Vroegtijdige schoolverlaters zijn jongeren tussen 18 en 25 jaar die het secundair onderwijs zonder diploma verlaten. Voor het tweede jaar op rij stijgt het aantal vroegtijdige schoolverlaters. Terwijl er voor het schooljaar 2015-2016 sprake was van 10,3 procent ongekwalificeerde uitstroom, is dat aandeel in 2016-2017 gestegen naar 11 procent. Dat de cijfers voor het tweede jaar op rij stijgen, heeft volgens minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) te maken met de aantrekkelijkheid van de arbeidsmarkt. Ook veel jongeren die nog geen diploma hebben, wagen namelijk hun kans op de arbeidsmarkt. Uit de cijfers blijkt dat het vooral gaat op jongens zonder diploma. Onder de jongens is sprake van een stijging van 12,6 naar 13,9 procent vroegtijdige schoolverlaters, terwijl het percentage bij de meisjes stabiel blijft op 8 procent. Nog een opvallende vaststelling is dat bijna een derde van de jongeren een jaar na het schoolverlaten wel ingeschreven is bij de Examencommissie secundair onderwijs of een centrum van het volwassenenonderwijs. "Het feit dat een grote groep alsnog zijn diploma wil halen toont aan dat het gaat om jongeren die niet noodzakelijk leermoe zijn", legt Crevits uit. Het deeltijds beroepssecundair onderwijs telt traditioneel het hoogste percentage vroegtijdige schoolverlaters. Daar is sprake van een stijging van 53 naar 58 procent. In het algemeen secundair onderwijs (aso) ligt het percentage het laagst (2,4 procent). In het tso verlaat 7,4 procent vroegtijdig de school, in het kso 12,8 procent en in het bso 17 procent. (Belga)

Vroegtijdige schoolverlaters zijn jongeren tussen 18 en 25 jaar die het secundair onderwijs zonder diploma verlaten. Voor het tweede jaar op rij stijgt het aantal vroegtijdige schoolverlaters. Terwijl er voor het schooljaar 2015-2016 sprake was van 10,3 procent ongekwalificeerde uitstroom, is dat aandeel in 2016-2017 gestegen naar 11 procent. Dat de cijfers voor het tweede jaar op rij stijgen, heeft volgens minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) te maken met de aantrekkelijkheid van de arbeidsmarkt. Ook veel jongeren die nog geen diploma hebben, wagen namelijk hun kans op de arbeidsmarkt. Uit de cijfers blijkt dat het vooral gaat op jongens zonder diploma. Onder de jongens is sprake van een stijging van 12,6 naar 13,9 procent vroegtijdige schoolverlaters, terwijl het percentage bij de meisjes stabiel blijft op 8 procent. Nog een opvallende vaststelling is dat bijna een derde van de jongeren een jaar na het schoolverlaten wel ingeschreven is bij de Examencommissie secundair onderwijs of een centrum van het volwassenenonderwijs. "Het feit dat een grote groep alsnog zijn diploma wil halen toont aan dat het gaat om jongeren die niet noodzakelijk leermoe zijn", legt Crevits uit. Het deeltijds beroepssecundair onderwijs telt traditioneel het hoogste percentage vroegtijdige schoolverlaters. Daar is sprake van een stijging van 53 naar 58 procent. In het algemeen secundair onderwijs (aso) ligt het percentage het laagst (2,4 procent). In het tso verlaat 7,4 procent vroegtijdig de school, in het kso 12,8 procent en in het bso 17 procent. (Belga)