...

'Je doet me mooier klinken dan ik in het echt spreek', zei ze toen ik aan de telefoon mijn interview met haar voorlas. Alsof dat zou kunnen. Niemand sprak mooier dan zij. De radiostem der radiostemmen. Een van de iconen uit mijn kindertijd, ook. In de wolken was ik toen ze na de publicatie van mijn vorige boek contact met me opnam en ik op audiëntie mocht - zo voelde het - in het woonzorgcentrum waar ze net was ingetrokken. Aanvankelijk was ze heel afwachtend, afstandelijk haast. Net toen ik me begon af te vragen wat ik daar zat te doen, zei ze gedecideerd: 'Als je écht iets wilt doen tegen de onrechtvaardige manier waarop oude mensen worden behandeld, moet je schrijven over het feit dat wij niet eens mogen sterven als we dat willen.' En toen begon ze te praten. Meer dan twee uur lang. Ze vertelde dat ze heel bewust naar het woonzorgcentrum was getrokken, met het idee dat ze daar snel zou sterven, maar dat ze er tot haar eigen verbazing weer een beetje was opgeleefd. Maar bovenal had ze het over iets wat op het eind van haar leven een missie was geworden: het recht op euthanasie bij een voltooid leven. 'Volgens de euthanasiewet moet ik eerst ondraaglijk en onomkeerbaar lijden', vertelde ze. 'Mensonterend vind ik dat. Waarom mag ik niet rustig sterven, zonder pijn en zonder zorgen? Is het niet genoeg dat ik moet leven met het verlies van al die mensen die ik heb liefgehad? Laat tachtigplussers toch zelf beslissen. Als zij vinden dat hun leven voltooid is, respecteer dat dan.' Uiteindelijk zou ik dat allemaal opschrijven in een interview voor Knack - Lutgart Simoens kon erg overtuigend zijn. Maar tegen die tijd waren we al bevriend geraakt. Urenlang vertelde ze over vroeger - nog altijd met die heerlijke stem waaraan je je zelfs op de koudste winternacht kon verwarmen. Proestend las ze gedichten voor die ze in haar jeugd had geschreven en met een gelukzalige glimlach vertelde ze over de meer dan duizenden uitzendingen van het Radio 2-programma Vragen staat vrij die ze presenteerde. Op een dag trof ik haar met oude liefdesbrieven op haar schoot. Haar ogen fonkelden toen ze me eruit voorlas. 'Ik heb een paar heel grote, passionele liefdes gekend, en van elke liefde heb ik ontzettend veel geleerd', zei ze nog. Toen ik opmerkte dat dat wat haaks stond op haar bravige imago als de Engel van Vlaanderen, verscheen er zo'n typisch lachje op haar gezicht. 'Zo zien de mensen me nu eenmaal graag', zei ze. 'Wie ben ik om dat tegen te spreken?' De coronacrisis viel haar zwaar, zei ze me het voorbije jaar keer op keer aan de telefoon. 'Het is vreselijk dat mijn kinderen en kleinkinderen niet binnen mogen. En fysiek ga ik nu ook heel snel achteruit. Ik weet dat mijn tijd op is - ik snap niet dat sommige mensen daar zo moeilijk over doen. Ik tel mijn zegeningen: mijn kinderen, de radio, de liefde. Ik ben gelukkig met het leven dat ik heb mogen leiden. Maar nu is het voltooid. Mooi, toch?' Eerder deze week overleed Lutgart Simoens. Net nadat ik een exemplaar van Verplant, mijn nieuwe boek over woonzorgcentra waarin haar laatste interview staat, voor haar had gesigneerd. Ze had me gewaarschuwd dat dat niet meer nodig zou zijn. 'Maar het is goed dat je dat allemaal schrijft', zei ze. 'Voor al de mensen die na mij komen.'