Voor het onderzoek van Sciensano en KU Leuven werden van 8 tot 15 december 3.027 zorg- en hulpverleners ondervraagd over de gevolgen die de coronacrisis voor hen had op persoonlijk, professioneel en lichamelijk vlak. Daarbij werd ook gevraagd om de vergelijking te maken met de periode vóór COVID-19. Het onderzoek toont dus aan dat meer dan een vijfde van de zorg- en hulpverleners in december 2020 overwoog te stoppen met het uitoefenen van hun beroep. Mogelijk houdt dit verband met het feit dat de bevraagden zich meer geïsoleerd voelden op het werk, zich minder deel voelden van een team en zich vaker onzeker voelden in hun team. De voortdurende reorganisatie van het werk, als gevolg van de crisis, kan een oorzaak zijn. De verhoogde druk heeft ook op andere vlakken zijn tol geëist. Zo geven meer zorg- en hulpverleners aan dat ze zich vermoeid voelen (56 procent), dat ze onder druk staan (51 procent), zichzelf onvoldoende kunnen ontspannen (46 procent), of te maken hebben met slaaptekort (40 procent) of concentratiestoornissen (26 procent). Ook lichamelijke klachten die verband houden met chronische stress - zoals spier- en gewrichtspijn, hoofdpijn en maagproblemen - komen vaker voor. Volgens de onderzoekers blijkt voorts uit de enquête dat er grote vraag is naar meer ondersteuning. Meer dan de helft van de zorg- en hulpverleners gaf aan zeker of waarschijnlijk nood te hebben aan steun van zijn leidinggevende. Bijna 40 procent vroeg om bijstand van een professionele ondersteuner. De bevraging vond plaats bij zorg- en hulpverleners uit verschillende sectoren (ziekenhuizen, woonzorgcentra, de eerste lijn, de welzijnssector, ...) en uit de verschillende regio's van het land. Er werden ook nog eens 113 mantelzorgers ondervraagd, maar de resultaten voor die groep worden pas later bekendgemaakt. (Belga)

Voor het onderzoek van Sciensano en KU Leuven werden van 8 tot 15 december 3.027 zorg- en hulpverleners ondervraagd over de gevolgen die de coronacrisis voor hen had op persoonlijk, professioneel en lichamelijk vlak. Daarbij werd ook gevraagd om de vergelijking te maken met de periode vóór COVID-19. Het onderzoek toont dus aan dat meer dan een vijfde van de zorg- en hulpverleners in december 2020 overwoog te stoppen met het uitoefenen van hun beroep. Mogelijk houdt dit verband met het feit dat de bevraagden zich meer geïsoleerd voelden op het werk, zich minder deel voelden van een team en zich vaker onzeker voelden in hun team. De voortdurende reorganisatie van het werk, als gevolg van de crisis, kan een oorzaak zijn. De verhoogde druk heeft ook op andere vlakken zijn tol geëist. Zo geven meer zorg- en hulpverleners aan dat ze zich vermoeid voelen (56 procent), dat ze onder druk staan (51 procent), zichzelf onvoldoende kunnen ontspannen (46 procent), of te maken hebben met slaaptekort (40 procent) of concentratiestoornissen (26 procent). Ook lichamelijke klachten die verband houden met chronische stress - zoals spier- en gewrichtspijn, hoofdpijn en maagproblemen - komen vaker voor. Volgens de onderzoekers blijkt voorts uit de enquête dat er grote vraag is naar meer ondersteuning. Meer dan de helft van de zorg- en hulpverleners gaf aan zeker of waarschijnlijk nood te hebben aan steun van zijn leidinggevende. Bijna 40 procent vroeg om bijstand van een professionele ondersteuner. De bevraging vond plaats bij zorg- en hulpverleners uit verschillende sectoren (ziekenhuizen, woonzorgcentra, de eerste lijn, de welzijnssector, ...) en uit de verschillende regio's van het land. Er werden ook nog eens 113 mantelzorgers ondervraagd, maar de resultaten voor die groep worden pas later bekendgemaakt. (Belga)