Twintigduizend. Dat is het aantal keer dat België jaarlijks een zwangerschap wordt afgebroken. Daarnaast zijn er een aantal Belgen die elders, ondermeer in Nederland, een abortus laten uitvoeten. Daar kan dat momenteel immers tot 22 weken, daar waar die termijn in België op 12 weken is bepaald. Of die termijn bij ons ook moet worden verlengd, is een discussie die geregeld wordt aangezwengeld, maar in het parlement nog niet beslecht werd.

Abortus: 'Er wordt gediscussieerd over de te volgen koers, maar in werkelijkheid varen we blind'

Nu, twintigduizend dus? Wel, dat vermoéden we althans, want over recente cijfers beschikken we niet. Nochtans werd in 1990 bij wet de Nationale Evaluatiecommissie opgericht, die 2-jaarlijks een verslag dient te publiceren met daarin alle relevante cijfers. Twaalf keer werd dit rapport gepubliceerd, maar sinds 2012 blijkt dit niet meer te lukken, klaarblijkelijk door problemen bij het samenstellen van deze commissie. Aangezien de Evaluatiecommissie rechtstreeks onder de bevoegdheid valt van de Kamer, zou het goed zijn indien Siegfried Bracke duidelijkheid zou kunnen scheppen: wanneer wordt de rapportering opnieuw wordt opgenomen? Zes jaar lang geen opvolging van zo'n belangrijk maatschappelijk gegeven is zonder meer onaanvaardbaar. Men discussieert over de te volgen koers, maar in werkelijkheid varen we blind.

Waarom wordt een zwangerschap afgebroken?

De cijfers over de periode 1993-2011 zijn wel beschikbaar, en deze bevatten bijzonder interessante informatie, bijvoorbeeld over de reden van het afbreken van de zwangerschap. Met kop en schouders steekt 'het niet aanvaarden van de zwangerschap' er bovenuit. 53% van de vrouwen die een zwangerschap laat afbreken deed dit in 2011 omdat ze zich te oud (2%) of te jong (11%) voelde, alleenstaand is (3%), omwille van studies (8%), omdat haar gezin al voltooit is (18%) of ze geen kinderwens heeft (11%).

Op plaatsen 2 en 3 werden familiale- of relationele redenen genoemd (24%), of financieel/materiele (15%). Wat opvalt is dat deze redenen behoorlijk structureel zijn. Het gaat dus meestal niet om zaken die zich 'acuut' of 'onvoorzien' voordoen, zoals het in gevaar zijn van de lichamelijke gezondheid van moeder of kind (4%), of het afbreken van een zwangerschap na verkrachting of incest (0,2%). Een bijzonder interessante vraag lijkt dan ook: waarom worden in deze tijden nog zoveel vrouwen, die niet zwanger wensen te worden, toch zwanger?

Ook daarover bevat het rapport cijfers. Opvallende cijfers.

Bijna de helft gebruikt geen anticonceptie

Op de vraag 'waarom anticonceptie gefaald heeft', geeft 45% aan in de maand voor de zwangerschap geen anticonceptie te hebben gebruikt. Nog is 32% stelt wel anticonceptie gebruikt te hebben, maar niet op de juiste manier. Daarnaast is er nog 17% die ondanks het goed gebruiken van anticonceptie is zwanger geraakt, en tenslotte zegt 6% geen idee te hebben.Conclusie: 4 op de 5 abortussen zouden niet nodig zijn indien man en/of vrouw anticonceptie hadden gebruikt, en dit op de juiste manier. Aan de wil om deze te gebruiken zou het normaal niet mogen ontbreken, want het gaat in de overgrote meerderheid van de gevallen wil men - omwille van diverse redenen- op dit moment überhaupt niet zwanger worden.

Voorkomen

De belangrijkste vraag in het debat is dan ook: hoe kunnen we, door heel concrete maatregelen, deze 'te vermijden' zwangerschapsafbrekingen vermijden? Een abortus kan, integendeel tot het nemen van een pil of gebruiken van een condoom, immers een emotioneel erg ingrijpende ingreep zijn. Daarnaast is er de waarde van het ongeboren leven: voor sommigen sacraal en onaantastbaar, voor anderen een hoopje cellen zonder waarde, voor velen - mezelf inbegrepen - iets tussen deze beiden uitersten in. Het potentieel van bewust leven. Een hoopje cellen, dat op het ogenblik van de abortus soms wel al vingers en teentjes heeft.

Meer doen dan 'sensibiliseren'

Nu, wat kunnen we heel concreet voorstellen om het verschil te maken? Met de vage boodschap 'meer preventie' gaan we er immers niet komen. Wat werkt? Uit cijfers van Sensoa (2016) blijkt dat het gebruik van anticonceptie sinds 2004 in opmars is. Of dit de voorbije jaren ook een impact heeft gehad op de abortuspraktijk weten we niet, de cijfers ontbreken immers. Opvallendst is de verdubbeling (!) van anticonceptiegebruik bij de 15- tot 21-jarigen. Voor heel de groep van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd (15-49 jaar) is de stijging slechts 6 procentpunt (van 48% naar 54%). Een belangrijke verklaring hiervoor ligt volgens Sensoa bij het terugbetalingssysteem voor jongeren tot 21 jaar, dat in 2004 werd ingevoerd. Sindsdien krijgt elke jongere (jonger dan 21 jaar) per maand 3 euro korting krijgt bij de aankoop van anticonceptie. Deze korting komt bovenop de gedeeltelijke terugbetaling door de ziekteverzekering op sommige anticonceptiemiddelen, waardoor sommige middelen in de praktijk gratis worden.