De partijen hebben met luchtaanvallen, hevig artillerievuur en bombardementen, burgerwoningen en andere belangrijke infrastructuur getroffen. Sommige aanvallen waren ofwel lukraak uitgevoerd ofwel buitensporig. De vaststellingen die Amnesty International deed duiden volgens de organisatie op schendingen van de fundamentele principes van het internationaal humanitair recht en kunnen daarom mogelijk oorlogsmisdaden zijn. Zo onderzochten ze kraters en stukken munitie die wezen op het gebruik van ongeleide, grote, explosieve wapens. Of zagen ze hoe tijdens een aanval in een stedelijke gebied een ongeleide FAB-500ShL-bom werd gebruikt, een bom die bij zijn ontploffing alles in een straal van 800 meter rond zich vernielt. Bij LNA-aanvallen werden bovendien een aantal ambulances en veldhospitalen beschadigd of vernield die gebruikt werden om gewonde strijders te verzorgen, waarbij minstens vijf medische hulpverleners om het leven kwamen. De mensenrechtenorganisatie wil benadrukken dat dergelijke voorzieningen niet het doelwit van aanvallen mogen zijn omdat ze speciale bescherming genieten onder het internationaal humanitair recht. De aanvallen hebben daarnaast ook geleid tot de sluiting van de luchthaven van Mitiga, Tripoli's enige internationale luchtverbinding. Verder zijn ook een school en een detentiecentrum voor migranten onder vuur gekomen. Sinds 2011 is er een VN-wapenembargo van kracht, maar volgens Amnesty International hebben de Verenigde Arabische Emiraten en Turkije dat geschonden. Ze hebben respectievelijk het LNA en de GNA gesteund, via illegale wapenleveringen en rechtstreekse militaire ondersteuning. Amnesty International eist dat de landen het VN-wapenembargo respecteren en dat er een onderzoekscommissie wordt opgericht die voor gerechtigheid en schadevergoedingen moet zorgen voor de slachtoffers en hun families. (Belga)