Vooral jonge moslims vinden vandaag nauwelijks aansluiting bij de vrijdagdienst. Het risico bestaat dat ze elders antwoorden gaan zoeken op hun vragen. Haatpredikers doen sommigen van hen met opruiende speechen overstag gaan. Het tij kan keren door hier bij ons de vrijdagpreek tot onderwerp te maken van een maatschappelijk en wetenschappelijk debat.

Religieuze autoriteit van de haatprediker

In de gevangenis heb ik recent een teruggekeerde Syriëstrijdster geïnterviewd voor mijn boek 'Moslims achter tralies'. Ze gaf toe dat een bekende prediker uit het Midden-Oosten haar met een emotionele, beladen preek via de sociale media heeft overtuigd om naar Syrië te vertrekken. Er zijn natuurlijk andere en dieperliggende oorzaken van radicalisering: jeugdige naïviteit, onwetendheid, moeilijk verteerbare religieuze beperkingen voor moslims in dit land. Maar in dit specifieke geval was de preek doorslaggevend omwille van zijn religieuze autoriteit. Prediken wordt op die manier een gevaarlijk en helaas efficiënt instrument om mensen te ronselen.

Achterhaalde vrijdagpreken: religieus islamdiscours is aan vernieuwing toe.

De preek is per definitie een monoloog, géén debat of gesprek. En dus neemt de prediker een niet te onderschatten machtspositie in en heeft hij aldus een grote verantwoordelijkheid - in positieve, maar helaas ook in negatieve zin - zoals het voorbeeld hierboven aantoont.

Het merendeel van de imams richt zich echter tot de moslimtoehoorders in een taal (het Arabisch) die ze steeds minder machtig zijn, zeker de jonge moslims. Bovendien is de inhoud van de meeste vrijdagpreken niet (genoeg) afgestemd op de leefwereld van de (jonge) toehoorders die in een Westerse context leven.

Nog een reden tot ongerustheid over de huidige vorm van de vrijdagpreek, is het niveau van bepaalde predikers. Vrijwilligers van eigen bodem missen retorische bagage, importpredikers kennen de regio niet, en - in niet-erkende moskeeën - duiken steeds vaker ongeschoolde predikers op. En dan zijn er nog - buiten categorie - de haatpredikers. Gelukkig zijn het uitzonderingen, maar recent zijn er toch een aantal incidenten geweest rond controversiële uitspraken van imams in Vlaamse en Nederlandse moskeeën.

Ik ben zelf actief als prediker en heb in die hoedanigheid veel contact met collega-predikers. Tegenwoordig is het maar een minderheid die elke week eigenhandig de preek voorbereidt. Een goede preek vraagt tijd, energie en enige theologische kennis. Ik hoor steeds meer: preken is een moeilijke opdracht, de voorbereiding soms al helemaal onmogelijk. De predikers zoeken hun preken bijgevolg steeds meer online. Het risico hierbij is dat zij niet kritisch genoeg zijn en misschien ongewild achterhaalde, irrelevante of zelfs laakbare ideeën overnemen.

Geen verwijt naar de imams zelf - toch niet die met positieve bedoelingen -, wél naar de structuur die dit mogelijk maakt, of juister: die gewoonweg ontbreekt. Er is geen begeleiding, geen opleiding en geen leiding.

Maatschappelijk en wetenschappelijk debat

Daarom pleit ik ervoor dat de vrijdagpreek onderwerp wordt van maatschappelijk debat én wetenschappelijk onderzoek. De vrijdagpreek is tot op vandaag nog niet in zijn geheel als communicatiemodel onderzocht, zeker niet vanuit het standpunt van de toehoorders. Nieuwe inzichten kunnen het concept van de preek bijsturen en zelfs leiden tot een volwaardige opleiding preekkunde.

Een maatschappelijk debat bestaat bij ons evenmin. Het Egyptische ministerie van religieuze zaken stelde ondanks de gemiddeld goede kwaliteit van de vrijdagpreken voor om de inhoud te centraliseren: één uniforme tekst die wekelijks wordt uitgestuurd naar alle imams. Dat voorstel stuitte op hevig verzet. Het plan haalde het niet. In andere moslimlanden voerden ze de regel wél door. Absurd, vind ik. Centraliseren stagneert het islamitisch discours, beknot de eloquente predikers en ondermijnt de rol van de prediker tout court. Maar het debat bestààt daar, en dat is positief.

Rooms-Katholieke homilie

Vernieuwing is geen exclusieve uitdaging voor de islam. Ook andere godsdiensten staan open voor evolutie. De jongste jaren ging heel wat aandacht naar uitgerekend het gegeven van de homilie in de Rooms-Katholieke Kerk. Meer bepaald Benedictus en Franciscus - de vorige en de huidige paus - publiceerden een aantal officiële aanbevelingen. Zo moet een preek inspirerend zijn, aansluiten bij de Schrift én bij het dagelijkse leven.

In het Evangelii Gaudium besteedt paus Franciscus vijftien bladzijden aan de homilie. Het is een oproep om voldoende tijd en energie te besteden aan de voorbereiding van de preek. Een pleidooi voor een preek met een boeiende inhoud: men wil uiteraard dat de gelovigen luisteren naar de homilie, maar ze moeten de homilie het liefst ook interessant vinden.

Met andere woorden: men wil de aandacht verschuiven van een normatieve preek (wat een gelovige moet doen om een goede Christen te zijn) naar homilie met interessante informatie waar een gelovige kan over nadenken. Dit iets waar moslims ook zeker over moeten nadenken.

Besluit

Een samenleving is dynamisch. Imams moeten die maatschappij in verandering in hun vrijdagpreken integreren. En dus moeten ze hun kennis van die samenleving telkens weer opfrissen. De Westerse context heeft bovendien onvermijdelijk invloed op de inhoudelijke ontwikkeling van de islam.

Daarom is het hoog tijd dat we gaan nadenken over hoe we het niveau van de predikers kunnen opkrikken. Er zijn heel wat opties: denk maar aan verplichte bijscholing over preekkunde in onze hedendaagse context en aan kwaliteitsvolle Arabische preekteksten die door professionele vertalers in het behapbaar Nederlands worden omgezet, zodat ook de jonge moslims begrijpen wat gezegd wordt en ze een connectie vinden met de preek. Stel een hoofd-imam aan die leidt en begeleidt, en zet moslimtheologen aan tot wetenschappelijk onderzoek naar de vrijdagpreek, de godsdienstbeleving en -identiteit van (jonge) moslims, en de maatschappelijke vragen waar ze mee zitten.

Saïd Aberkan werkt bij justitie als hoofd-islamconsulent binnen de penitentiaire inrichtingen, hij is vice-directeur van CIRRA, ondervoorzitter Platform Vlaamse Imams en Moslimdeskundigen, auteur van het boek "Moslims achter tralies" (wordt binnnekort uitgegeven bij Van Halewyck). Is master in islamitische geestelijke verzorging (IUR) en master islamitische theologie (KU Leuven).Hij is medeoprichter van CIRRA (Centre of Expertise for Intellectual Reformation, Research and Advice). Eén van de taken die CIRRA zichzelf stelt is een bijdrage leveren aan het creëren van een vrijdagbetoog dat beantwoordt aan onze tijdsgeest en de behoefte van de Vlaamse moslimjongeren.

Vooral jonge moslims vinden vandaag nauwelijks aansluiting bij de vrijdagdienst. Het risico bestaat dat ze elders antwoorden gaan zoeken op hun vragen. Haatpredikers doen sommigen van hen met opruiende speechen overstag gaan. Het tij kan keren door hier bij ons de vrijdagpreek tot onderwerp te maken van een maatschappelijk en wetenschappelijk debat.In de gevangenis heb ik recent een teruggekeerde Syriëstrijdster geïnterviewd voor mijn boek 'Moslims achter tralies'. Ze gaf toe dat een bekende prediker uit het Midden-Oosten haar met een emotionele, beladen preek via de sociale media heeft overtuigd om naar Syrië te vertrekken. Er zijn natuurlijk andere en dieperliggende oorzaken van radicalisering: jeugdige naïviteit, onwetendheid, moeilijk verteerbare religieuze beperkingen voor moslims in dit land. Maar in dit specifieke geval was de preek doorslaggevend omwille van zijn religieuze autoriteit. Prediken wordt op die manier een gevaarlijk en helaas efficiënt instrument om mensen te ronselen.De preek is per definitie een monoloog, géén debat of gesprek. En dus neemt de prediker een niet te onderschatten machtspositie in en heeft hij aldus een grote verantwoordelijkheid - in positieve, maar helaas ook in negatieve zin - zoals het voorbeeld hierboven aantoont.Het merendeel van de imams richt zich echter tot de moslimtoehoorders in een taal (het Arabisch) die ze steeds minder machtig zijn, zeker de jonge moslims. Bovendien is de inhoud van de meeste vrijdagpreken niet (genoeg) afgestemd op de leefwereld van de (jonge) toehoorders die in een Westerse context leven.Nog een reden tot ongerustheid over de huidige vorm van de vrijdagpreek, is het niveau van bepaalde predikers. Vrijwilligers van eigen bodem missen retorische bagage, importpredikers kennen de regio niet, en - in niet-erkende moskeeën - duiken steeds vaker ongeschoolde predikers op. En dan zijn er nog - buiten categorie - de haatpredikers. Gelukkig zijn het uitzonderingen, maar recent zijn er toch een aantal incidenten geweest rond controversiële uitspraken van imams in Vlaamse en Nederlandse moskeeën.Ik ben zelf actief als prediker en heb in die hoedanigheid veel contact met collega-predikers. Tegenwoordig is het maar een minderheid die elke week eigenhandig de preek voorbereidt. Een goede preek vraagt tijd, energie en enige theologische kennis. Ik hoor steeds meer: preken is een moeilijke opdracht, de voorbereiding soms al helemaal onmogelijk. De predikers zoeken hun preken bijgevolg steeds meer online. Het risico hierbij is dat zij niet kritisch genoeg zijn en misschien ongewild achterhaalde, irrelevante of zelfs laakbare ideeën overnemen.Geen verwijt naar de imams zelf - toch niet die met positieve bedoelingen -, wél naar de structuur die dit mogelijk maakt, of juister: die gewoonweg ontbreekt. Er is geen begeleiding, geen opleiding en geen leiding.Daarom pleit ik ervoor dat de vrijdagpreek onderwerp wordt van maatschappelijk debat én wetenschappelijk onderzoek. De vrijdagpreek is tot op vandaag nog niet in zijn geheel als communicatiemodel onderzocht, zeker niet vanuit het standpunt van de toehoorders. Nieuwe inzichten kunnen het concept van de preek bijsturen en zelfs leiden tot een volwaardige opleiding preekkunde.Een maatschappelijk debat bestaat bij ons evenmin. Het Egyptische ministerie van religieuze zaken stelde ondanks de gemiddeld goede kwaliteit van de vrijdagpreken voor om de inhoud te centraliseren: één uniforme tekst die wekelijks wordt uitgestuurd naar alle imams. Dat voorstel stuitte op hevig verzet. Het plan haalde het niet. In andere moslimlanden voerden ze de regel wél door. Absurd, vind ik. Centraliseren stagneert het islamitisch discours, beknot de eloquente predikers en ondermijnt de rol van de prediker tout court. Maar het debat bestààt daar, en dat is positief.Vernieuwing is geen exclusieve uitdaging voor de islam. Ook andere godsdiensten staan open voor evolutie. De jongste jaren ging heel wat aandacht naar uitgerekend het gegeven van de homilie in de Rooms-Katholieke Kerk. Meer bepaald Benedictus en Franciscus - de vorige en de huidige paus - publiceerden een aantal officiële aanbevelingen. Zo moet een preek inspirerend zijn, aansluiten bij de Schrift én bij het dagelijkse leven.In het Evangelii Gaudium besteedt paus Franciscus vijftien bladzijden aan de homilie. Het is een oproep om voldoende tijd en energie te besteden aan de voorbereiding van de preek. Een pleidooi voor een preek met een boeiende inhoud: men wil uiteraard dat de gelovigen luisteren naar de homilie, maar ze moeten de homilie het liefst ook interessant vinden. Met andere woorden: men wil de aandacht verschuiven van een normatieve preek (wat een gelovige moet doen om een goede Christen te zijn) naar homilie met interessante informatie waar een gelovige kan over nadenken. Dit iets waar moslims ook zeker over moeten nadenken.Een samenleving is dynamisch. Imams moeten die maatschappij in verandering in hun vrijdagpreken integreren. En dus moeten ze hun kennis van die samenleving telkens weer opfrissen. De Westerse context heeft bovendien onvermijdelijk invloed op de inhoudelijke ontwikkeling van de islam.Daarom is het hoog tijd dat we gaan nadenken over hoe we het niveau van de predikers kunnen opkrikken. Er zijn heel wat opties: denk maar aan verplichte bijscholing over preekkunde in onze hedendaagse context en aan kwaliteitsvolle Arabische preekteksten die door professionele vertalers in het behapbaar Nederlands worden omgezet, zodat ook de jonge moslims begrijpen wat gezegd wordt en ze een connectie vinden met de preek. Stel een hoofd-imam aan die leidt en begeleidt, en zet moslimtheologen aan tot wetenschappelijk onderzoek naar de vrijdagpreek, de godsdienstbeleving en -identiteit van (jonge) moslims, en de maatschappelijke vragen waar ze mee zitten. Saïd Aberkan werkt bij justitie als hoofd-islamconsulent binnen de penitentiaire inrichtingen, hij is vice-directeur van CIRRA, ondervoorzitter Platform Vlaamse Imams en Moslimdeskundigen, auteur van het boek "Moslims achter tralies" (wordt binnnekort uitgegeven bij Van Halewyck). Is master in islamitische geestelijke verzorging (IUR) en master islamitische theologie (KU Leuven).Hij is medeoprichter van CIRRA (Centre of Expertise for Intellectual Reformation, Research and Advice). Eén van de taken die CIRRA zichzelf stelt is een bijdrage leveren aan het creëren van een vrijdagbetoog dat beantwoordt aan onze tijdsgeest en de behoefte van de Vlaamse moslimjongeren.