De universiteiten van Leuven en Gent onderzoeken hoe ze het academiejaar kunnen hervormen. Een van de pistes die voorligt, zorgt voor deining op sociale media. Het is een systeem waarbij je bijvoorbeeld na modules van 5 weken onmiddellijk examens krijgt. Het element dat het academiejaar op 1 september zou starten met herexamens niet meer eind augustus maar onmiddellijk in juni en juli, zorgde al snel voor opmerkingen dat de universiteit meer school wordt. De studenten als leerlingen.

Hier voor of tegen zijn, is niet zo eenvoudig als het lijkt. Eerst en vooral omdat er veel pistes zijn waar je voor of tegen kan ook maar ook omdat zoals vaak in onderwijs er voor alles zowel voor- als nadelen zijn. Onderwijs gaat steeds over kiezen en verwacht niet van een eenvoudige pedagoog om gerespecteerde instellingen een keuze voor te schotelen. Wel wil ik schetsen hoe complex dergelijke keuzes soms kunnen zijn.

'Academiejaar starten op 1 september: gevolgen overstijgen de eigen instellingen'

De argumentatie voor bijvoorbeeld een modulair systeem is helder: studenten worden zo meer betrokken en de evaluatie sluit dichter aan bij wanneer men de leerstof verwerkte. Uit een proefprojct van de KULeuven blijkt niet onmiddellijk een grote winst in prestaties, maar 1 ding viel wel op: de studenten wisten sneller of de richting al dan niet iets voor hen was. De deelnemende professoren waren over het geheel genomen positief over het OASE-experiment.

In een dergelijke benadering zou er trouwens wellicht ook nog steeds plaats zijn voor vakken die over een langere periode lopen, ik zie toch in de meeste modellen ook nog plaats voor andere examens. Besef ook dat dergelijke veranderingen niet betekent dat hoorcolleges en meerkeuze-examens zullen verdwijnen. Deze zijn misschien niet altijd zo effectief, qua prijs-efficiëntie scoren ze hoog genoeg om niet te verdwijnen.

Inzet van jongeren in het vrijwilligerswerk

Maar alles heeft een prijs. De invoering van het semestersysteem heeft zo de participatie van jongeren in het vrijwilligerswerk verandert. Mogelijk is het vrijwilligerswerk niet per se verminderd, maar kent het wel veranderingen. door de invoering van permanente evalutie (iets wat ik als onderwijskundige zeker kan begrijpen) en een kalender die niet meer matcht met - o ironie - de schoolkalender, komen langdurige engagementen in jeugdbeweging onder druk te staan. Zo zagen de Scouts een duidelijke inkorting van het aantal jaar dat iemand leider was tussen 2000 en 2009. De verschillende jeugdbewegingen kennen een groeiend succes, maar tegelijk moesten ze al herhaaldelijk aan de noodbel trekken omdat het steeds moeilijker wordt voor de begeleiders.

Gisteren op radio 1 gaf de onderwijsdirecteur van Universiteit Gent aan dat dergelijke kalenders ook al vaak in het buitenland gebruikt wordt, zonder merkelijk verlies aan engagement. Ik kan dit best geloven, maar vergelijken in onderwijs is vaak moeilijk. Zo kan het belang dat gehecht wordt aan extracurriculaire activiteiten bij sollicitaties behoorlijk van regio tot regio verschillen. Twenge zag zo in haar onderzoek een stijgende toename in de VS aan vrijwilligerswerk bij 18-jarigen, maar vermoedde dat de oorzaak niet noodzakelijk altruistisch was. Het werd misschien gewoon meer verwacht door zowel onderwijsinstellingen als latere werkgevers.

Ondertussen blijken andere universiteiten zoals de UA of de VUB niet van plan om dergelijke veranderingen door te voeren. Ook hier kan je voor- en nadelen zien. Een diversiteit aan onderwijsbenaderingen kan je als keuze-rijkdom beschouwen voor studenten, tenminste als die wat minder honkvast worden en op basis van aanpak willen kiezen. Anderzijds wordt de mobiliteit tussen instellingen mogelijk weer wat minder makkelijk.

U merkt het, de universiteiten van Leuven en Gent, en bij uitbreiding alle instellingen hoger onderwijs in Vlaanderen staan voor complexe keuzes waarvan de consequenties de eigen instelling overstijgen.

En nu ga ik zelf terug les geven, binnen enkele weken zijn het examens...