Maarten Boudry is hardnekkig in het selectief presenteren en verdraaien van feiten en onderzoeksresultaten. Ik noem straks weer enkele voorbeelden.

Eerst terug naar waar het mij om gaat: er is, ook internationaal, een wetenschappelijke en politieke discussie gaande over de eventuele rol van kernenergie in de overgang naar een fossiel-arme energievoorziening. Omdat klimaatverandering een existentieel probleem voor de mensheid is en er aan nucleaire energie veel controversiële aspecten zitten, is dat een even belangrijke als complexe discussie. Ik vind dat een dergelijke discussie op een goed kwaliteitsniveau gevoerd moet worden.

Academici moeten daarbij het voorbeeld geven. Eén van de kwaliteitseisen is dat we feiten en meningen zoveel mogelijk uit elkaar houden. Tegelijk: ik heb lang genoeg in de wetenschap gewerkt en vaak genoeg in adviesraden gezeten om te weten dat dit onderscheid meer verwijst naar een breed grensgebied dan naar een heldere grenslijn. Virologen en vaccinologen bewegen zich nu al maanden in dat lastige gebied: juist daar is zorgvuldigheid in feiten en argumenten een groot goed. Wetenschappelijke argumenten moeten toetsbaar in een tegensprekelijk debat gebracht worden en, zonder hen iets voor te schrijven, de samenleving en de politiek informeren en inspireren.

Als de politiek voor een kernuitstap kiest, dan gaat die hopelijk goed voorbereid, met robuuste wetenschap.

Als Boudry zich in Knack als wetenschapsfilosoof meldt, ga ik er vanuit dat hij een wetenschappelijke discussie wil voeren. Dan gelden eisen als: feiten correct, onderzoek kritisch bejegend, argumenten sluitend, openheid en transparantie. Als een week na zijn eerste stuk in Knack blijkt dat hij tegelijkertijd bezig is met een coalitie van gelijkgezinden een petitie voor te bereiden, aarzel ik of hij een wetenschappelijke discussie voert of een politieke. Uiteraard staat hem dat vrij, maar de wetenschappelijke argumenten moeten aan andere eisen voldoen dan politieke. En exact daar lopen zijn statements van de rails.

Het heeft kennelijk niet zoveel zin een nieuwe serie misperen te noemen. Boudry interpreteert wat ik aandraag toch vrijelijk. Toch enkele replieken:

  • De eerste mispeer uit Boudry's eerste tekst zou ik zelf hebben verzonnen. Een alinea lang insisterend vragen naar de werkelijke prijs van hernieuwbare energie en totaal niet naar die van nucleaire, is selectief en suggereert wel degelijk dat de eerste meer gesubsidieerd wordt dan de tweede, quod non. Wie diverse energiedragers correct wil vergelijken, moet beroep doen op omvattende levenscyclus- en multicriteria-analyses. De kostprijs is daarbij maar één criterium. Wat mij betreft is een in tijd en ruimte breed duurzaamheidsbegrip een betere leidraad.
  • Als in Duitsland de nucleaire investeringen stoppen nadat de regering de subsidies aan de sector stopzet, bewijst dat inderdaad dat die sector van de overheid afhankelijk is/was - mijn lezing -. Boudry keert het om: de overheid knijpt die sector dood.
  • Nog over die concurrentievervalsende overheidssteun: de prijsgarantie voor de stroom van Hinkley Point krijgt van Boudry een wel heel merkwaardige interpretatie: omdat men die stroom zo 'waardevol' vindt? Neen, omdat het businessmodel niet werkt zonder die garantie. Er was zelfs een EU-uitzondering op de staatsteun voor nodig.
  • In dezelfde lijn een update over Nederland: onder druk van een internationale lobby wil de verlieslatende Zeeuwse elektriciteitsproducent misschien wel een nieuwe nucleaire centrale. Maar: er is geen enkele financier geïnteresseerd en de overheid wordt meteen gevraagd 'het marktrisico af te dekken'.
  • Pas na mijn aandringen, ook hier was/is hij dus selectief, rept Boudry over nucleaire veiligheid, een cruciaal punt en de belangrijkste reden voor de snelle prijsstijgingen van zowel nucleaire centrales als de opslag van afval. Vervolgens doet hij het complexe veiligheidsvraagstuk af met het geschatte aantal doden. Geen woord over de discussies over risico's en onzekerheid, geen woord over de verzekeringsdiscussie. Hardnekkig selectief.
  • Bijna alle door Boudry aangedragen literatuur ken of herken ik. Ook daar zie ik voorbeelden van selectief presenteren. (1) In zijn eerste bijdrage verwees hij naar een zeer recente bijdrage van Levitan. De titel zegt inderdaad dat in de US een ontwerp van kleine reactoren is goedgekeurd. De conclusie luidt evenwel dat de prijs ervan intussen van 3 naar meer dan 6 miljard is gestegen en dat de levering, voorzien voor 2016, intussen met tien jaar is uitgesteld. Heeft Boudry ook die conclusie gezien? Waarom zegt ie er dan niets over? Kleine reactoren zijn, alleen al om economisch-energetische redenen, voor België niet interessant. Voorbeeld (2): het artikel van Barthélemy en de zijnen over het goedkoper 'in serie' bouwen van nucleaire centrales wordt door alle specialisten die ik raadpleeg als door de feiten achterhaald afgewezen. Er is geen technologische leercurve, juist vanwege telkens nieuwe veiligheidsrisico's. Behalve Flamanville en Hinkley Point biedt ook Olkiluoto (Finland) een voorbeeld: alle drie zijn hopeloos vertraagd en een factor 3 tot 5 duurder geworden. Ik begrijp dan ook de behoefte aan een afgedekt marktrisico. En (3) jazeker, ook Smil's 'density approach' is mij bekend. Maar ik ken ook de controverse erover, over de methodische en ethische aspecten van hoe daarin het ruimtebeslag wordt berekend en geëvalueerd. Kritisch lezen betekent: hoe ziet die balans eruit als we, vanuit een breed begrip van duurzaamheid, ook de ruimtelijke, inclusief sociaal­ecologische en lange termijn impact van uraniummijnen en afvalterrils in Katanga meenemen? Een voorbeeld dichter bij huis? Zie de enorme kosten voor sanering van Wismut, de door de USSR uitgebate uraniummijnen in Zuid- (vroeger Oost-)Duitsland.
  • Als ik wijs op de historie van de nucleaire technologie is dat niet zomaar een verwijzing naar de geschiedenis - Boudry kijkt alleen naar de toekomst, zegt hij ferm -. Het maakt ook inzichtelijk waarom er tot vandaag in sommige democratische en in veel autocratische landen zo'n innige band is tussen de energetische en de militaire toepassing. Dat is geopolitiek van belang, en dus een ook voor België en Europa te overwegen aspect.
  • Tot slot MYRRHA: alle experten die ik raadpleeg, noemen het een doodgeboren kind, een surrealistisch project, alleen al omdat het de heropbouw van een complete splijtstofcyclus zou vergen. België had die in de late jaren 60, het is in de huidige geopolitieke verhoudingen ondenkbaar dat die tijd terugkomt. Een deel van het dure onderzoek wordt intussen aan de UCL uitgevoerd, de link tussen de KU Leuven en het SCK heeft een lange traditie. Andere universiteiten, ook de UGent, dromen van meer onderzoeksfinanciering.

Terug naar het hoofdpunt. De kernuitstap staat in het akkoord van de huidige regering. Het is helder dat sommigen daar voor zijn, anderen tegen. Prima, dat gaat zo in een democratie. Als men kiest voor een uitstap gaat die hopelijk goed voorbereid, met robuuste wetenschap. Onder meer een recent rapport van Energyville (De Tijd, 21 november), het onderzoek van Joannes Laveyne (Knack, 26 november 2020) en de recente data over de snel dalende prijs van hernieuwbare energie, zijn goede wetenschappelijke leidraden. Het is vervolgens aan de samenleving en de politiek om te beslissen. Hopelijk gaat een uitstap systematisch en geleidelijk, en niet schoksgewijze en via polarisatie. Dat is economisch, technisch, qua veiligheid en sociaal (behoud van expertise én afbouw van de werkgelegenheid) voor alle partijen het beste.

Het is prima dat academici zich in die discussie mengen. Maar laat ze dan glashelder zijn over wat hun rol en bedoeling is. Een serieus debat vereist dat waarheidsgetrouw en evenwichtig recht wordt gedaan aan álle lastige aspecten en dimensies van het vraagstuk, en dat duurzaamheid de leidraad is. Als academici een de facto coalitie vormen met polariserende politici en met steun van het Belgisch Nucleair Forum een partisaan en polariserend standpunt verdedigen en een petitie lanceren: ook goed, maar laten ze helder zijn waar ze voor staan. Wetenschappers moeten niet de minste legitimering bieden voor politiek gebazel van het type 'atoomenergie is bij nader inzien groene stroom' (dixit Siegfried Bracke. Vooringenomenheid van academici legitimeert helaas dit soort desinformatie en de daarop gebaseerde polarisatie.

De laatste verdraaiing dan: ik heb met collega Verpoest in het geheel niemand het spreekrecht ontnomen of ontzegd. De enig mogelijke, eerlijke lezing van ons stuk in De Standaard is: rectoren en andere academici, wees voorzichtiger, terughoudender, bescheidener in dat grensgebied tussen wetenschap en politiek.

Maarten Boudry is hardnekkig in het selectief presenteren en verdraaien van feiten en onderzoeksresultaten. Ik noem straks weer enkele voorbeelden.Eerst terug naar waar het mij om gaat: er is, ook internationaal, een wetenschappelijke en politieke discussie gaande over de eventuele rol van kernenergie in de overgang naar een fossiel-arme energievoorziening. Omdat klimaatverandering een existentieel probleem voor de mensheid is en er aan nucleaire energie veel controversiële aspecten zitten, is dat een even belangrijke als complexe discussie. Ik vind dat een dergelijke discussie op een goed kwaliteitsniveau gevoerd moet worden. Academici moeten daarbij het voorbeeld geven. Eén van de kwaliteitseisen is dat we feiten en meningen zoveel mogelijk uit elkaar houden. Tegelijk: ik heb lang genoeg in de wetenschap gewerkt en vaak genoeg in adviesraden gezeten om te weten dat dit onderscheid meer verwijst naar een breed grensgebied dan naar een heldere grenslijn. Virologen en vaccinologen bewegen zich nu al maanden in dat lastige gebied: juist daar is zorgvuldigheid in feiten en argumenten een groot goed. Wetenschappelijke argumenten moeten toetsbaar in een tegensprekelijk debat gebracht worden en, zonder hen iets voor te schrijven, de samenleving en de politiek informeren en inspireren.Als Boudry zich in Knack als wetenschapsfilosoof meldt, ga ik er vanuit dat hij een wetenschappelijke discussie wil voeren. Dan gelden eisen als: feiten correct, onderzoek kritisch bejegend, argumenten sluitend, openheid en transparantie. Als een week na zijn eerste stuk in Knack blijkt dat hij tegelijkertijd bezig is met een coalitie van gelijkgezinden een petitie voor te bereiden, aarzel ik of hij een wetenschappelijke discussie voert of een politieke. Uiteraard staat hem dat vrij, maar de wetenschappelijke argumenten moeten aan andere eisen voldoen dan politieke. En exact daar lopen zijn statements van de rails.Het heeft kennelijk niet zoveel zin een nieuwe serie misperen te noemen. Boudry interpreteert wat ik aandraag toch vrijelijk. Toch enkele replieken:Terug naar het hoofdpunt. De kernuitstap staat in het akkoord van de huidige regering. Het is helder dat sommigen daar voor zijn, anderen tegen. Prima, dat gaat zo in een democratie. Als men kiest voor een uitstap gaat die hopelijk goed voorbereid, met robuuste wetenschap. Onder meer een recent rapport van Energyville (De Tijd, 21 november), het onderzoek van Joannes Laveyne (Knack, 26 november 2020) en de recente data over de snel dalende prijs van hernieuwbare energie, zijn goede wetenschappelijke leidraden. Het is vervolgens aan de samenleving en de politiek om te beslissen. Hopelijk gaat een uitstap systematisch en geleidelijk, en niet schoksgewijze en via polarisatie. Dat is economisch, technisch, qua veiligheid en sociaal (behoud van expertise én afbouw van de werkgelegenheid) voor alle partijen het beste.Het is prima dat academici zich in die discussie mengen. Maar laat ze dan glashelder zijn over wat hun rol en bedoeling is. Een serieus debat vereist dat waarheidsgetrouw en evenwichtig recht wordt gedaan aan álle lastige aspecten en dimensies van het vraagstuk, en dat duurzaamheid de leidraad is. Als academici een de facto coalitie vormen met polariserende politici en met steun van het Belgisch Nucleair Forum een partisaan en polariserend standpunt verdedigen en een petitie lanceren: ook goed, maar laten ze helder zijn waar ze voor staan. Wetenschappers moeten niet de minste legitimering bieden voor politiek gebazel van het type 'atoomenergie is bij nader inzien groene stroom' (dixit Siegfried Bracke. Vooringenomenheid van academici legitimeert helaas dit soort desinformatie en de daarop gebaseerde polarisatie.De laatste verdraaiing dan: ik heb met collega Verpoest in het geheel niemand het spreekrecht ontnomen of ontzegd. De enig mogelijke, eerlijke lezing van ons stuk in De Standaard is: rectoren en andere academici, wees voorzichtiger, terughoudender, bescheidener in dat grensgebied tussen wetenschap en politiek.