Marleen T. is onthaalmedewerkster in een Antwerps woon-zorgcentrum. Ze moest haar vakantie een week inkorten wegens gebrek aan personeel. 'Ik ben al vergeten hoe het was in Frankrijk, ook omdat de sfeer hier ondertussen helemaal is omgeslagen. Om de haverklap moet ik ongeduldige bezoekers uitleggen dat ze een mondmasker moeten dragen en dat bezoek enkel mogelijk is na afspraak. Gisteren stormde hier nog een oudere man binnen die op hoge toon en met een mondmasker onder zijn kin eiste om zijn zus meteen te mogen bezoeken. 'U hebt geen begrip voor mij. Ik ben net terug van vakantie', was zijn antwoord toen ik hem beleefd verzocht om een afspraak te maken voor later.'
...

Marleen T. is onthaalmedewerkster in een Antwerps woon-zorgcentrum. Ze moest haar vakantie een week inkorten wegens gebrek aan personeel. 'Ik ben al vergeten hoe het was in Frankrijk, ook omdat de sfeer hier ondertussen helemaal is omgeslagen. Om de haverklap moet ik ongeduldige bezoekers uitleggen dat ze een mondmasker moeten dragen en dat bezoek enkel mogelijk is na afspraak. Gisteren stormde hier nog een oudere man binnen die op hoge toon en met een mondmasker onder zijn kin eiste om zijn zus meteen te mogen bezoeken. 'U hebt geen begrip voor mij. Ik ben net terug van vakantie', was zijn antwoord toen ik hem beleefd verzocht om een afspraak te maken voor later.' Marc Noppen, hoofd van het Universitair Ziekenhuis in Brussel, herkent de frustratie. 'Veel collega's hebben de voorbije maanden dag én nacht gewerkt om anderen te helpen en nu zien ze hen feesten en vakantie vieren zonder zich aan de voorzorgsmaatregelen te houden. Onlangs zei een verpleegkundige tegen me: "Als ik zo iemand morgen op onze covidafdeling aan een zuurstoftoestel moet leggen, dan weiger ik." Natuurlijk zal hij dat niet doen', vult Marc Noppen aan. 'Daarvoor zijn zorgkundigen veel te verantwoordelijke mensen, maar het zegt wel iets over de sfeer.' Ook hoofddocent Kris Vanhaecht van het Leuvens Instituut voor Gezondheidszorgbeleid is vertrouwd met dat soort verhalen. 'Ik kreeg nooit eerder zo veel telefoons van verontruste dokters en verpleegkundigen. Ik maak me grote zorgen over hun psychisch welzijn de komende weken en maanden.' Hij peilt sinds het uitbreken van de coronacrisis in de ZorgSamen Barometer elke maand naar de geestelijke gezondheid van enkele duizenden personeelsleden in de zorg. 'Ik leer daaruit dat de acute stress flink is verminderd en de chronische stress op een alarmerend hoog peil blijft. Dat uit zich in klachten over slaaptekort, vermoeidheid en concentratiestoornissen. Dat zijn allemaal signalen die wijzen op lang aanhoudende druk.' De klachten zijn het hoogst bij medewerkers in ziekenhuizen en woon-zorgcentra. Verpleegkundigen hebben meer last van hoofdpijn, spierpijn en huidproblemen dan andere zorgverleners. Artsen melden vaker dan andere beroepsgroepen in de zorg dat ze last hebben van een drukkend gevoel op de borst en hyperventilatie. De acute stress is verminderd omdat het personeel ondertussen ervaring heeft met de behandeling van covidpatiënten. In het begin wist men niets van de ziekte en was er een grote angst om iets verkeerd te doen en patiënten te verliezen. Volgens Kris Vanhaecht heeft die angst plaatsgemaakt voor twijfel. 'Ik krijg de laatste dagen veel telefoons van dokters die steevast het gesprek beginnen met de vraag hoe het met mij gaat. Dan weet ik meteen dat ze eigenlijk willen zeggen dat ze het zelf erg moeilijk hebben. Ze weten niet of en hoelang ze het nog kunnen volhouden en wat ze moeten doen. Niet alleen om zichzelf te helpen, maar ook hun teamleden.' De tweede golf is veel sneller gekomen dan verwacht. Bovendien zijn alle ziekenhuizen kort na de eerste golf meteen hun opgelopen achterstand beginnen weg te werken. 'Tijdens de eerste golf was het buiten de covidafdelingen opvallend rustig. Sommige specialisten waren bijna werkloos omdat niet-covidonderzoeken of operaties uitgesteld werden. Die hebben hun werk eind juni heropgestart en werken hard aan het inhalen van de achterstand. Dat zet zware druk op verpleegkundigen en anesthesisten, die ook tijdens de coronacrisis dubbele shifts draaiden.' Marc Noppen: 'Nee, een vakantiegevoel is er dit jaar nooit geweest in onze ziekenhuizen. Hier wordt nu veel harder gewerkt dan in dezelfde periode vorig jaar.' Niet iedereen in de zorgsector heeft zijn of haar geplande vakantie volledig kunnen opnemen door die aanhoudende drukte. En net op een moment dat enkele weken recupereren zo noodzakelijk was. Kris Vanhaecht vreest dat we de komende maanden daarvan de gevolgen zullen zien. Hoogleraar Marc Noppen zegt dat in het UZ Brussel geen vakanties zijn ingekort. 'Ik heb eind juni, begin juli zo veel mogelijk collega's aangeraden om snel met vakantie te vertrekken. Of dat de komende weken nog zal kunnen, weet ik niet. Gelukkig raken nu vooral jongere mensen besmet. Die worden minder zwaar ziek en hoeven dus niet zo vaak voor behandeling naar het ziekenhuis. Ik vertrek volgende week met vakantie, maar als de toestand verergert, zal ik die moeten uitstellen.' Uit de ZorgSamen Barometer blijkt ook dat een groeiende groep zorgkundigen erover denkt om uit de sector te stappen. Dat baart Kris Vanhaecht grote zorgen. 'Bovendien werden de covidafdelingen tijdens de eerste piek bijgestaan door een grote groep vrijwilligers van andere afdelingen en studenten in de geneeskunde. Zullen die dat een tweede keer willen doen?' De twijfel en frustratie bij het zorgpersoneel wordt nog versterkt doordat een minderheid van de bevolking weigert zich aan de coronamaatregelen te houden, zoals het anderhalvemeteren en de mondmaskerplicht. Vanhaecht: 'Enkele dagen geleden vertelde een huisarts dat hij een van zijn positief geteste patiënten doodgemoedereerd op een terrasje zag zitten, alsof er niets aan de hand was. Huisartsen zijn eerstelijnswerkers die groot gevaar lopen. Ik begrijp hun boosheid, om het zacht uit te drukken, als je met zulke nonchalance wordt geconfronteerd.' Dennis De Meyer, vakbondsafgevaardigde van een woon-zorgcentrum in Aartselaar, bevestigt dat sommige bezoekers zich ook agressiever gedragen tegenover het personeel. 'Veel van mijn collega's lopen op hun tandvlees en dan hakt het gedrag van sommigen er zwaar in. Het is de spreekwoordelijke druppel te veel.' Toch heeft hij ook begrip voor hun gedrag. 'Ook voor de coronacrisis waren er soms conflicten tussen het personeel en familieleden van bewoners. Die mensen betalen over het algemeen veel geld voor hun vader of moeder en sommigen hebben het gevoel dat ze daar te weinig kwaliteit voor terugkrijgen. Terecht, vind ik. Het is cynisch om te zeggen, maar toen er tijdens de coronacrisis bedden vrijkwamen na overlijdens en wij hulp kregen van vrijwilligers en thuisverpleegkundigen, hadden veel personeelsleden het gevoel dat ze voor het eerst sinds lang goed werk konden leveren.' Dat het applaus voor het zorgpersoneel ondertussen al een tijdje is uitgestorven vindt Kris Vanhaecht geen punt. 'Het was een ontroerende blijk van waardering, maar er dienen meer structurele maatregelen te komen voor álle medewerkers in de zorg. Het minste wat zij verlangen, is een beetje begrip voor hun situatie en dat iedereen zich aan de afspraken houdt om de gezondheid van het zorgpersoneel niet een tweede keer in gevaar te brengen.'