De solidariteit met de zorgverleners die rechtstreeks met het nieuwe coronavirus worden geconfronteerd, is groot, stelt De Croo vast. "Maar dat wie gezond is en kan werken, ook effectief werkt, dat is eveneens een vorm van solidariteit." Eigenlijk is iedereen voor een stuk zorgverlener, aldus De Croo. Want als de voedingsindustrie niet meer draait en de vrachtwagenchauffeurs niet meer rijden, worden ook de zorgverleners niet meer bediend. Wie door de coronacrisis in tijdelijke werkloosheid geplaatst wordt, krijgt nog steeds 70% van zijn brutoloon, geplafonneerd tot 2.700 euro, met daar bovenop een premie van 5,63 euro per dag. Hier en daar wordt geopperd dat ook wie in de zorgsector werkt, en dus nog steeds aan de slag is, recht zou moeten hebben op een tegemoetkoming, een vorm van aanmoedigingspremie. "We moeten dat toch goed bekijken. Ik ben daar op zich niet tegen, maar als je maatregelen neemt, moeten ze tijdelijk en gericht zijn", zei De Croo. "Maar ik sta open voor suggesties." Hij vindt het interessant dat werkgevers die iets extra's willen geven aan wie wil werken, daar een fiscale aanmoediging voor krijgen. Vlaams minister van Werk en Economie Hilde Crevits (CD&V), ook in De Zevende Dag, zei dan weer dat de Vlaamse regering nog met een aanvullend pakket steunmaatregelen voor getroffen sectoren wil komen. "Maar het is moeilijk om één ding te doen voor iedereen. De noden zijn verschillend." De Croo blikte ook vooruit naar het post-coronatijdperk, wanneer de economie opnieuw gelanceerd zal moeten worden. Hij vindt dat het in België beschikbare kapitaal gemobiliseerd moet kunnen worden in het kader van een 'nationaal investeringsplan', waar ook de Europese Investeringsbank een bijdrage aan zou kunnen leveren. "Wat mij logisch lijkt, is dat je een soort consortium maakt. We mogen niet als overheid overgaan tot nationaliseringen." (Belga)

De solidariteit met de zorgverleners die rechtstreeks met het nieuwe coronavirus worden geconfronteerd, is groot, stelt De Croo vast. "Maar dat wie gezond is en kan werken, ook effectief werkt, dat is eveneens een vorm van solidariteit." Eigenlijk is iedereen voor een stuk zorgverlener, aldus De Croo. Want als de voedingsindustrie niet meer draait en de vrachtwagenchauffeurs niet meer rijden, worden ook de zorgverleners niet meer bediend. Wie door de coronacrisis in tijdelijke werkloosheid geplaatst wordt, krijgt nog steeds 70% van zijn brutoloon, geplafonneerd tot 2.700 euro, met daar bovenop een premie van 5,63 euro per dag. Hier en daar wordt geopperd dat ook wie in de zorgsector werkt, en dus nog steeds aan de slag is, recht zou moeten hebben op een tegemoetkoming, een vorm van aanmoedigingspremie. "We moeten dat toch goed bekijken. Ik ben daar op zich niet tegen, maar als je maatregelen neemt, moeten ze tijdelijk en gericht zijn", zei De Croo. "Maar ik sta open voor suggesties." Hij vindt het interessant dat werkgevers die iets extra's willen geven aan wie wil werken, daar een fiscale aanmoediging voor krijgen. Vlaams minister van Werk en Economie Hilde Crevits (CD&V), ook in De Zevende Dag, zei dan weer dat de Vlaamse regering nog met een aanvullend pakket steunmaatregelen voor getroffen sectoren wil komen. "Maar het is moeilijk om één ding te doen voor iedereen. De noden zijn verschillend." De Croo blikte ook vooruit naar het post-coronatijdperk, wanneer de economie opnieuw gelanceerd zal moeten worden. Hij vindt dat het in België beschikbare kapitaal gemobiliseerd moet kunnen worden in het kader van een 'nationaal investeringsplan', waar ook de Europese Investeringsbank een bijdrage aan zou kunnen leveren. "Wat mij logisch lijkt, is dat je een soort consortium maakt. We mogen niet als overheid overgaan tot nationaliseringen." (Belga)