Het dossier van de pensioenen van de parlementsleden sleept al een tijdje aan. Enkele maanden geleden kwamen de parlementsvoorzitters overeen om de pensioenleeftijd van de parlementsleden te verhogen en ook de berekeningsmethode aan te passen.

Het Bureau van de Kamer keurde in november 2016 wel een voorstel goed met daarin een mogelijke reeks overgangsmaatregelen. Zo wilde men bijvoorbeeld tot 30 juni 2019 de gunstigere pensioenleeftijden (bijvoorbeeld pensioen op 52, 55 of 62) behouden.

Na verschillende vergaderingen heeft het Vlaams Parlement nu in het Uitgebreid Bureau een akkoord bereikt. Dat voorstel behoudt de basisprincipes rond onder meer de pensioenleeftijd, maar gaat in de overgangsmaatregelen wel een stap verder dan het voorstel van de Kamer. 'Rechten die opgebouwd zijn voor juni 2019 zijn opneembaar vanaf de leeftijd van 62 jaar en de rechten opgebouwd vóór 1 juni 2014 door leden die geboren zijn vóór 1 juni 1969 zijn opneembaar vanaf de leeftijd van 60', zo staat in de nota. 'Hiermee geeft het Vlaams Parlement een duidelijk signaal dat pensioen voor de leeftijd van 60 voor niemand meer mogelijk zal zijn', luidt het.

Het Vlaams Parlement zal zijn standpunt overmaken aan de Conferentie van Voorzitters van de Parlementaire Assemblees (CVPA). Die komt op 15 februari samen. Als de zaak daar opnieuw zou blokkeren, is het Vlaams Parlement van plan op eigen houtje door te zetten met de pensioenplannen. Parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA): 'Indien de andere parlementen deze regeling niet volgen, wordt de vandaag afgesproken regeling alvast in het Vlaams Parlement doorgevoerd.'

N-VA-fractieleider Matthias Diependaele verdedigt het Vlaamse voorstel en noemt het een logische stap. 'De regeling loopt gelijk met die van de ambtenaren. Het is logisch dat wij dezelfde inspanning doen als die we van de mensen vragen. Dit voorstel is een consensus tussen de Vlaamse partijen. We gaan dit nog één keer aan de Franstalige voorleggen. Als we met hen geen akkoord kunnen bereiken, gaan we zelf verder.'

Het dossier van de pensioenen van de parlementsleden sleept al een tijdje aan. Enkele maanden geleden kwamen de parlementsvoorzitters overeen om de pensioenleeftijd van de parlementsleden te verhogen en ook de berekeningsmethode aan te passen. Het Bureau van de Kamer keurde in november 2016 wel een voorstel goed met daarin een mogelijke reeks overgangsmaatregelen. Zo wilde men bijvoorbeeld tot 30 juni 2019 de gunstigere pensioenleeftijden (bijvoorbeeld pensioen op 52, 55 of 62) behouden. Na verschillende vergaderingen heeft het Vlaams Parlement nu in het Uitgebreid Bureau een akkoord bereikt. Dat voorstel behoudt de basisprincipes rond onder meer de pensioenleeftijd, maar gaat in de overgangsmaatregelen wel een stap verder dan het voorstel van de Kamer. 'Rechten die opgebouwd zijn voor juni 2019 zijn opneembaar vanaf de leeftijd van 62 jaar en de rechten opgebouwd vóór 1 juni 2014 door leden die geboren zijn vóór 1 juni 1969 zijn opneembaar vanaf de leeftijd van 60', zo staat in de nota. 'Hiermee geeft het Vlaams Parlement een duidelijk signaal dat pensioen voor de leeftijd van 60 voor niemand meer mogelijk zal zijn', luidt het. Het Vlaams Parlement zal zijn standpunt overmaken aan de Conferentie van Voorzitters van de Parlementaire Assemblees (CVPA). Die komt op 15 februari samen. Als de zaak daar opnieuw zou blokkeren, is het Vlaams Parlement van plan op eigen houtje door te zetten met de pensioenplannen. Parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA): 'Indien de andere parlementen deze regeling niet volgen, wordt de vandaag afgesproken regeling alvast in het Vlaams Parlement doorgevoerd.'N-VA-fractieleider Matthias Diependaele verdedigt het Vlaamse voorstel en noemt het een logische stap. 'De regeling loopt gelijk met die van de ambtenaren. Het is logisch dat wij dezelfde inspanning doen als die we van de mensen vragen. Dit voorstel is een consensus tussen de Vlaamse partijen. We gaan dit nog één keer aan de Franstalige voorleggen. Als we met hen geen akkoord kunnen bereiken, gaan we zelf verder.'