De nacht van 16 op 17 mei. Na een barbecue bij vrienden keert een echtpaar, in het gezelschap van een vriend, huiswaarts. Tot ze in Lokeren worden tegengehouden door de politie voor een alcoholcontrole. De controle verloopt bepaald niet rimpelloos. Volgens het proces-verbaal van de inspecteurs gedroeg de chauffeur, die toegeeft dat hij te veel gedronken had, zich weerspannig en agressief. Terwijl hij nog in de wagen zit, overhandigt zijn echtgenote hem een flesje water. Er ontstaat een felle discussie, waarna de chauffeur water 'naar de grond in de richting van de inspecteurs' zou hebben gespuwd. Een geval van 'coronaspuwen', misschien, al lijkt de omschrijving 'naar de grond' en 'in de richting van' niet helemaal coherent. Bovendien staat de verklaring van de politie haaks op die van de echtgenote van de chauffeur. Volgens haar sloeg een agressieve inspecteur het flesje uit haar mans hand, waarna die uit de auto werd gesleept en tegen de grond werd geslagen. In de versie van de politie heet het dat de man 'naar de grond begeleid' werd. Wat er ook van zij: nog dezelfde nacht wordt de man voor verzorging opgenomen in het AZ van Lokeren. De spoeddiensten achten de kwetsuren - een open hoofdwonde - zo ernstig dat hij in observatie moet blijven.
...

De nacht van 16 op 17 mei. Na een barbecue bij vrienden keert een echtpaar, in het gezelschap van een vriend, huiswaarts. Tot ze in Lokeren worden tegengehouden door de politie voor een alcoholcontrole. De controle verloopt bepaald niet rimpelloos. Volgens het proces-verbaal van de inspecteurs gedroeg de chauffeur, die toegeeft dat hij te veel gedronken had, zich weerspannig en agressief. Terwijl hij nog in de wagen zit, overhandigt zijn echtgenote hem een flesje water. Er ontstaat een felle discussie, waarna de chauffeur water 'naar de grond in de richting van de inspecteurs' zou hebben gespuwd. Een geval van 'coronaspuwen', misschien, al lijkt de omschrijving 'naar de grond' en 'in de richting van' niet helemaal coherent. Bovendien staat de verklaring van de politie haaks op die van de echtgenote van de chauffeur. Volgens haar sloeg een agressieve inspecteur het flesje uit haar mans hand, waarna die uit de auto werd gesleept en tegen de grond werd geslagen. In de versie van de politie heet het dat de man 'naar de grond begeleid' werd. Wat er ook van zij: nog dezelfde nacht wordt de man voor verzorging opgenomen in het AZ van Lokeren. De spoeddiensten achten de kwetsuren - een open hoofdwonde - zo ernstig dat hij in observatie moet blijven. Een geval van disproportioneel geweld? Advocaat Frank Scheerlinck laat daar weinig twijfel over bestaan. 'Ja, mijn cliënt had gedronken. Maar het is ook duidelijk dat de politie haar boekje te buiten is gegaan. Over de zwaarste wonde wordt in het pv met geen woord gerept. Het is mij ook onduidelijk hoe iemand die "naar de grond wordt begeleid" daar zulke ernstige letsels aan kan overhouden.' De Lokerse korpschef Dirk De Paepe laat weten dat hij geen commentaar levert op de inhoud van een gerechtelijk dossier. 'Als wij een klacht ontvangen, dan zullen we die, zoals altijd, grondig onderzoeken.' Scheerlinck en zijn medewerkster Eva Albers moeten hun cliënt verdedigen tegen alles samen vijf tenlasteleggingen van het Openbaar Ministerie. De eerste drie hebben te maken met het spuwen en de weerspannigheid, de andere twee met de overtredingen van de coronamaatregelen zoals omschreven in het ministerieel besluit 'houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus covid-19 te beperken'. De cliënt zou het verbod op samenscholingen niet hebben nageleefd en zich bezondigd hebben aan een niet-noodzakelijke verplaatsing. De verdedigingsstrategie van Scheerlinck en Albers zou je kunnen omschrijven als een dubbele tegenaanval. In samenspraak met de cliënt besloten ze een klacht in te dienen bij de procureur des Konings vanwege disproportioneel politiegeweld. Daarnaast richtten ze een verzoekschrift tot vernietiging van het ministerieel besluit aan de Raad van State. In dat verzoekschrift betoogt Scheerlinck dat het samenscholingsverbod zoals dat in het ministerieel besluit gedefinieerd is een schending vormt van het legaliteitsbeginsel. Een overtreding moet volgens dat beginsel 'op voldoende precieze wijze' in de wet omschreven worden. 'Dat was hier overduidelijk niet het geval', aldus Scheerlinck. Toegespitst op de zaak van zijn cliënt: op het ogenblik van de feiten was de aanvankelijke maatregel al versoepeld en was het toegestaan om je 'bubbel' met vier personen uit te breiden. Tegelijk was het niet toegelaten om zich met meerdere personen naar een afspraak te begeven. Die tegenstrijdigheid geeft aanleiding tot onduidelijkheid, zo stelt de advocaat, wat een schending van het legaliteitsbeginsel zou zijn. Al even onduidelijk is de wetgeving volgens Scheerlinck als het gaat over de - legale - 'noodzakelijke verplaatsing' en een - verboden - 'vermaakuitstap'. 'Zeker sinds de versoepelingen midden mei heeft de rechter absurd veel interpretatievrijheid', zegt Scheerlinck. Die interpretatievrijheid vormt volgens hem de kern van het probleem. 'Ik constateer de afgelopen maanden een duidelijke stijging van het aantal klachten over politiegeweld. Je kunt dat niet los zien van de onduidelijke regelgeving. Net als rechters worden ook politieagenten geconfronteerd met een grote interpretatievrijheid. Dat leidt tot willekeur, en felle discussies met burgers die ervan overtuigd zijn dat ze niks verkeerds doen. De geschiedenis heeft al vaak genoeg aangetoond tot welke escalaties dat kan leiden.' Zal de Raad van State straks ingaan op het verzoek om een aantal artikelen uit het ministerieel besluit te vernietigen? 'Ik denk dat collega Scheerlinck een goede kans maakt', zegt strafpleiter Filip De Reuse. 'Die coronawetgeving is een schoolvoorbeeld van slechte wetgeving.' Als voorbeeld noemt ook De Reuse het verbod op niet-noodzakelijke verplaatsingen. 'Wat is een noodzakelijke verplaatsing? In veel gevallen is dat interpretatief, en kun je daar urenlang over palaveren. Mijn moeder woont hier 200 meter vandaan. Overtreed ik de wet als ik haar een bezoek breng om te controleren of ze 's avonds haar medicatie heeft genomen? Een politieagent zou kunnen argumenteren van wel, omdat ik haar ook had kunnen bellen. Waarop ik dan weer kan betogen dat een controle via de telefoon niet volstaat.' Voor de goede orde: De Reuse betwist niet dat de coronacrisis om dwingende maatregelen vroeg. 'Maar je kunt die alleen afdwingen met duidelijke wetten. Bestraffen van een verplaatsing is enkel mogelijk als de wet heel duidelijk zegt wat kan en wat niet. Het is zwart of het is wit. Als een bestraffende wet niet dat duidelijke kader heeft, zet je de deur open voor willekeur, en verdwijnt het draagvlak bij de bevolking. Dat is precies wat hier gebeurd is. Deze wetgeving heeft de strijd tegen het virus meer kwaad dan goed gedaan.' Wat De Reuse en Scheerlinck vertellen klinkt verregaand, maar wordt ondersteund door de wetenschap. Criminoloog Stefaan Pleysier verwijst naar de bevindingen van de Amerikaanse psycholoog Tom Tyler. 'Op basis van empirisch onderzoek kwam Tyler tot de theorie van de procedurele rechtvaardigheid. Die houdt in dat mensen de wet naleven en bereid zijn om mee te werken met de politie als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Mensen zullen gehoorzamen als ze vertrouwen hebben in de procedurele en distributieve rechtvaardigheid. Anders gezegd: men moet het gevoel hebben dat de beslissingen en procedures eerlijk zijn, en hetzelfde zijn voor iedereen. Bij verkeersboetes is dat meestal geen probleem. De snelheidsregels zijn helder en gelden voor iedereen, waardoor de meeste mensen wel bereid zullen zijn om bij een overtreding de boete te betalen. Dat is niet zo voor de coronawetten. Die zijn vaak vatbaar voor interpretatie, voor burgers, maar ook voor de politie, die nogal wat discretionaire ruimte heeft om die wetten te interpreteren en in te vullen.' Volgens Pleysier is het zeer aannemelijk dat de coronawetgeving aanleiding kan geven tot meer conflicten. 'Mensen werden de afgelopen maanden beboet omdat ze op een bankje zaten. In hun ogen is zoiets banaal en minder gevaarlijk dan andere zaken waar je niet voor wordt beboet. Voeg daarbij dat de boete 250 euro kan bedragen, toch een stevig bedrag. Allemaal samen kan dat leiden tot een escalatie, zoals blijkbaar het geval was in de casus van meester Scheerlinck. Als er geen vertrouwen is in de procedures en de gelijkberechtiging, komt de burger tegenover de politie te staan. In het beste geval leidt dat tot woordenwisselingen, in het slechtste geval tot fysiek geweld.'