Een paar jaar geleden slenterde ik over de Dendermondsesteenweg in Sint-Amandsberg. Kleur genoeg daar, en toch viel Huis Etienne op. In de etalage keken honderden gezichten uit de geschiedenis van deze planeet voor zich uit. Broederlijk naast elkaar in postzegelformaat: van Leopold II tot Marilyn Monroe en Joeri Gagarin. Zelfs Eddy Merckx staarde me aan in een roze koerstrui van Faema.
...

Een paar jaar geleden slenterde ik over de Dendermondsesteenweg in Sint-Amandsberg. Kleur genoeg daar, en toch viel Huis Etienne op. In de etalage keken honderden gezichten uit de geschiedenis van deze planeet voor zich uit. Broederlijk naast elkaar in postzegelformaat: van Leopold II tot Marilyn Monroe en Joeri Gagarin. Zelfs Eddy Merckx staarde me aan in een roze koerstrui van Faema. Daarboven hing een papiertje waarop stond: 'OPVOLGER GEZOCHT'. En nog een blaadje, ter verduidelijking: 'BEN 75 JR'. Door het glas zag ik een glimp van de eigenaar: een man met lang wit haar, die een beetje op Albert Einstein leek. Toen ik er een paar jaar later opnieuw passeerde, hingen de papieren er nog altijd - alsof hij voor altijd vijfenzeventig bleef en de formule voor het eeuwige leven gevonden had. Misschien kwam het door de waren die hij verkocht. Zo vaak kom je geen postzegelwinkels meer tegen langs Vlaamse wegen. Ooit waren er veel: de Rue du Midi in Brussel dankte er zelfs zijn faam aan. Een stuk of veertig telde die straat er in zijn hoogdagen, maar het internet heeft er veel vermoord. Postzegelhandelaar is een bedreigde mensensoort aan het worden. Zelfs Etienne stopt er nu mee. Vandaag opent hij voor de laatste keer zijn winkel. Hij steekt de lichtreclame aan waarop staat: 'In postzegels is Huis Etienne al 53 jaar DE zaak'. 'Meestal verving ik dat cijfer als de lamp kapot was, maar dat zal nu niet meer nodig zijn', lacht hij. Een achternaam heeft Etienne niet. Of toch. Ze noemen hem hier in Sint-Amandsberg Etienne Van De Zegels: een causeur met een Gentse tongval en zelfspot in zijn zakken. Hem hoor je niet klagen dat het vroeger beter was. 'Ik stop omdat ik eenentachtig word,' zegt hij, 'niet omdat er geen toekomst meer is. Als ik vijftien was, zou ik meteen opnieuw beginnen. Met een webshop erbij, dat wel, maar ook met een stenen winkel. Want postzegels moet je in het echt zien.' Zoals de eerste Belgische postzegel. Die verscheen op 1 juli 1849, al waren het er eigenlijk twee: een bruine met Leopold I (10 cent) en een blauwe met Leopold I (20 cent). Die had voor de fotosessie een nogal potsierlijk kostuum aangetrokken met schoudervullingen. Daarom werden de zegels later 'De Epauletten' genoemd. Sinds die zomerdag in 1849 verzamelen Belgen zegels: eerst vooral de bourgeoisie, later ook de rest van het volk. Ze hadden allemaal hun reden om dat te doen, zoals Etienne. In zijn portefeuille zit een zwart-witfoto van zijn jonge ik, genomen net na de oorlog. Het leven zag er toen niet echt spannend uit, toch niet voor een jongen uit Gentbrugge. 'Het enige wat je kon doen om je te amuseren, was verzamelen.' Maar dat deed Etienne wel met overtuiging - van sigarenbandjes tot postzegels. Dat hij zich in zegels ging specialiseren, kwam vooral door zijn moeder. 'Een fantastische vrouw, die ik doodgraag zag. Ze heeft maar één stommiteit begaan in haar leven: trouwen met mijn vader. Hij werkte voor de spoorwegen en was een hevige fan van de horeca. Daar hing hij graag de held uit. Zoals die keer dat het vroor. "Ik kan in mijn blote bast door de straten lopen", riep hij tegen zijn cafématen. Een paar maanden later lag hij met tuberculose in het sanatorium van Kwaremont. Mijn moeder ging hem daar vaak bezoeken. Omdat ze in Ronse lang moest wachten op de bus, doodde ze de tijd met winkelen. Op een dag kwam ze naar huis met een zakje zegels uit een papeterie.' De kleine Etienne was er gelukkig mee. 'Thuis hadden we het niet breed, dus dat was echt een investering. Ze deed het uit moederliefde. Anders zou ik nooit een fameuze verzameling hebben. Een maand later bracht ze weer een zakje mee. En een maand later opnieuw een.' De verzameling van Etienne groeide, en zijn naam ook. Op school kreeg hij zijn naam Etienneke Van De Zegels. Ouders van schoolgenootjes vroegen aan hun zoon: 'Vraag eens aan Etienneke of hij geen postzegel van Hitler heeft.' Zo verdiende hij zijn eerste centen. Een troost, want zijn vader verbraste een deel van het gezinsinkomen op café. Etienneke werd Etienne. Hij trok zelf al eens naar het postkantoor. Daar zag hij aan de muur een aankondiging voor een staatsexamen bij de RTT hangen, de voorloper van Proximus. Hij kocht postzegels en stuurde zijn kandidatuur op. 'Na een examen mocht ik op mijn veertiende beginnen als bode bij de RTT. Ik verdiende 1000 frank per maand, 25 euro. Dat geld gaf ik thuis aan mijn moeder.' Intussen groeiden de haren van Etienne, er kwamen een vrouw en kinderen in zijn leven, maar altijd bleef hij ook zijn andere passie trouw. In tijdschriften liet hij annonces zetten: 'Ik ben op zoek naar postzegels.' Het waren de jaren zestig, de boerenjaren van de filatelie. Zoals Etienne verzamelden intussen tienduizenden landgenoten postzegels. Uit liefde voor de zegel, maar minstens evenveel Belgen zagen het als een investering: ze kochten er massaal aan en hoopten daarmee de inflatie te verslaan. Een verstandige belegging, dachten ze. Ook de verzameling van Etienne groeide. Op 25 oktober 1967 opende hij Huis Etienne in Sint-Amandsberg. 'Toen ben ik gestopt met mijn privéverzameling. Je moet kiezen: of een winkel of een eigen collectie. Een bordeelhouder gaat ook niet elke dag met zijn meisjes naar bed, hè. ' Huis Etienne werd een succes. 'Ik werkte hard', zegt Etienne. 'Vooral omdat ik daarnaast nog mijn job had bij de RTT. Daar mocht ik wel halftijds aan de slag - een gunst.' Tot op een dag een hoge pief van de RTT tegen een van Etiennes bazen zei: 'Weet jij dat een van je werknemers meer verdient dan jij?' 'Altijd kreeg ik goede evaluaties,' zegt Etienne, 'maar plots niet meer. Uit jaloezie. Ik mocht niet meer halftijds werken en me ook niet meer bezighouden met bijkomstigheden.' Maar zegels verzamelen, dat was geen bijkomstigheid voor Etienne. Hij nam ontslag bij de RTT. 'De zwaarste beslissing uit mijn leven, want dat was een fantastisch bedrijf om voor te werken. Rap Terug Thuis, zeiden ze destijds. Nergens kreeg je zo veel voordelen. Als je een tandingreep liet doen, betaalden ze niet alleen alles terug. Ze gaven er nog geld bovenop. Dat is het reglement, zeiden ze. (lacht) Ze zouden zelfs je begrafenis betaald hebben.' Hij liet zijn toenmalige echtgenote zijn ontslagbrief afgeven op de RTT. Intussen was hij op reis vertrokken naar de andere kant van de wereld. Toen hij terugkwam, was er alleen nog maar Huis Etienne. En de vele klanten natuurlijk: van iedereen hield hij een steekkaart bij. Er stonden mensen op van alle rangen en standen. De meesten heeft hij overleefd, de anderen gaat hij missen. 'Postzegelverzamelaars zijn zoals alle andere mensen', zegt hij. 'Zoals overal bestaat er ook in onze wereld jaloezie. Iedereen wil de grootste en de mooiste zegel hebben. In Koekelberg is er zelfs ooit eens een postzegelhandelaar vermoord. Alleen maar om zijn zegels te kunnen stelen.' Dat gebeurde niet in Huis Etienne. Hij had vooral fijne klanten. Af en toe kwam de Gentse grootmeester van de postzegels langs, Oscar Bonnevalle. 'Een kunstenaar die honderden postzegels ontworpen heeft. Vandaag staan er op postzegels meestal banale foto's - het mag allemaal niet veel kosten. Maar toen waren het vaak prachtige schilderijen of gravures. Bonnevalle maakte voor iedereen postzegels, ook voor Congo. President Mobutu liet die in Brussel fabriceren. Van hieruit zijn ze naar overal verspreid, alleen in Congo zijn ze nooit geraakt. Daar hadden ze geen geld voor postzegels. Al streek het regime van Mobutu wel de centen op.' Ik kijk rond in Huis Etienne. Naast een papier waarop staat 'België gestempeld - bijna duizend verschillende zegels uit de periode 1960-1989, waarde 630 euro. Nu voor 99 euro (weggever!)', zie ik postzegels van de impressionisten uit Rwanda, Cambodja, de Filipijnen en China. 'De voorbije jaren kreeg ik een paar Chinezen over de vloer', vertelt Etienne. 'Vroeger verzamelde niemand in China postzegels, maar het kapitalisme wordt er meer en meer populair. Iemand met een postzegelverzameling beschouwen ze daar als ne chique tiep. Andere Chinezen willen er dan ook een, om te kunnen stoefen. Alleen hebben ze in dat land nooit zegels bijgehouden. Overal hebben ze oude Chinese zegels, behalve in China.' En dus trokken de Chinezen naar Huis Etienne in Sint-Amandsberg. '"Laat zien wat je hebt", vroegen ze dan, meestal in onberispelijk Engels. Ze namen een paar foto's met hun smartphone, gingen weer naar buiten en belden een kenner uit Hongkong. Een halfuur later stonden ze weer in de winkel. "Ik bied honderdvijftig euro." Meestal voor een zegel die ik anders maar voor honderd euro verkocht.' De Chinezen waren niet de enigen die aanklopten bij Etienne: ooit stond er een man uit Tokyo voor de deur. 'Die kwam niet voor een postzegel van vijf euro - daarvoor kom je niet van ginder achter.' Etienne reisde hem later achterna met een collega. 'Ik moest nog een kleine rekening vereffenen. Die man schrok zich te pletter toen ik plots in zijn postzegelzaak in Tokyo stond. (lacht) Ik was ook naar daar gegaan om zelf postzegels te kopen. In onze wereld wordt alles cash betaald, dus hadden we een paar honderdduizend frank meegenomen. Op een avond wilden we toch eens uitgaan. "Wat doen we nu met dat geld?" vroeg ik aan mijn collega. Uiteindelijk hebben we het verstopt onder het tapijt van onze hotelkamer, maar dat was geen oplossing. Dus kochten we voor een paar honderdduizend frank postzegels, maar toen zaten we daar met al die zegels. Je kunt die dus niet plooien of kreuken, hè. Je moet ze ook altijd op de juiste temperatuur bewaren. Als ik u een tip mag geven: ga nooit op reis met postzegels.' Hoeveel postzegels heb je hier gehad in Huis Etienne?' vraag ik. 'Dat weet ik niet', antwoordt hij. 'Tienduizenden, misschien honderdduizenden. De ene al wat waardevoller dan de andere.' 'Hoeveel is een Epaulet uit 1849 waard?' 'De waarde van een postfrisse zegel, die eruitziet alsof je hem net bij de post gekocht hebt, ligt rond de 20.000 euro. Let op: dat is niet de kostprijs. Die wordt bepaald à la tête du client. Jij ziet er wel een sympathieke kerel uit, dus aan jou vraag ik misschien maar 15.000 euro. Maar aan iemand die ik nooit meer wil zien misschien 30.000 euro. Het is altijd een onderhandeling tussen klant en handelaar.' 'Zijn er Belgische zegels met nog meer waarde?' 'Ja. De Omgekeerde Dendermonde bijvoorbeeld. Dat is een postzegel uit 1920 waarop het stadhuis van Dendermonde per ongeluk omgekeerd afgedrukt staat. De fout is ontdekt door een klant hier aan het loket in Gent. "Het stadhuis staat omgekeerd op mijn zegel", zei die tegen de postbediende. "Ik wil die zegel niet, ik wil een goede." Dat was nog eens een idioot! De laatste Omgekeerde Dendermonde is jaren geleden geveild voor 125.000 euro, nu zal dat misschien wel het dubbele zijn.' 'Moet er eigenlijk een stempel staan op een postzegel?' 'Daarover is discussie. Een postzegel is het bewijs dat je betaald hebt aan de post voor een dienst. Ik vind dat een zegel pas echt een zegel wordt mét een stempel op. Dan heeft hij geleefd, anders blijft het toch maar een stuk papier. Andere mensen denken daar anders over: met de verkoop van postfrisse zegels verdiende ik ook meer.' Op die postfrisse zegels staat geen vervaldatum: alle postzegels van na 1962 zijn nog altijd bruikbaar. In een razende wereld waarin alles verandert, is dat bijna niet te geloven. Een wonderlijk stuk poëzie, maar niet lang meer. Minister van Overheidsbedrijven Petra De Sutter (Groen) wil de zegels binnenkort ontwaarden, op verzoek van Bpost. Vanaf 2023 zou het verboden worden om nog brieven te versturen met oude postzegels. Dat gebeurt nog regelmatig: op 0,25 procent van alle brieven plakken zelfs nog postzegels in Belgische frank. Meestal zijn die brieven van postromantici - die oude postzegels in Belgische frank zijn zo veel mooier dan die smaakloze in euro - maar soms ook van commerçanten. 'Je kunt oude Belgische postzegels kopen aan min dertig of veertig procent van de postprijs', zegt Etienne. 'Als je duizend brieven moet versturen, scheelt dat serieus wat geld. Dat weten ze bij de post ook wel.' Al geven ze daar een andere reden om de oude postzegels te verbieden: ze mokken over 'de operationele meerkosten om die postzegels te verwerken'. De dreigende ontwaarding van de zegels zorgde de voorbije maanden voor een storm in postzegelland. De Sutter stelt nu een compromis voor: de postzegels zullen pas vanaf 2028 hun waarde verliezen. 'Maar zelfs die datum is onzin', zegt Etienne. 'Ze hebben aan de mensen gezegd dat zegels voor altijd geldig zullen zijn. In 1962 is er zelfs een koninklijk besluit verschenen waarin dat gegarandeerd werd. Daarom hebben mensen destijds met een gerust gemoed zo veel postzegels aangekocht. Nu komt de overheid daarop terug: dat is contractbreuk. Heel wat mensen zullen daardoor veel geld verliezen. Een ongelofelijke schande.' Spreek Etienne niet over Bpost. Lang geleden heeft hij nochtans hun uniform gedragen. Hij heeft zelfs nog klaroen gespeeld in de harmonie van de post tijdens Expo 58. 'Ik werkte toen voor de RTT en werd twee jaar gedetacheerd naar de post. Even ben ik postbode geweest. Een brief kwijtraken was in mijn tijd zowat het ergste wat je kon overkomen. Twee keer per dag werd onze brieventas gecontroleerd.' Vandaag steekt het niet meer zo nauw, zegt Etienne. 'Je mag al blij zijn als de post excuses aanbiedt als er een brief verloren gaat. Er plakt ook zelden nog een mooie postzegel op, maar een vignet. Of een zegel met een appel of peer: andere zijn niet te krijgen in het postkantoor. Nochtans geeft de post elk jaar veel postzegels uit, maar die zijn helemaal niet bedoeld om op te sturen. Ze worden gemaakt voor de postzegelverzamelaars, die daar vaak een abonnement op hebben. Zij willen elke postzegel hebben, zodat hun collectie compleet is.' De post weet dat, zegt Etienne, en maakt daar misbruik van. 'Ze brengen zo'n zegel bijvoorbeeld uit op een velleke. In de officiële postzegelcatalogus staat die postzegel dan als aparte zegel en als velleke, maar die heeft nooit bestaan als een aparte zegel. Dus moet je dat velleke twee keer aankopen en de zegel er één keer uitscheuren. Slim gezien van Bpost en de handelaars: zo kunnen ze twee keer incasseren. Vaak maken ze er nog een priorzegel van. Voor hen maakt het niet uit of ze er nu prior opdrukken of niet: dat kost evenveel, maar een verzamelaar moet wel veel meer geld op tafel leggen. Zulke zaken maken de filatelie kapot.' Hij wijst naar een paar Artis Historia-boeken op het schap. 'Herinner je je die boeken nog? In de jaren zeventig leek Artis Historia een leuk idee: je kon punten sparen voor een zakje foto's, die je daarna in een boek moest plakken. Die boeken moest je aankopen, maar ze waren best interessant en veel goedkoper dan encyclopedieën. Daarom werd Artis Historia zo'n groot succes. Mensen hebben zich destijds volgevreten met spaghetti om toch maar een paar boeken van Artis Historia in hun kast te hebben: ze beschouwden dat als een mooie erfenis voor hun kinderen. Het begon verkeerd te lopen toen de managers te hebzuchtig werden. Elk jaar brachten ze meer en meer boeken uit. Ze zochten echt naar onderwerpen, de meest onnozele eerst. Op den duur kregen de mensen door dat ze voor de zot gehouden werden. "Hou jullie boeken zelf bij", riepen ze. En kijk nu... Een boek van Artis Historia, dat is niets meer waard. Je kunt die aan de straatstenen niet meer kwijt. Zelfs gratis komen ze ze niet meer halen.' 'Gaat het met de filatelie dezelfde richting op?' 'Ik hoop van niet.' Zeven uur. Etienne sluit voor de laatste keer Huis Etienne. Hij en zijn vrouw zijn intussen verhuisd naar de kust, zonder één postzegel in hun koffer. In een zwak moment heeft hij even overwogen om daar een nieuwe postzegelwinkel te openen, maar 'ik word eenentachtig'. Zelfs een man die heel zijn leven verzameld heeft, kan de jaren niet terugdraaien. En dan doet hij voor de allerlaatste keer de lichtreclame uit boven de deur: 'In postzegels is Huis Etienne al 53 jaar DE zaak' wordt zwart.