Hoewel het de burgeroorlog in Irak officieel eindigde in 2017, vallen jaarlijks nog honderden slachtoffers door de restanten van het conflict. De strijd tegen de moslimterroristische groepering Islamitische Staat (IS) liet het land verscheurd en bezaaid met dodelijke explosieven achter. De achtergebleven springtuigen vormen een continue bedreiging voor de bevolking. Maar liefst 8,5 miljoen Irakezen leven in gebieden die vol liggen met verborgen explosieven. Tussen 2018 en 2020 vielen 700 slachtoffers door achtergelaten landmijnen. De ontmijning van het land verloopt niet makkelijk. Het is een gevaarlijke karwei die in de stad zelfs zes keer zo duur is als op het platteland. In stedelijke gebieden is vaak zwaarder materiaal vereist en dreigen omliggende gebouwen in te storten, wat het tot een dure operatie maakt. Voor ontmijningswerkzaamheden in Irak is jaarlijks zo'n 170 tot 180 miljoen dollar vereist. In Mosoel alleen, ooit een IS-bolwerk, is al 50 miljoen dollar per jaar nodig om de stad vrij van explosieven te maken. Het explosiegevaar zorgt voor permanente angst en ontwrichting in Irakese gemeenschappen. Constante waakzaamheid is nodig, zegt Handicap International. "In Irak is er geen sprake van duidelijk afgebakende mijnenvelden", vertelt Taslid?an Al-Osta. "Het gaat om boobytraps die tot ontploffing komen zodra iemand het huis betreedt, luchtbommen die niet zijn ontploft bij impact en die begraven liggen onder metershoog puin, speelgoed waarin explosieven zijn verstopt ..." Met het onderzoek dat zich focust op de dichtbevolkte provincie Ninawa, hoopt Handicap International de aanhoudende problematiek aan de kaak te stellen en zo burgers te beschermen. "Bommen en steden gaan niet samen. Hebben landen dan echt nóg meer bewijs nodig om zich uit te spreken tegen het gebruik van explosieve wapens met een grote impactzone in bevolkte gebieden?", vraagt Taslid?an Al-Osta. (Belga)

Hoewel het de burgeroorlog in Irak officieel eindigde in 2017, vallen jaarlijks nog honderden slachtoffers door de restanten van het conflict. De strijd tegen de moslimterroristische groepering Islamitische Staat (IS) liet het land verscheurd en bezaaid met dodelijke explosieven achter. De achtergebleven springtuigen vormen een continue bedreiging voor de bevolking. Maar liefst 8,5 miljoen Irakezen leven in gebieden die vol liggen met verborgen explosieven. Tussen 2018 en 2020 vielen 700 slachtoffers door achtergelaten landmijnen. De ontmijning van het land verloopt niet makkelijk. Het is een gevaarlijke karwei die in de stad zelfs zes keer zo duur is als op het platteland. In stedelijke gebieden is vaak zwaarder materiaal vereist en dreigen omliggende gebouwen in te storten, wat het tot een dure operatie maakt. Voor ontmijningswerkzaamheden in Irak is jaarlijks zo'n 170 tot 180 miljoen dollar vereist. In Mosoel alleen, ooit een IS-bolwerk, is al 50 miljoen dollar per jaar nodig om de stad vrij van explosieven te maken. Het explosiegevaar zorgt voor permanente angst en ontwrichting in Irakese gemeenschappen. Constante waakzaamheid is nodig, zegt Handicap International. "In Irak is er geen sprake van duidelijk afgebakende mijnenvelden", vertelt Taslid?an Al-Osta. "Het gaat om boobytraps die tot ontploffing komen zodra iemand het huis betreedt, luchtbommen die niet zijn ontploft bij impact en die begraven liggen onder metershoog puin, speelgoed waarin explosieven zijn verstopt ..." Met het onderzoek dat zich focust op de dichtbevolkte provincie Ninawa, hoopt Handicap International de aanhoudende problematiek aan de kaak te stellen en zo burgers te beschermen. "Bommen en steden gaan niet samen. Hebben landen dan echt nóg meer bewijs nodig om zich uit te spreken tegen het gebruik van explosieve wapens met een grote impactzone in bevolkte gebieden?", vraagt Taslid?an Al-Osta. (Belga)