Vorige week verscheen in de media het woord 'exitstrategie'. Eerst nog voorzichtig, maar dan na die rijen aanschuivende auto's voor enkele containerparken, hadden we het plots over niet anders. Elke keer het woord "exit" verschijnt, krijgt de bereidheid van burgers om de coronamaatregelen toe te passen een deuk.

Dat is begrijpelijk. Mensen zijn sociale dieren, stelde de bekende sociaalpsycholoog Elliot Aronson in 'The Social Animal'. Onze belangrijke sociale noden werden de laatste weken flink gefrustreerd. Voor velen van ons staat de sociale thermostaat al weken op depressie. Nu schijnt niet alleen de zon, maar blinkt ons normale sociale leven aan de einder. Groeit de kans om eindelijk, binnen afzienbare tijd, ons gewone leventje terug te krijgen.

Als het einde in zicht is, worden de dagen langer: hoe houden we de aandacht bij de coronamaatregelen?

Als het einde in zicht is, wordt het steeds lastiger, beginnen we af te tellen en stijgt het verlangen. Maar we moeten blijven volhouden. Met het verstrijken van de coronatijd zijn er steeds meer mensen minder overtuigd van het nut van de maatregelen. Hun geheugen moet dringend opgefrist worden. Hun gemoed doordrongen van de ernst van de situatie.

Waarom worden mensen op den duur achteloos: de condition humain van het niet-denken

Mensen staan niet altijd open voor goede argumenten, ook al worden ze duizend keer herhaald. De uitspraak dat de grafiek moet afvlakken, bijvoorbeeld, is een moeilijke en abstracte zaak. En ongelukkig, want als de curve afvlakt, is nog maar het halve werk gedaan. De curve moet namelijk omlaag.

Het is welbekend dat mensen door een treffend beeld meer beïnvloed worden dan door cijfermatige logica. Het bericht dat een hongersnood honderdduizenden slachtoffers maakt, zegt minder dan de foto van één hongerend, uitgemergeld kind.

Dat is op zich niet zo rationeel. Statistische feiten bevatten vaak meer relevante informatie dan die ene treffende foto. We hebben echter vaak de neiging om onze oordelen te baseren op makkelijk beschikbare en opvallende informatie ten koste van statistische informatie. En hierdoor maken we te vaak volledig verkeerde inschattingen van risico's en gevaren.

Zo zijn vliegtuigongelukken of terroristische aanslagen dramatisch, spectaculair en bijzonder gemediatiseerd, met als gevolg dat mensen ze zich heel gemakkelijk voor de geest halen. Net daarom overschatten mensen dergelijke risico's.

En dat is een deel van het probleem. Blijkbaar wordt er te veel over corona gepraat in de media, maar worden we er te weinig mee geconfronteerd.

De oplossing? Media, meer goedbedoelde sensatie, aub

Er wordt te fatsoenlijk bericht in de media. De cijfers maken te weinig indruk. Het nieuws dat we in België de voorbije weken drieduizendzeshonderd doden betreurden, waarvan eenenveertig procent in woonzorgcentra, kan sommige mensen nog nauwelijks beïnvloeden. En sommigen nauwelijks beroeren, zo lijkt het wel.

Wat kan het beleid doen? De regels zijn al zovele keren duidelijk gemaakt. Regels herhalen, dat recept lijkt dus steeds minder te werken.

De media moeten helpen. Ik zeg het niet graag als academicus en heb in het verleden nog nooit zo'n oproep gedaan. Maar nu is het zover: Jongens en meisjes van de pers, geef vol gas. Speel op angst, speel op egoïsme.

We moeten inderdaad een versnelling hoger schakelen. We kennen allemaal gezondheidscampagnes, zoals over stoppen met roken. Die hanteren vaak angstaanjagende oproepen om mensen af te schrikken. Zo staan intussen in vele landen op sigarettenpakjes weerzinwekkende foto's. En ook campagnes die mensen vertellen niet over de treinsporen te lopen, bedienen zich vaak van heel negatieve beelden en choquerend taalgebruik.

Dit soort tactieken mag best wel wat meer gebruikt worden in de huidige berichtgeving. Dit om de mensen bij de les te houden. Ja, toon die beelden van zieke mensen die vertellen wat er met je gebeurt als je ten prooi valt aan het virus. Hoe meer van die beelden, hoe beter. Ja, toon de zorgverstrekkers die een eindeloze oorlog aan het uitvechten zijn. Hoe meer, hoe beter. Ja, toon nog wat longfoto's van de ravage die dit virus aanbrengt aan de menselijke longen. Ook hier weer: hoe meer, hoe beter.

Breng de angst tot in de huiskamer. Hoe banger iedereen wordt, hoe beter iedereen de maatregelen zal toepassen, hoe beter voor het algemeen belang.

Angst zet mensen immers vaak aan tot verandering, ten dele omdat angstwekkende stimuli de aandacht trekken, en omdat dit mensen aanzet tot nadenken. Angst werkt niet altijd, maar in situaties waarin de richtlijnen duidelijk zijn, werkt het wel goed. Wat we moeten doen, dat is ondertussen wel heel duidelijk, en is al vaak aangegeven. Maar bij deze nog eens: maak enkel de nodige verplaatsingen en hou afstand.

Ook op egoïsme spelen

Mensen die tegen beter weten in het steeds moeilijker hebben om de regels te volgen, omdat ze moe worden van deze situatie, moeten zich realiseren dat ze van hun eigen nalatigheid het medeslachtoffer zullen worden.

Er is al veel inkt gevloeid over het feit of mensen andere helpen omwille van puur altruïsme, of dat er toch steeds, op een of andere manier, egoïsme bij te pas komt. Nu, vaak doen we het goede niet alleen uit altruïsme, maar ook uit egoïsme. En dat laatste is minstens even belangrijk.

De taal van het algemeen belang, onze plicht om anderen geen pijn te doen, maakt bij mooi weer blijkbaar minder indruk. Maar er zijn dus ook argumenten die duidelijk maken dat overtreders zichzelf in het vlees snijden. Inderdaad, door zo te doen, straffen ze zichzelf, want zullen de maatregelen altijd maar verlengd moeten worden.

Iemand zou tegen de overtreders dit moeten zeggen: "Jullie zorgen voor een zomer zonder cafés, zonder restaurants, zonder optredens (als die er al zouden zijn) en zonder tripjes naar het buitenland." En dat doe je niet alleen anderen aan, maar ook jezelf.

'Stel je eens voor dat ...' is een overtuigingstechniek die goed werkt. Wel, stel je dit even voor: een zomer tussen vier muren! Iemand interesse?

Vorige week verscheen in de media het woord 'exitstrategie'. Eerst nog voorzichtig, maar dan na die rijen aanschuivende auto's voor enkele containerparken, hadden we het plots over niet anders. Elke keer het woord "exit" verschijnt, krijgt de bereidheid van burgers om de coronamaatregelen toe te passen een deuk.Dat is begrijpelijk. Mensen zijn sociale dieren, stelde de bekende sociaalpsycholoog Elliot Aronson in 'The Social Animal'. Onze belangrijke sociale noden werden de laatste weken flink gefrustreerd. Voor velen van ons staat de sociale thermostaat al weken op depressie. Nu schijnt niet alleen de zon, maar blinkt ons normale sociale leven aan de einder. Groeit de kans om eindelijk, binnen afzienbare tijd, ons gewone leventje terug te krijgen.Als het einde in zicht is, wordt het steeds lastiger, beginnen we af te tellen en stijgt het verlangen. Maar we moeten blijven volhouden. Met het verstrijken van de coronatijd zijn er steeds meer mensen minder overtuigd van het nut van de maatregelen. Hun geheugen moet dringend opgefrist worden. Hun gemoed doordrongen van de ernst van de situatie.Mensen staan niet altijd open voor goede argumenten, ook al worden ze duizend keer herhaald. De uitspraak dat de grafiek moet afvlakken, bijvoorbeeld, is een moeilijke en abstracte zaak. En ongelukkig, want als de curve afvlakt, is nog maar het halve werk gedaan. De curve moet namelijk omlaag.Het is welbekend dat mensen door een treffend beeld meer beïnvloed worden dan door cijfermatige logica. Het bericht dat een hongersnood honderdduizenden slachtoffers maakt, zegt minder dan de foto van één hongerend, uitgemergeld kind. Dat is op zich niet zo rationeel. Statistische feiten bevatten vaak meer relevante informatie dan die ene treffende foto. We hebben echter vaak de neiging om onze oordelen te baseren op makkelijk beschikbare en opvallende informatie ten koste van statistische informatie. En hierdoor maken we te vaak volledig verkeerde inschattingen van risico's en gevaren. Zo zijn vliegtuigongelukken of terroristische aanslagen dramatisch, spectaculair en bijzonder gemediatiseerd, met als gevolg dat mensen ze zich heel gemakkelijk voor de geest halen. Net daarom overschatten mensen dergelijke risico's.En dat is een deel van het probleem. Blijkbaar wordt er te veel over corona gepraat in de media, maar worden we er te weinig mee geconfronteerd.Er wordt te fatsoenlijk bericht in de media. De cijfers maken te weinig indruk. Het nieuws dat we in België de voorbije weken drieduizendzeshonderd doden betreurden, waarvan eenenveertig procent in woonzorgcentra, kan sommige mensen nog nauwelijks beïnvloeden. En sommigen nauwelijks beroeren, zo lijkt het wel.Wat kan het beleid doen? De regels zijn al zovele keren duidelijk gemaakt. Regels herhalen, dat recept lijkt dus steeds minder te werken. De media moeten helpen. Ik zeg het niet graag als academicus en heb in het verleden nog nooit zo'n oproep gedaan. Maar nu is het zover: Jongens en meisjes van de pers, geef vol gas. Speel op angst, speel op egoïsme.We moeten inderdaad een versnelling hoger schakelen. We kennen allemaal gezondheidscampagnes, zoals over stoppen met roken. Die hanteren vaak angstaanjagende oproepen om mensen af te schrikken. Zo staan intussen in vele landen op sigarettenpakjes weerzinwekkende foto's. En ook campagnes die mensen vertellen niet over de treinsporen te lopen, bedienen zich vaak van heel negatieve beelden en choquerend taalgebruik. Dit soort tactieken mag best wel wat meer gebruikt worden in de huidige berichtgeving. Dit om de mensen bij de les te houden. Ja, toon die beelden van zieke mensen die vertellen wat er met je gebeurt als je ten prooi valt aan het virus. Hoe meer van die beelden, hoe beter. Ja, toon de zorgverstrekkers die een eindeloze oorlog aan het uitvechten zijn. Hoe meer, hoe beter. Ja, toon nog wat longfoto's van de ravage die dit virus aanbrengt aan de menselijke longen. Ook hier weer: hoe meer, hoe beter. Breng de angst tot in de huiskamer. Hoe banger iedereen wordt, hoe beter iedereen de maatregelen zal toepassen, hoe beter voor het algemeen belang.Angst zet mensen immers vaak aan tot verandering, ten dele omdat angstwekkende stimuli de aandacht trekken, en omdat dit mensen aanzet tot nadenken. Angst werkt niet altijd, maar in situaties waarin de richtlijnen duidelijk zijn, werkt het wel goed. Wat we moeten doen, dat is ondertussen wel heel duidelijk, en is al vaak aangegeven. Maar bij deze nog eens: maak enkel de nodige verplaatsingen en hou afstand.Mensen die tegen beter weten in het steeds moeilijker hebben om de regels te volgen, omdat ze moe worden van deze situatie, moeten zich realiseren dat ze van hun eigen nalatigheid het medeslachtoffer zullen worden. Er is al veel inkt gevloeid over het feit of mensen andere helpen omwille van puur altruïsme, of dat er toch steeds, op een of andere manier, egoïsme bij te pas komt. Nu, vaak doen we het goede niet alleen uit altruïsme, maar ook uit egoïsme. En dat laatste is minstens even belangrijk.De taal van het algemeen belang, onze plicht om anderen geen pijn te doen, maakt bij mooi weer blijkbaar minder indruk. Maar er zijn dus ook argumenten die duidelijk maken dat overtreders zichzelf in het vlees snijden. Inderdaad, door zo te doen, straffen ze zichzelf, want zullen de maatregelen altijd maar verlengd moeten worden. Iemand zou tegen de overtreders dit moeten zeggen: "Jullie zorgen voor een zomer zonder cafés, zonder restaurants, zonder optredens (als die er al zouden zijn) en zonder tripjes naar het buitenland." En dat doe je niet alleen anderen aan, maar ook jezelf. 'Stel je eens voor dat ...' is een overtuigingstechniek die goed werkt. Wel, stel je dit even voor: een zomer tussen vier muren! Iemand interesse?