De Vlaamse regering heeft een nieuw actieplan ter bestrijding van gewelddadige radicalisering goedgekeurd. Dat plan is de opvolger van het plan dat in 2015 werd gelanceerd. Oppositiepartij Vlaams Belang heeft felle kritiek op de "verschuiving van de focus" in het plan. Waar het vorige plan nog vooral focuste op de aanpak van religieus extremisme en met name islamitische radicalisering, is in het nieuwe plan de focus volgens fractieleider Chris Janssens verschoven naar de aanpak van rechts-extremisme. Janssens vreest ook dat de regering de strijd tegen 'polarisatie' wil misbruiken om "legitieme rechtse meningen te gaan bestrijden". Ministers Demir en Somers counteren de kritiek van het Vlaams Belang. Volgens minister Demir staat duidelijk in het plan dat religieus extremisme "de grootste dreiging blijft". "Alle vormen van extremisme moeten bestreden worden. Ik hou er niet van dat u de dingen verdraait om ze in uw verhaal te doen passen", aldus Demir. Minister Somers waarschuwt ervoor om de aanpak van radicalisering door een "ideologische bril" te bekijken. Dat het actieplan breder is dan het vorige, heeft volgens hem ook gewoon te maken met de verschuiving die ook door de veiligheidsdiensten als OCAD wordt opgemerkt. "Uit nieuwe cijfers van OCAD blijkt dat 54 procent van alle mensen die haat propageren mensen zijn met islamitische achtergrond. Dat blijft de grootste groep en daar blijft ook de meeste aandacht naar gaan. Maar er zijn ook 35 procent rechts-extremisten en 11 procent links-extremisten. Als meer dan 1 op de 3 een rechtsextremistische haatprediker is, moeten we daar evident ook naar kijken", aldus Somers. De Open Vld-minister deelt wel de bezorgdheid dat het plan niet mag "geïnstrumentaliseerd" mag worden om de vrije meningsuiting in te perken. "De uitdaging is om te definiëren wanneer iemand gewelddadig geradicaliseerd is", aldus Somers. "Dat is niet eenvoudig. Dat is een proces, een continuüm. Meningen moeten kunnen botsen. Niet elke scherpe uitspraak is een voorbode van geweld, want als we dat aan banden leggen, doden we het debat. Dat willen we niet in een vrije samenleving. De grote uitdaging is detecteren wanneer een polarisatie toxisch is en ze een context schetst waarin vijanden mogen bestreden worden met meer dan woorden". (Belga)

De Vlaamse regering heeft een nieuw actieplan ter bestrijding van gewelddadige radicalisering goedgekeurd. Dat plan is de opvolger van het plan dat in 2015 werd gelanceerd. Oppositiepartij Vlaams Belang heeft felle kritiek op de "verschuiving van de focus" in het plan. Waar het vorige plan nog vooral focuste op de aanpak van religieus extremisme en met name islamitische radicalisering, is in het nieuwe plan de focus volgens fractieleider Chris Janssens verschoven naar de aanpak van rechts-extremisme. Janssens vreest ook dat de regering de strijd tegen 'polarisatie' wil misbruiken om "legitieme rechtse meningen te gaan bestrijden". Ministers Demir en Somers counteren de kritiek van het Vlaams Belang. Volgens minister Demir staat duidelijk in het plan dat religieus extremisme "de grootste dreiging blijft". "Alle vormen van extremisme moeten bestreden worden. Ik hou er niet van dat u de dingen verdraait om ze in uw verhaal te doen passen", aldus Demir. Minister Somers waarschuwt ervoor om de aanpak van radicalisering door een "ideologische bril" te bekijken. Dat het actieplan breder is dan het vorige, heeft volgens hem ook gewoon te maken met de verschuiving die ook door de veiligheidsdiensten als OCAD wordt opgemerkt. "Uit nieuwe cijfers van OCAD blijkt dat 54 procent van alle mensen die haat propageren mensen zijn met islamitische achtergrond. Dat blijft de grootste groep en daar blijft ook de meeste aandacht naar gaan. Maar er zijn ook 35 procent rechts-extremisten en 11 procent links-extremisten. Als meer dan 1 op de 3 een rechtsextremistische haatprediker is, moeten we daar evident ook naar kijken", aldus Somers. De Open Vld-minister deelt wel de bezorgdheid dat het plan niet mag "geïnstrumentaliseerd" mag worden om de vrije meningsuiting in te perken. "De uitdaging is om te definiëren wanneer iemand gewelddadig geradicaliseerd is", aldus Somers. "Dat is niet eenvoudig. Dat is een proces, een continuüm. Meningen moeten kunnen botsen. Niet elke scherpe uitspraak is een voorbode van geweld, want als we dat aan banden leggen, doden we het debat. Dat willen we niet in een vrije samenleving. De grote uitdaging is detecteren wanneer een polarisatie toxisch is en ze een context schetst waarin vijanden mogen bestreden worden met meer dan woorden". (Belga)