Remco Evenepoel heeft de Giro niet gewonnen, de Rode Duivels zijn geen Europees Kampioen geworden en Wout Van Aert rijdt niet rond in het geel. Alle redenen tot nationale trots zijn teruggestuurd naar de afdeling productontwikkeling van De Droomfabriek. En toch heb ik de voorbije maand tot driemaal toe kunnen juichen. Juichen, niet in de zin van Pater Versteylen die dat werkwoord met de zegen van Rome, misbruikte voor het 'orgasme'. Juichen niet in de zin van met een door Jupiler gesponsorde driekleur te zwaaien. Juichen is voor mij meer een bescheiden en ingehouden sprongetje van het hart.

De eerste keer dat mijn hart tekeerging, was toen ik het tweede vaccin in mijn schouder kreeg. Ik was niet alleen dankbaar voor het vaccin, ik juichte vooral voor de organisatie van heel dat vaccinatiegebeuren. De vlotheid, vriendelijkheid en volmaaktheid stonden in schril contrast met andere praktische oplossingen die vaak met grote trom worden aangekondigd in dit land. Onze overheden hebben dit veel beter aangepakt dan 'de privé', die zichzelf zo graag duimpjes geeft. Ik verwijs naar de eeuwige wachtrijen in de luchthaven van Zaventem, in de drive-thru van Mc Donalds, voor winkel van Primark of Louis Vuitton. En zelfs een politiecontrole heeft meer klasse dan de wijze waarop banken met hun klanten omgaan.

Als de kampioenen falen, zijn er nog de vele vrijwilligers om ons land drijvende te houden.

Dus petje af voor de organisatie én diepe buiging voor de vele lachende en enthousiaste vrijwilligers. Een groot verschil met het geklungel met pompjes, lege spuitflessen, rollen papier, vieze winkelkarren en winkelpersoneel dat zich gedraagt als norse cipiers. Zelfs een stuk zeep kopen lukt nog amper zonder dat ze je naam, adres, telefoonnummer, email en bloedgroep opeisen. Aan de kassa's in de Dorpstraat gaat het er momenteel heftiger aan toe dan in Guantanamo.

En dat brengt me bij die twee andere keren dat ik kon juichen in juni. Dat gebeurde midden juni bij de vrijlating van Nassima Al-Sada, een Saudische ensenrechtenactiviste. En vorige week, toen ook Germain Rukuki, een Burundese mensenrechtenverdediger, na vier jaar onterechte opsluiting weer naar huis mocht. Twee spitsen van de 'schrijf-ze-vrij'marathon van december 2020 van Amnesty International Vlaanderen. Een woord van dank aan de duizenden in ons land die een brief of kaart schreven naar de autoriteiten om de vrijlating te vragen.

Covid-19 heeft ons het voorbij jaar twee zaken geleerd. Ten eerste dat, als we er onze schouders onder zetten, er toch genoeg solidariteit is om een echte crisis aan te pakken. Ten tweede dat mensenrechten heel makkelijk met de voeten worden getreden. Niet alleen in Verwegistan maar ook bij ons. Iedereen kon ervaren wat het is om slachtoffer te zijn van een uitvoerende macht die zomaar de wet naast zich neerlegt en zich hap-snap nieuwe regels en wetten permiteert. Lockdown, huisarrest, avondklok, verbod tot samenkomst, cultuurverbod, reisverbod, verbod om je eigen familie te bezoeken, afscheid te nemen van wie je lief was, vrije meningsuiting, censuur, ... Het lijstje schendingen is heel lang. Hoog tijd voor onze politici om de rug te rechten, al deze scheve situaties recht te zetten en ze te voorkomen in de toekomst. Ieder jaar krijgt België een paar uitbranders als het over de schending van Mensenrechten gaat. We moeten opletten of we worden in december het mikpunt van schrijfmarathons uit verre landen...

Met de organisatie van de vaccinatiecentra is het al gelukt, nu nog al de rest. Daarna mag iedereen weer non-stop selfies nemen voor de sociale media. Ik zal ze met veel plezier liken of bedelven onder een smiley plus een hoop rode hartjes. Ondertussen maak ik me klaar voor de karrevrachten Olympische medailles, wereldtitels wielrennen en het volgende Eurosongfestival. Met een wijsheid rijker: als de kampioenen falen, zijn er nog de vele vrijwilligers om ons land drijvende te houden.

Geert Hoste is ambassadeur voor Amnesty Vlaanderen.

Remco Evenepoel heeft de Giro niet gewonnen, de Rode Duivels zijn geen Europees Kampioen geworden en Wout Van Aert rijdt niet rond in het geel. Alle redenen tot nationale trots zijn teruggestuurd naar de afdeling productontwikkeling van De Droomfabriek. En toch heb ik de voorbije maand tot driemaal toe kunnen juichen. Juichen, niet in de zin van Pater Versteylen die dat werkwoord met de zegen van Rome, misbruikte voor het 'orgasme'. Juichen niet in de zin van met een door Jupiler gesponsorde driekleur te zwaaien. Juichen is voor mij meer een bescheiden en ingehouden sprongetje van het hart. De eerste keer dat mijn hart tekeerging, was toen ik het tweede vaccin in mijn schouder kreeg. Ik was niet alleen dankbaar voor het vaccin, ik juichte vooral voor de organisatie van heel dat vaccinatiegebeuren. De vlotheid, vriendelijkheid en volmaaktheid stonden in schril contrast met andere praktische oplossingen die vaak met grote trom worden aangekondigd in dit land. Onze overheden hebben dit veel beter aangepakt dan 'de privé', die zichzelf zo graag duimpjes geeft. Ik verwijs naar de eeuwige wachtrijen in de luchthaven van Zaventem, in de drive-thru van Mc Donalds, voor winkel van Primark of Louis Vuitton. En zelfs een politiecontrole heeft meer klasse dan de wijze waarop banken met hun klanten omgaan. Dus petje af voor de organisatie én diepe buiging voor de vele lachende en enthousiaste vrijwilligers. Een groot verschil met het geklungel met pompjes, lege spuitflessen, rollen papier, vieze winkelkarren en winkelpersoneel dat zich gedraagt als norse cipiers. Zelfs een stuk zeep kopen lukt nog amper zonder dat ze je naam, adres, telefoonnummer, email en bloedgroep opeisen. Aan de kassa's in de Dorpstraat gaat het er momenteel heftiger aan toe dan in Guantanamo.En dat brengt me bij die twee andere keren dat ik kon juichen in juni. Dat gebeurde midden juni bij de vrijlating van Nassima Al-Sada, een Saudische ensenrechtenactiviste. En vorige week, toen ook Germain Rukuki, een Burundese mensenrechtenverdediger, na vier jaar onterechte opsluiting weer naar huis mocht. Twee spitsen van de 'schrijf-ze-vrij'marathon van december 2020 van Amnesty International Vlaanderen. Een woord van dank aan de duizenden in ons land die een brief of kaart schreven naar de autoriteiten om de vrijlating te vragen. Covid-19 heeft ons het voorbij jaar twee zaken geleerd. Ten eerste dat, als we er onze schouders onder zetten, er toch genoeg solidariteit is om een echte crisis aan te pakken. Ten tweede dat mensenrechten heel makkelijk met de voeten worden getreden. Niet alleen in Verwegistan maar ook bij ons. Iedereen kon ervaren wat het is om slachtoffer te zijn van een uitvoerende macht die zomaar de wet naast zich neerlegt en zich hap-snap nieuwe regels en wetten permiteert. Lockdown, huisarrest, avondklok, verbod tot samenkomst, cultuurverbod, reisverbod, verbod om je eigen familie te bezoeken, afscheid te nemen van wie je lief was, vrije meningsuiting, censuur, ... Het lijstje schendingen is heel lang. Hoog tijd voor onze politici om de rug te rechten, al deze scheve situaties recht te zetten en ze te voorkomen in de toekomst. Ieder jaar krijgt België een paar uitbranders als het over de schending van Mensenrechten gaat. We moeten opletten of we worden in december het mikpunt van schrijfmarathons uit verre landen...Met de organisatie van de vaccinatiecentra is het al gelukt, nu nog al de rest. Daarna mag iedereen weer non-stop selfies nemen voor de sociale media. Ik zal ze met veel plezier liken of bedelven onder een smiley plus een hoop rode hartjes. Ondertussen maak ik me klaar voor de karrevrachten Olympische medailles, wereldtitels wielrennen en het volgende Eurosongfestival. Met een wijsheid rijker: als de kampioenen falen, zijn er nog de vele vrijwilligers om ons land drijvende te houden.Geert Hoste is ambassadeur voor Amnesty Vlaanderen.