Wat wordt de openingszin?
...

Wat wordt de openingszin? Aminata Demba: Dat verklap ik niet. Een van de belangrijkste zinnen is 'The youth is coming!' De jeugd staat klaar om de bestaande systemen, het reilen en zeilen in de theaterwereld én daarbuiten aan te pakken. De tijd is rijp om diversiteit te bannen als woord en te omarmen als realiteit. Dat is nu nog niet zo. De theaters zijn bijvoorbeeld allerminst plekken vol diversiteit. Maar ze wórden het. De jeugd die aan de deuren van de theaters staat de trappelen, debatteert niet over diversiteit, ze ís divers. Dat straalt u ook uit. Bent u daarom gevraagd? Demba: Kathleen Treier, de directeur van Het TheaterFestival, nodigde ons uit omdat we jonge makers zijn die ze al een tijdje volgt. In 2015 maakten Aïcha en ik samen Dis-moi wie ik ben. Daarin vertellen we in korte, soms grappige scènes over hoe wij met onze dubbele culturele identiteit - Aïcha heeft Senegalese roots, mijn roots zijn Malinees - onze jeugd beleefden. We hebben dat stuk meer dan honderd keer gespeeld, in het Nederlands en in het Frans. Samen met de actrice Sara De Roo, die op de openingsceremonie de State of the Union 2018 uitspreekt, belichamen we de slogan van deze festivaleditie: 'Power to the ladies!'(lacht).Wiens stem vertolkt u tijdens de State of the Youth? Demba: De stem van onze generatie. Wij zijn jonge dertigers. We hopen dat na onze speech de gesprekken vooral gaan over hoe de theatersector een spiegel van de héle samenleving kan zijn. Iedereen - jong, oud, blank, zwart, met of zonder beperking - moet de vrijheid krijgen om elke rol te spelen. Aïcha en ik beginnen onze State of the Youth 2018 door te reflecteren over onze levens. Ik ben geboren in Antwerpen, in de Pelikaanstraat 20. Dat adres is de titel van de documentaire die ik in 2017 maakte over de mensen die, net als mijn ouders, van West-Afrika naar Europa trokken. Ik maakte die film, in september te zien tijdens het festival Love at First Sight, om mezelf beter te begrijpen. En om de geschiedenis waarvan mijn ouders deel uitmaakten, te bewaren. Mijn ouders, die intussen gestorven zijn, wilden graag terugkeren naar Mali en leefden hier zoals Malinezen: met veel volk om zich heen. Ik was nooit alleen. Toen ik achttien werd, verhuisde ik met mijn jongere broer naar een flat. Maar we hadden nog nooit alleen geleefd! Die documentaire maken hielp om mezelf en mijn achtergrond beter te begrijpen. Het leven van je ouders doorgronden om jezelf te begrijpen: het is een gezonde oefening die ik iedereen, met of zonder migratieachtergrond, aanbeveel. Is dat uw missie? Demba: Nee. Als kunstenaar heb je maar één missie: in alle vrijheid iets maken wat mensen beroert.Dis-moi wie ik ben en Pelikaanstraat 20 zijn autobiografisch, dat klopt. Maar daar wil ik me niet op laten vastpinnen. Nu werk ik aan Honing, waarvan ik in november tijdens het Mestizo Arts Festival (MAF) een fragment toon. Dat stuk gaat niet over mij, maar het ontstaat wel vanuit mijn bezorgdheden. Mijn grootste angst is dat we ons nog meer opsluiten in onze cocon dan we nu al doen. Dat creëert verdriet en eenzaamheid. In Mali leven ouders tot hun dood bij hun kinderen. Hier kwijnen oudjes weg in grijze flats. Maar the youth is coming!