Het Vlaamse regeerakkoord is een brokjespap van intenties, zoals de meeste regeerakkoorden dat zijn. Maar zelfs als je aanvaardt dat zo'n document nooit de prijs voor de elegantie toekomt, blijft het een feit dat samenhang en strategie cruciaal zijn voor een kleine regio als de onze. Als Vlaanderen Champions League wil spelen, dan is een aanvalsplan een must. Ik hoop dat minister-president Jan Jambon de wijsheid en de visie aan de dag legt om dat de komende jaren mogelijk te maken.
...

Het Vlaamse regeerakkoord is een brokjespap van intenties, zoals de meeste regeerakkoorden dat zijn. Maar zelfs als je aanvaardt dat zo'n document nooit de prijs voor de elegantie toekomt, blijft het een feit dat samenhang en strategie cruciaal zijn voor een kleine regio als de onze. Als Vlaanderen Champions League wil spelen, dan is een aanvalsplan een must. Ik hoop dat minister-president Jan Jambon de wijsheid en de visie aan de dag legt om dat de komende jaren mogelijk te maken. Een van de thema's die een duidelijke strategie verdienen, is internationalisering. Het regeerakkoord verwijst er meermaals naar. Maar wat betekent dat nu, internationalisering? Je kunt je markt eenzijdig opengooien, je samenleving afhankelijk maken van buitenlandse investeerders, je internationaal in de schulden werken en je samenleving laten kaalvreten. Koloniseren is zowaar ook een vorm van internationaliseren. Maar je kunt internationale samenwerking ook inzetten om partnerschappen in je voordeel om te buigen en zo je macht te vergroten. Sommige groeilanden evolueren van de eerste vorm van internationaliseren naar de tweede, veel Europese landen evolueren in de tegenovergestelde richting.Ik vrees, helaas, dat dit ook voor Vlaanderen het geval is. Als Vlaanderen internationaal wil meespelen, zal het de economische machtspolitiek beter in de vingers moeten krijgen. Les één: diplomatie en samenwerking zijn geen doel op zich, maar instrumenten om macht, autonomie en keuzevrijheid te bestendigen. Dat is waar de Chinezen me steevast met de neus op drukken, maar wat voorts ook deel uitmaakt van de strategische cultuur van succesvolle handelsstaten. In het Vlaamse regeerakkoord wordt in dat opzicht het paard voor de kar gespannen. Les twee: de vrije markt is een ideaal, geen realiteit. Op papier is een vrije markt de ideale wijze om welvaart tussen mensen en landen te verdelen, maar in de werkelijkheid wordt die verdeling fors beïnvloed door nationale banken, staatsbedrijven, et cetera. Het juiste evenwicht is essentieel. Les drie: internationalisering brengt baten maar ook kosten met zich mee. Het regeerakkoord spreekt over het promoten van export en buitenlandse investeringen. Waar het vooral om gaat, is niet de export, maar de meerwaarde die onze bedrijven eraan toevoegen en de mate waarin die meerwaarde verankerd wordt om de samenleving verder te versterken. Steeds meer van die meerwaarde in Vlaanderen wordt gegenereerd door buitenlandse bedrijven. Die hebben inderdaad in onze economie geïnvesteerd, maar ze halen ook enorm veel investeringsinkomsten weg. Dit is geen pleidooi voor protectionisme en het dichtgooien van de markt, maar wederom voor een beter evenwicht. Nu lijkt Vlaanderen meer geld te verliezen aan de rest van de wereld dan dat het ophaalt. Les vier: eenzijdige onafhankelijkheid is schadelijk. Het is goed dat buitenlandse investeerders naar hier komen, mits er ook Vlaamse bedrijven inkomsten genereren uit investeringen uit het buitenland. Nederland, Singapore, Denemarken en Oostenrijk tonen dat kleine markten dat ook kunnen. Les vijf: een goed buitenlands economisch beleid wordt geleid door het algemeen belang, niet door de spelers die het best kunnen lobbyen. Het zijn niet noodzakelijk steeds de grootste bedrijven die voor Vlaanderen op lange termijn het waardevolst zijn. De Vlaamse overheid zal dus het vermogen moeten opbouwen om de rendabiliteit van partnerschappen kritisch te volgen, soliede informatie te vergaren over concurrenten, investeringen naar waarde te schatten en externe relaties te ontwikkelen in functie van interne doelstellingen. Les zes: nuchterheid. In het noorden van Europa hebben we graag kritiek op de wijze waarop de Grieken hun economische cijfers opsmukten - en daar een dure prijs voor hebben betaald. Ook Vlaanderen heeft zo nu en dan de neiging om cijfers met betrekking tot handel en investeringen eenzijdig te presenteren: export zonder import, de instroom van buitenlands geld zonder de uitstroom mee te rapporteren. Dat leidt tot zelfgenoegzaamheid. Zelfgenoegzaamheid voor een geglobaliseerde samenleving als de onze is dodelijk. Om de toekomst te veroveren is het belangrijk kritisch achterom te kijken. Ik hoop dat hee er wat mee zijn, met deze bescheiden suggesties, en wens ze moed en succes.