Dinsdag vulden 346.000 mensen de vragenlijst van de UAntwerpen volledig in. Dat is aanzienlijk minder dan bij de eerste ronde een week eerder, toen 560.000 Belgen deelnamen. "We beseffen dat deze tweede golf een grotere inspanning vergde van de deelnemers", zegt Koen Pepermans van de faculteit Sociale Wetenschappen. "We zijn iedereen die geheel of gedeeltelijk de bevraging invulde daarom zeer erkentelijk voor hun tijd en hulp. Ook met 346.000 deelnemers blijft deze bevraging een uniek burgeronderzoek en levert ze een enorme hoeveelheid informatie op. De data delen we natuurlijk ook met het wetenschappelijk comité dat de overheid adviseert tijdens de aanpak van deze coronacrisis." Uit de eerste snelle analyse blijkt dat het aandeel thuiswerkers gestegen is van 67 naar 75 procent. Twintig procent van de respondenten werkt nog wel op locatie, maar geeft aan dat er goede maatregelen ingevoerd werden. Van zij die op locatie werken, zegt 82 procent dat het niet anders kan. Twaalf procent stelt niet thuis te mogen werken van de leidinggevende. De richtlijn om geen hand of zoen meer te geven aan niet-huisgenoten, lijkt goed te worden opgevolgd. Drieënnegentig procent gaf na 17 maart, bij het verscherpen van de eerste reeks richtlijnen, geen hand of zoen meer. Eenentwintigduizend respondenten deden het nog wel: hoe jonger de respondent, hoe vaker het nog gebeurt. De tweede ronde informeerde ook naar het mentaal welbevinden. Tweeëndertig procent zegt zich slechter te kunnen concentreren. Dertig procent slaapt slechter dan gewoonlijk. Tweeënveertig procent voelt zich meer onder druk gezet dan gewoonlijk en 42 procent van de respondenten geeft aan zich wat neerslachtiger dan gewoonlijk te voelen. Op dinsdag 31 maart vindt de volgende golf van de bevraging plaats. (Belga)

Dinsdag vulden 346.000 mensen de vragenlijst van de UAntwerpen volledig in. Dat is aanzienlijk minder dan bij de eerste ronde een week eerder, toen 560.000 Belgen deelnamen. "We beseffen dat deze tweede golf een grotere inspanning vergde van de deelnemers", zegt Koen Pepermans van de faculteit Sociale Wetenschappen. "We zijn iedereen die geheel of gedeeltelijk de bevraging invulde daarom zeer erkentelijk voor hun tijd en hulp. Ook met 346.000 deelnemers blijft deze bevraging een uniek burgeronderzoek en levert ze een enorme hoeveelheid informatie op. De data delen we natuurlijk ook met het wetenschappelijk comité dat de overheid adviseert tijdens de aanpak van deze coronacrisis." Uit de eerste snelle analyse blijkt dat het aandeel thuiswerkers gestegen is van 67 naar 75 procent. Twintig procent van de respondenten werkt nog wel op locatie, maar geeft aan dat er goede maatregelen ingevoerd werden. Van zij die op locatie werken, zegt 82 procent dat het niet anders kan. Twaalf procent stelt niet thuis te mogen werken van de leidinggevende. De richtlijn om geen hand of zoen meer te geven aan niet-huisgenoten, lijkt goed te worden opgevolgd. Drieënnegentig procent gaf na 17 maart, bij het verscherpen van de eerste reeks richtlijnen, geen hand of zoen meer. Eenentwintigduizend respondenten deden het nog wel: hoe jonger de respondent, hoe vaker het nog gebeurt. De tweede ronde informeerde ook naar het mentaal welbevinden. Tweeëndertig procent zegt zich slechter te kunnen concentreren. Dertig procent slaapt slechter dan gewoonlijk. Tweeënveertig procent voelt zich meer onder druk gezet dan gewoonlijk en 42 procent van de respondenten geeft aan zich wat neerslachtiger dan gewoonlijk te voelen. Op dinsdag 31 maart vindt de volgende golf van de bevraging plaats. (Belga)