In 2020 werden er 63.611 kinderen geboren met een moeder die in het Vlaams Gewest woont. Dat zijn er meer dan 1.000 minder dan het jaar ervoor. Het is van 2003 geleden dat het geboortecijfer lager lag dan in 2020. In de provincies Limburg en Antwerpen daalt het geboortecijfer met respectievelijk 4 procent en 3,8 procent het sterkst. In West-Vlaanderen daalt het cijfer maar met een halve procent en in Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen is er zelfs een lichte stijging. Gemiddeld krijgt een vrouw in Vlaanderen nu 1,56 kinderen. Ook dat cijfer ligt op het laagste punt sinds begin deze eeuw.

Van alle kinderen geboren in 2020 heeft 30,1 procent een moeder van buitenlandse origine. Dat zijn vrouwen die bij hun geboorte de Belgische nationaliteit niet hadden. Dit is een lichte stijging tegenover 2019 die zich doorzet in alle Vlaamse provincies. De meest voorkomende buitenlandse geboortenationaliteiten zijn Marokkaans, Nederlands en Roemeens. Net als in 2019 is de taal tussen moeder en kind bij 30 procent van de pasgeboren kinderen geen Nederlands. In Vlaams-Brabant ligt dit cijfer het hoogst. Daar spreekt 45,9 procent van de moeders geen Nederlands met haar kind. De meest voorkomende andere talen zijn Frans, Arabisch en Turks.

Er zijn wel grote verschillen tussen de provincies. In Antwerpen en West-Vlaanderen komt Arabisch het meeste voor, in Limburg Turks en in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant Frans. In deze laatste provincie is de taal tussen de moeder en haar in 2020 geboren kind in bijna een kwart van de gevallen Frans. De laatste vijf jaar is het percentage nieuwgeboren kinderen met een moeder jonger dan 30 gedaald met bijna vier procentpunten, van 47,7 procent naar 43,8 procent. Het percentage geboren kinderen met een moeder jonger dan 20 lag in 2020 op één procent. In vergelijking met 2019 is het aandeel moeders boven de 40 gelijk gebleven. De lockdown lijkt ook niet voor een babyboom gezorgd te hebben want ook begin 2021 zien we geen stijging in het geboortecijfer.

In 2020 werden er 63.611 kinderen geboren met een moeder die in het Vlaams Gewest woont. Dat zijn er meer dan 1.000 minder dan het jaar ervoor. Het is van 2003 geleden dat het geboortecijfer lager lag dan in 2020. In de provincies Limburg en Antwerpen daalt het geboortecijfer met respectievelijk 4 procent en 3,8 procent het sterkst. In West-Vlaanderen daalt het cijfer maar met een halve procent en in Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen is er zelfs een lichte stijging. Gemiddeld krijgt een vrouw in Vlaanderen nu 1,56 kinderen. Ook dat cijfer ligt op het laagste punt sinds begin deze eeuw. Van alle kinderen geboren in 2020 heeft 30,1 procent een moeder van buitenlandse origine. Dat zijn vrouwen die bij hun geboorte de Belgische nationaliteit niet hadden. Dit is een lichte stijging tegenover 2019 die zich doorzet in alle Vlaamse provincies. De meest voorkomende buitenlandse geboortenationaliteiten zijn Marokkaans, Nederlands en Roemeens. Net als in 2019 is de taal tussen moeder en kind bij 30 procent van de pasgeboren kinderen geen Nederlands. In Vlaams-Brabant ligt dit cijfer het hoogst. Daar spreekt 45,9 procent van de moeders geen Nederlands met haar kind. De meest voorkomende andere talen zijn Frans, Arabisch en Turks. Er zijn wel grote verschillen tussen de provincies. In Antwerpen en West-Vlaanderen komt Arabisch het meeste voor, in Limburg Turks en in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant Frans. In deze laatste provincie is de taal tussen de moeder en haar in 2020 geboren kind in bijna een kwart van de gevallen Frans. De laatste vijf jaar is het percentage nieuwgeboren kinderen met een moeder jonger dan 30 gedaald met bijna vier procentpunten, van 47,7 procent naar 43,8 procent. Het percentage geboren kinderen met een moeder jonger dan 20 lag in 2020 op één procent. In vergelijking met 2019 is het aandeel moeders boven de 40 gelijk gebleven. De lockdown lijkt ook niet voor een babyboom gezorgd te hebben want ook begin 2021 zien we geen stijging in het geboortecijfer.