Als de dood ben ik om naar middelmatige reeksen te kijken op Netflix. Sinds elke krant en elk weekblad wel al iets geschreven heeft over de gewiekste manieren waarop het algoritme van die streamingdienst mensen naar een scherm blijft doen staren, ben ik er hypergevoelig voor. Ik wil niet zo'n type worden dat - een pot chocolade-ijs of een fles rosé tussen mijn benen geklemd - naar alles kijkt waarmee dat algoritme komt aanzetten. Ik verdoe meer tijd aan het doorlezen van alle recensies die er zijn te vinden vooraleer ik aan een nieuwe ...

Als de dood ben ik om naar middelmatige reeksen te kijken op Netflix. Sinds elke krant en elk weekblad wel al iets geschreven heeft over de gewiekste manieren waarop het algoritme van die streamingdienst mensen naar een scherm blijft doen staren, ben ik er hypergevoelig voor. Ik wil niet zo'n type worden dat - een pot chocolade-ijs of een fles rosé tussen mijn benen geklemd - naar alles kijkt waarmee dat algoritme komt aanzetten. Ik verdoe meer tijd aan het doorlezen van alle recensies die er zijn te vinden vooraleer ik aan een nieuwe serie durf te beginnen. Momenteel is dat de Israëlische serie Shtisel. Niettegenstaande ik elke week misschien maar een uur of zes televisie kijk, heb ik ondertussen naast Netflix ook een abonnement op Amazon Prime, NPO Start Plus en Telenet Play genomen - die laatste betaaldienst is trouwens veruit de duurste en eigenlijk alleen de moeite voor fans van Game of Thrones, wat ik absoluut niet ben. Ik kijk al uit naar de streamingdienst van Apple, die dit najaar ook in België start. In deze golden age voor televisiemakers wil ik alleen naar het beste kijken. Alleen, ik lijk soms wel de enige te zijn. Maandag werd de laatste aflevering van de Britse serie Fleabag uitgezonden - op de BBC, niet op een of andere rare Amerikaanse zender waarvan niemand ooit heeft gehoord. De eerste reeks was gebaseerd op een theatermonoloog van Phoebe Waller-Bridge die vorige maand voor het laatst in New York werd hernomen. De tweede reeks was zeker even goed. Fleabag gaat over seks, heel veel seks, en over rouw - een uitstekende combinatie. Maar ik moet er in een column over beginnen, want ik ken niemand die het ook heeft gezien. Het is anders geen verborgen parel: The Guardian en The New York Times konden er niet over ophouden. In Vlaanderen is een van de enige verwijzingen die ik terugvind helaas een vermelding in een column van Saskia De Coster. Fleabag verdient - net als Killing Eve, de andere hit van Waller-Bridge - echt veel beter dan dat. Zouden die onheilsverhalen over Netflix dan toch kloppen? Is dat bedrijf even angstaanjagend als de andere monsters die Silicon Valley al heeft gecreëerd? Tijdens Aanbevelingen voor een nog beter leven, een avond van Behoud de Begeerte in Bibliotheek Permeke in Antwerpen, raadde hoogleraar Geert Buelens eind vorig jaar het publiek aan om een dvd-speler te kopen. Dat leek hem de enige garantie om naar kwaliteit te kunnen blijven kijken - Buelens is wel heel pessimistisch over het niveau van Netflix. Maar de meeste mensen zappen niet eens meer naar een tv-zender, net als veel recensenten trouwens. Dan mag ik toch wel een flesje rosé opentrekken.