Gerard Mortier zou er vast van genieten.
...

Gerard Mortier zou er vast van genieten. Àlex Ollé: Dankzij hem zit ik hier. Dankzij hem én Peter de Caluwe, die nu directeur is van De Munt en daarmee een opvolger van Mortier. In 1979 richtte ik met zes vrienden het in Barcelona gevestigde multidisciplinaire theatercollectief La Fura dels Baus op. Ons grootste spektakel was onze bijdrage aan de Olympische Spelen in 1992. Dat jaar ontdekte Gerard Mortier, toen directeur van de Salzburger Festspiele, ons werk. Hij hield van onze energieke creaties. Dankzij hem gingen we in 1999 met onze versie van Hector Berlioz' La damnation de Faust in première tijdens de Salzburger Festspiele. Daardoor ben ik operaregisseur geworden die nu in Brussel werkt, straks in Stuttgart Mefistofele regisseert en daarna in Tokio Giacomo Puccini's Turandot aanpakt. In Brussel maakt u Frankenstein. Waarom? Ollé: Ik wilde iets nieuws creëren. Hoe kunnen we het operapubliek verjongen? Door nog maar eens Puccini's Madama Butterfly of een intellectueel-filosofische opera te ensceneren? Een klassieker als eerste opera-ervaring kan jongeren afschrikken. Ook het chic uitgedoste publiek - 'madammen in bontjassen' - zorgt ervoor dat jonge mensen zich niet altijd thuis voelen in de opera. Toen Peter de Caluwe me dus vroeg welke opera ik wilde ensceneren, antwoordde ik: 'Mary Shelleys Frankenstein!' Dat blijft een van mijn lievelingsboeken. Ik ben ook gek op de mysterieuze films van Luis Buñuel. In deze opera combineer ik beide liefdes. Aan Mark Grey vroeg ik om filmische muziek te schrijven. Hij heeft al met Steve Reich en Philip Glass gewerkt. Dit wordt zijn eerste opera. Weerklinkt zijn muziek in de kelder waar Victor Frankensteins monster ontwaakt? Ollé: Helemaal niet! Onze Frankenstein - ik schreef het libretto samen met Julia Canosa i Serra - speelt zich af in 2816. Het klimaat is dolgedraaid. Enkele wetenschappers zijn op expeditie in een bevroren landschap. Ken je het Buzludzha-monument in het Balkan-gebergte in Bulgarije? Die imposante arena gold in de jaren tachtig als machtssymbool van de Bulgaarse communistische partij. Een foto van dat gebouw - vervallen en met een besneeuwd interieur - was de inspiratiebron voor het decor. Wat gebeurt er in dat decor? Ollé: Ik laat de wetenschappers een put boren, centraal op de scène. Ze stoten op de resten van een man. Hij blijkt het monster te zijn dat door Victor Frankenstein in elkaar is 'geknutseld'. Met behulp van apparatuur lezen ze zijn brein. Die breinbeelden worden op een immense achterwand geprojecteerd. Zo herbeleven de wetenschappers - en het publiek met hen - zijn levensverhaal. Voegt u iets toe aan Shelleys verhaal? Ollé: Wij zijn allemaal monsters van Frankenstein, met onze prothesen en technologische hulpstukken. Hoever willen we gaan in het creëren van nieuw of beter leven? Die vraag werp ik, bij monde van de wetenschappers uit 2816, op in een opera die je het gevoel zal geven in een sciencefictionfilm beland te zijn. Daarvoor zorgen de imposante videobeelden, lichteffecten en opzwepende muziek. Het zal jongeren aanspreken. Hoe ik hen nog wil bereiken? Ik droom van een project met 'operashots' in de disco. Waarom niet? ' Durf' is het eerste woord in het leerboek van elke artiest die een ruim publiek wil bereiken. Dat leerde ik van Gerard Mortier.