zou het einde betekenen van de regering Tindemans. Spaak bleef de FDF leiden tot in januari 1983, toen ze plaats maakte voor Lucien Outers. Later dat jaar benoemde koning Boudewijn haar tot minister van staat. Ze was alweer de eerste vrouw die deze eer te beurt viel. Van 1979 tot 1984 zetelde Spaak in het Europees Parlement. In de periode 1988-1992 leidde ze de Franstalige Gemeenschapsraad en van 1994 tot 1999 zat ze opnieuw in het Europees Parlement. Sinds 1982 was Spaak ook lid van de gemeenteraad van Elsene. Ze bleef daar zetelen tot in september 2001, toen ze haar politieke afscheid aankondigde. Maar dat afscheid bleek toen niet definitief te zijn. Want een half jaar later trad ze op als lobbyist. Ze moest het standpunt van de Franstalige gemeenschapsregering verdedigen bij Lili Nabholz-Haidegger, die namens de Raad van Europa een rapport maakte over de rechten van de Franstalige minderheid in Vlaanderen. In 2004 trad Spaak voor een derde keer toe tot het Europees Parlement, al werd toen de afspraak gemaakt dat ze zich halfweg haar mandaat zou laten vervangen door Jacques Brotchi. Spaak maakte deel uit van de Hoge Raad voor de Franse Taal van de Franse Gemeenschap en van de Hoge Raad voor de Francofonie. De verdediging van de Franse taal en van de Franstaligen in Vlaanderen stond dan ook steeds bovenaan haar politieke programma. Ze was ook samen met Karel Van Miert voorzitter van de vzw Museum van Europa. (Belga)