In 2018-2019 verliet 12,1 procent van de leerlingen het secundair onderwijs zonder kwalificatie hoger secundair. Het schooljaar voordien was dat nog 11,8 procent. De stijging is al enkele jaren aan de gang, al was ze het laatste "normale" jaar voor de coronacrisis iets minder uitgesproken. Er zijn duidelijke verschillen tussen de onderwijsvormen. In het ASO was sprake van 3,2 procent schoolverlaters, terwijl dat in het beroepssecundair onderwijs opliep tot 17,8 procent. Meer jongens dan meisjes haken vroeger af en het fenomeen is duidelijker aanwezig in de centrumsteden en in het Brussels gewest dan daarbuiten. Bij jongeren die thuis geen Nederlands spreken, lag de kans op uitstroom zonder diploma ruim drie keer hoger dan bij jongeren die thuis alleen Nederlands spreken: 26,1 procent tegen 7,6 procent. Bij jongeren van wie de moeder een diploma hoger onderwijs heeft, verliet 4,7 procent vroegtijdig de schoolbanken. Bij jongeren waarvan de moeder geen diploma lager onderwijs heeft, liep dat op tot 32,1 procent. "We houden de vinger zo veel mogelijk aan de pols, want we vrezen dat de coronacrisis en in het bijzonder de sluiting van de scholen het aantal schoolverlaters zal opdrijven", zegt minister Weyts. "We gaan er ook voor moeten zorgen dat het volwassenenonderwijs meer dan ooit klaar staat om de schoolverlaters van vroegere jaren toch nog aan een kwalificatie te helpen. In goede economische tijden vinden schoolverlaters zonder diploma in veel gevallen nog wel werk, maar in slechte economische tijden zijn deze mensen vaak de eersten om te moeten gaan." De minister vreest ook dat de coronacrisis gevolgen zal hebben voor die vroegere schoolverlaters. "Wie voor corona nog makkelijk werk vond zonder diploma, zou na de uitbraak van corona de eerste kunnen zijn die ontslagen wordt." (Belga)

In 2018-2019 verliet 12,1 procent van de leerlingen het secundair onderwijs zonder kwalificatie hoger secundair. Het schooljaar voordien was dat nog 11,8 procent. De stijging is al enkele jaren aan de gang, al was ze het laatste "normale" jaar voor de coronacrisis iets minder uitgesproken. Er zijn duidelijke verschillen tussen de onderwijsvormen. In het ASO was sprake van 3,2 procent schoolverlaters, terwijl dat in het beroepssecundair onderwijs opliep tot 17,8 procent. Meer jongens dan meisjes haken vroeger af en het fenomeen is duidelijker aanwezig in de centrumsteden en in het Brussels gewest dan daarbuiten. Bij jongeren die thuis geen Nederlands spreken, lag de kans op uitstroom zonder diploma ruim drie keer hoger dan bij jongeren die thuis alleen Nederlands spreken: 26,1 procent tegen 7,6 procent. Bij jongeren van wie de moeder een diploma hoger onderwijs heeft, verliet 4,7 procent vroegtijdig de schoolbanken. Bij jongeren waarvan de moeder geen diploma lager onderwijs heeft, liep dat op tot 32,1 procent. "We houden de vinger zo veel mogelijk aan de pols, want we vrezen dat de coronacrisis en in het bijzonder de sluiting van de scholen het aantal schoolverlaters zal opdrijven", zegt minister Weyts. "We gaan er ook voor moeten zorgen dat het volwassenenonderwijs meer dan ooit klaar staat om de schoolverlaters van vroegere jaren toch nog aan een kwalificatie te helpen. In goede economische tijden vinden schoolverlaters zonder diploma in veel gevallen nog wel werk, maar in slechte economische tijden zijn deze mensen vaak de eersten om te moeten gaan." De minister vreest ook dat de coronacrisis gevolgen zal hebben voor die vroegere schoolverlaters. "Wie voor corona nog makkelijk werk vond zonder diploma, zou na de uitbraak van corona de eerste kunnen zijn die ontslagen wordt." (Belga)