In oktober vorig jaar oordeelde het Brusselse hof van beroep dat Jacques Boël niet de wettelijke noch de biologische vader is van Delphine Boël. Het hof beval koning Albert II toen om binnen de drie maanden een DNA-test te ondergaan. Woensdag gaven de advocaten van Delphine Boël nog te kennen dat koning Albert II zich nog steeds niet aan een DNA-test had onderworpen.

'Koning Albert II zal zich niet aan een DNA-analyse onderwerpen zolang het Hof van Cassatie zijn arrest niet heeft gewezen. Volgens zijn raadgevingen werkt het cassatieberoep immers opschortend wat de DNA-test betreft', aldus de advocaten.

Delphine Boël outte zich in 1999 als de onwettige dochter van Albert II en diende in 2013 de vordering in om zich als dochter te laten erkennen door Albert II en eiste dat hij een DNA-test zou afleggen. Dat was mogelijk omdat de koning sinds zijn aftreden in juli van dat jaar geen immuniteit meer genoot.

Volgens Boël had haar moeder Sybille de Selys Longchamps tussen 1966 en 1984 een relatie met de vorige koning van België. De kunstenares startte in 2013 tegelijk ook een procedure op voor het betwisten van het vaderschap door Jacques Boël. Hij besliste om die niet aan te vechten en legde dat jaar nog een DNA-test af die uitwees dat hij inderdaad niet de biologische vader is.

Eind maart 2017 oordeelde de familierechtbank van eerste aanleg van Brussel het vaderschapsgeding van Delphine Boël ontvankelijk, maar niet gegrond. Het gerecht oordeelde dat er een familiale band bestond tussen de wettelijke vader, Jacques Boël, en de dochter, die zich gedurende vele jaren als dusdanig hebben gedragen en voorgehouden. Het Hof van Beroep oordeelde daar dus anders over.