Voor L., een patiënt op mijn afdeling hematologie, heb ik slecht nieuws. De behandeling die we de voorbije maanden hebben geprobeerd, slaat niet aan. Er is geen alternatief voorhanden om hem te genezen. Bij de volgende consultatie vertel ik het hem. Hij luistert aandachtig. Na afloop trekt hij zijn jas aan en maakt aanstalten om te vertrekken. Dan blijft hij eventjes in het deurgat staan. "Dokter, als het te erg wordt, ga je mij toch wel een spuitje geven?"

Eigenlijk heb ik zo meteen een andere consultatie, maar ik vraag L. rustig om terug binnen te komen. Ik vraag hem wat hij nu precies bedoelt. Hij vertelt me dat hij ervan uitgaat dat hij ofwel zal afzien aan het einde van zijn leven, ofwel die pijn aan zich kan laten voorbij gaan door euthanasie aan te vragen. De keuze tussen "creperen" of euthanasie is een vals dilemma. L.is niet de enige met die foute vooronderstelling. Er is echter een derde weg: palliatieve zorg. Daarvan hebben veel van mijn patiënten nog niet eens gehoord. En als ze er al eens van gehoord hebben, stellen ze palliatieve zorg vaak gelijk aan terminale zorg.

Als arts wil ik instaan voor een goed levenseinde, ook al is de patiënt medisch niet meer te genezen.

Maar er is echter een verschil. Palliatieve zorg is comfortzorg wanneer geweten is dat de aandoening niet meer te genezen is. Het biedt totaalzorg. Pijn bestrijden is de eerste taak. Patiënten in de palliatieve zorg hoeven heus niet af te zien. Maar er is meer dan alleen het medische luik. Er is een heel palliatief team in het ziekenhuis met niet alleen artsen en verpleegkundigen, maar ook psychologen, sociaal assistenten en pastorale medewerkers. Lichamelijke pijn is namelijk niet de enige vorm van lijden aan het einde van het leven. Jammer genoeg zijn er soms ook nog onopgeloste familieruzies of moeilijkheden met geldzaken bijvoorbeeld. Dat soort zaken komt allemaal boven wanneer het einde van het leven nadert. Dan vallen de maskers af en kan men de realiteit niet meer ontlopen.

Met ons palliatief team proberen we de patiënt op alle vlakken een goed afscheid te bieden, bijvoorbeeld door te bemiddelen tussen de familie en de patiënt, indien nodig. Het gaat in de palliatieve zorg dus over de patiënt op een comfortabele manier naar het einde van zijn leven begeleiden, en dit op alle vlakken. Het is jammer dat palliatieve zorg niet beter bekend is, want ik ervaar dit echt al als heel waardevol voor mijn patiënten.

Als arts wil ik instaan voor een goed levenseinde, ook al is de patiënt medisch niet meer te genezen. Ik zet me hiervoor in en maak hiervoor tijd vrij. Ik heb dit ook altijd zo gezien en geleerd. Tijdens mijn jeugd verbleef mijn grootmoeder in een woonzorgcentrum. Dementie werd bij haar vastgesteld. Ik ging geregeld bij haar langs en na enkele korte gesprekjes was het eigenlijk, zo besefte ik, vooral belangrijk om bij haar aanwezig te zijn, tijd te maken voor haar. Mijn grootmoeder is rustig gestorven. Aan de andere kant van de familie, is mijn grootvader, die op een gegeven moment niet meer alleen kon wonen, bij ons thuis ingetrokken. Wij hebben zijn laatste levensfase intensief meegemaakt en mijn ouders hebben ongelooflijk goed voor hem gezorgd. Ook hij is op een mooie manier gestorven, omringd door familie. Als kind had ik dus al een bijzondere aandacht voor een mooi levenseinde. Als arts, wil ik die aandacht ook in daden omzetten.

Voor palliatieve gesprekken is het noodzakelijk om voldoende tijd te maken. Het is niet omdat de behandeling voor L. niet meer aanslaat, dat hij mijn patiënt niet meer is en ik zijn dokter niet meer ben. Ik blijf hem opvolgen, hij blijft op consultatie komen en we gaan samen op weg richting het einde.

Sterven doe je maar één keer, veel mensen staan klaar om er nog het beste van te maken: dat is palliatieve zorg.

Voor L., een patiënt op mijn afdeling hematologie, heb ik slecht nieuws. De behandeling die we de voorbije maanden hebben geprobeerd, slaat niet aan. Er is geen alternatief voorhanden om hem te genezen. Bij de volgende consultatie vertel ik het hem. Hij luistert aandachtig. Na afloop trekt hij zijn jas aan en maakt aanstalten om te vertrekken. Dan blijft hij eventjes in het deurgat staan. "Dokter, als het te erg wordt, ga je mij toch wel een spuitje geven?"Eigenlijk heb ik zo meteen een andere consultatie, maar ik vraag L. rustig om terug binnen te komen. Ik vraag hem wat hij nu precies bedoelt. Hij vertelt me dat hij ervan uitgaat dat hij ofwel zal afzien aan het einde van zijn leven, ofwel die pijn aan zich kan laten voorbij gaan door euthanasie aan te vragen. De keuze tussen "creperen" of euthanasie is een vals dilemma. L.is niet de enige met die foute vooronderstelling. Er is echter een derde weg: palliatieve zorg. Daarvan hebben veel van mijn patiënten nog niet eens gehoord. En als ze er al eens van gehoord hebben, stellen ze palliatieve zorg vaak gelijk aan terminale zorg.Maar er is echter een verschil. Palliatieve zorg is comfortzorg wanneer geweten is dat de aandoening niet meer te genezen is. Het biedt totaalzorg. Pijn bestrijden is de eerste taak. Patiënten in de palliatieve zorg hoeven heus niet af te zien. Maar er is meer dan alleen het medische luik. Er is een heel palliatief team in het ziekenhuis met niet alleen artsen en verpleegkundigen, maar ook psychologen, sociaal assistenten en pastorale medewerkers. Lichamelijke pijn is namelijk niet de enige vorm van lijden aan het einde van het leven. Jammer genoeg zijn er soms ook nog onopgeloste familieruzies of moeilijkheden met geldzaken bijvoorbeeld. Dat soort zaken komt allemaal boven wanneer het einde van het leven nadert. Dan vallen de maskers af en kan men de realiteit niet meer ontlopen. Met ons palliatief team proberen we de patiënt op alle vlakken een goed afscheid te bieden, bijvoorbeeld door te bemiddelen tussen de familie en de patiënt, indien nodig. Het gaat in de palliatieve zorg dus over de patiënt op een comfortabele manier naar het einde van zijn leven begeleiden, en dit op alle vlakken. Het is jammer dat palliatieve zorg niet beter bekend is, want ik ervaar dit echt al als heel waardevol voor mijn patiënten.Als arts wil ik instaan voor een goed levenseinde, ook al is de patiënt medisch niet meer te genezen. Ik zet me hiervoor in en maak hiervoor tijd vrij. Ik heb dit ook altijd zo gezien en geleerd. Tijdens mijn jeugd verbleef mijn grootmoeder in een woonzorgcentrum. Dementie werd bij haar vastgesteld. Ik ging geregeld bij haar langs en na enkele korte gesprekjes was het eigenlijk, zo besefte ik, vooral belangrijk om bij haar aanwezig te zijn, tijd te maken voor haar. Mijn grootmoeder is rustig gestorven. Aan de andere kant van de familie, is mijn grootvader, die op een gegeven moment niet meer alleen kon wonen, bij ons thuis ingetrokken. Wij hebben zijn laatste levensfase intensief meegemaakt en mijn ouders hebben ongelooflijk goed voor hem gezorgd. Ook hij is op een mooie manier gestorven, omringd door familie. Als kind had ik dus al een bijzondere aandacht voor een mooi levenseinde. Als arts, wil ik die aandacht ook in daden omzetten.Voor palliatieve gesprekken is het noodzakelijk om voldoende tijd te maken. Het is niet omdat de behandeling voor L. niet meer aanslaat, dat hij mijn patiënt niet meer is en ik zijn dokter niet meer ben. Ik blijf hem opvolgen, hij blijft op consultatie komen en we gaan samen op weg richting het einde. Sterven doe je maar één keer, veel mensen staan klaar om er nog het beste van te maken: dat is palliatieve zorg.