De alternatieve canon: terwijl de regering-Jambon een Vlaamse canon voorbereidt, kijkt Knack weg van de alom bekende ankerpunten. Welke feiten en gebeurtenissen zijn onbekend maar onontbeerlijk voor wie de geschiedenis van Vlaanderen écht wil kennen?
...

Voorgesteld door: Yves SegersWaarom? In de Vlaamse herinnering is Daens de dappere pastoor die de kleine man verdedigde tegen fabrieksbazen, politici en bisschoppen. In werkelijkheid was hij ook een koppig, haast twistziek man, die in het parlement liever Frans dan Nederlands sprak.Natuurlijk heeft Adolf Daens (1839-1907) een grote sociale en politieke betekenis. En ook zijn koppige, wispelturig karakter droegen en dragen bij tot de publieke status die hij genoot en nog altijd geniet, dankzij literatuur, film en musical. 'Al voeren die', zegt Yves Segers, 'soms een eendimensionale figuur op.'Daens groeide op in Aalst in een gezin van kleine middenstanders. In 1859 trad hij in bij de jezuïeten, later studeerde hij filosofie en theologie in Leuven. Hoewel hij om disciplinaire redenen uit de jezuïetenorde werd ontslagen, werd hij toch priester. Zijn verdere ambtelijke carrière zou een grillig verloop kennen. Hij bekleedde verschillende posten en greep naast enkele aanstellingen. Zijn politieke engagement bracht hem in conflict met de bisschop van Gent en andere religieuze leiders.In 1893 stond hij mee aan de wieg van de Christene Volkspartij. Die nieuwe politieke beweging klaagde de armoede en erbarmelijke werkomstandigheden van het proletariaat in de Denderstreek aan en bracht met succes sociale en Vlaamse verzuchtingen samen. Het leverde Daens in die jaren twee keer een zitje op in het parlement. Hij voerde er een bewogen strijd, met de conservatieve katholieken in het algemeen en Charles Woeste in het bijzonder, om de levensstandaard van arbeiders te verbeteren. Uit die hoek kreeg hij weinig steun voor zijn engagement, van zijn politieke opponenten, de socialisten, des te meer.Segers: 'Adolf Daens zou tot de verbeelding blijven spreken. De man in de straat, politici, schrijvers en filmmakers: ze raakten gefascineerd door zijn verhaal. Iedereen gaf daarbij een eigen betekenis aan zijn persoon en verdiensten, beïnvloed door de eigen achtergrond en tijdgeest.' De beeldvorming rond Daens gaat terug tot kort na zijn dood, toen zijn broer Pieter de toon zette met het boek Priester Daens: volksvertegenwoordiger voor Aalst en Brussel (1909). Ook de documentaire roman Pieter Daens van Louis Paul Boon (1971) versterkte zijn symboolwaarde. De kers op de taart was uiteraard de film Daens van Stijn Coninx uit 1992, die zijn figuur en engagement sterk romantiseerde, net zoals de gelijknamige musical uit 2008. Sommige historici, zoals Frans-Jos Verdoodt, nuanceerden die heroïsche voorstelling graag. Volgens Verdoodt was Daens een stug en koppig man en een matig parlementair. Segers: 'Daens' houding was niet zelden dubbelzinnig. Zijn sociale bekommernissen waren ongetwijfeld oprecht, maar zijn engagement steunde tezelfdertijd op zijn conflicten met de kerkelijke overheid. Hij was ook minder Vlaamsgezind dan veel van zijn partijgenoten. In het parlement sprak hij doorgaans Frans.''Kortom, Daens was gedreven, veelzijdig, controversieel. Eigenschappen die noodzakelijk zijn om een plek in een Vlaamse canon te krijgen?'