In 2020 is het aantal dieren dat gebruikt werd bij experimenten, blijven dalen, met name in het fundamenteel onderzoek, aangezien er 55.688 dieren werden gebruikt. Dat zijn er 9,5% minder dan in 2019. "Ik ben uiteraard verheugd dat het aantal labodieren de voorbije jaren verminderd is, maar we moeten deze cijfers met de nodige voorzichtigheid behandelen. In 2020 werden bepaalde wetenschappelijke onderzoeken immers wellicht uitgesteld en bepaalde experimenten konden niet worden uitgevoerd als gevolg van de COVID-crisis", relativeert Clerfayt de positieve cijfers. De daling maakt deel uit van een bredere trend, die sinds 2015 geleid heeft tot een vermindering van ongeveer 36% van het aantal dieren dat voor experimentele doeleinden wordt gebruikt. In 2020 bestond 97% van de proefdieren uit knaagdieren, waarvan 91% muizen waren. Er werden ook enkele kippen (1%) en zebravissen (0,6%) gebruikt. Net als in 2019 werden geen honden, katten, paarden, ezels of primaten ingezet voor research. Meer dan de helft (69,81%) van de experimentele procedures met dieren in 2020 werd uitgevoerd voor fundamenteel onderzoek zoals kankerstudies (34,10%) en het immuunsysteem (21,82%). Dierproeven zijn strikt gereguleerd: onderzoekers moeten gebruikmaken van alternatieve methoden indien deze bestaan. Als er nog geen alternatieve methoden voorhanden zijn, genieten voor experimenten gebruikte dieren wettelijke bescherming en alle instellingen die vooraf erkend werden, worden aan controles onderworpen. Tegelijk investeert het Brussels Gewest massaal om bij te dragen aan het beperken en verminderen van het aantal labodieren. "De wetenschap is geëvolueerd en heeft voor alternatieven gezorgd waar geen laboratoriumdieren aan te pas komen, bijvoorbeeld gebaseerd op menselijke cellen die relevantere resultaten voor de mens opleveren. Het is dus van fundamenteel belang dat niet alleen dit soort methoden ontwikkeld kan worden, maar ook hun inventarisering en hun algemene bekendheid. Bijgevolg ondersteun ik een project van de VUB met een bedrag van 250.000 euro dat het massaal verspreiden van deze alternatieven via het platform IC-3Rs (https://www.ic-3rs.org/) voor ogen heeft", besluit Bernard Clerfayt. (Belga)

In 2020 is het aantal dieren dat gebruikt werd bij experimenten, blijven dalen, met name in het fundamenteel onderzoek, aangezien er 55.688 dieren werden gebruikt. Dat zijn er 9,5% minder dan in 2019. "Ik ben uiteraard verheugd dat het aantal labodieren de voorbije jaren verminderd is, maar we moeten deze cijfers met de nodige voorzichtigheid behandelen. In 2020 werden bepaalde wetenschappelijke onderzoeken immers wellicht uitgesteld en bepaalde experimenten konden niet worden uitgevoerd als gevolg van de COVID-crisis", relativeert Clerfayt de positieve cijfers. De daling maakt deel uit van een bredere trend, die sinds 2015 geleid heeft tot een vermindering van ongeveer 36% van het aantal dieren dat voor experimentele doeleinden wordt gebruikt. In 2020 bestond 97% van de proefdieren uit knaagdieren, waarvan 91% muizen waren. Er werden ook enkele kippen (1%) en zebravissen (0,6%) gebruikt. Net als in 2019 werden geen honden, katten, paarden, ezels of primaten ingezet voor research. Meer dan de helft (69,81%) van de experimentele procedures met dieren in 2020 werd uitgevoerd voor fundamenteel onderzoek zoals kankerstudies (34,10%) en het immuunsysteem (21,82%). Dierproeven zijn strikt gereguleerd: onderzoekers moeten gebruikmaken van alternatieve methoden indien deze bestaan. Als er nog geen alternatieve methoden voorhanden zijn, genieten voor experimenten gebruikte dieren wettelijke bescherming en alle instellingen die vooraf erkend werden, worden aan controles onderworpen. Tegelijk investeert het Brussels Gewest massaal om bij te dragen aan het beperken en verminderen van het aantal labodieren. "De wetenschap is geëvolueerd en heeft voor alternatieven gezorgd waar geen laboratoriumdieren aan te pas komen, bijvoorbeeld gebaseerd op menselijke cellen die relevantere resultaten voor de mens opleveren. Het is dus van fundamenteel belang dat niet alleen dit soort methoden ontwikkeld kan worden, maar ook hun inventarisering en hun algemene bekendheid. Bijgevolg ondersteun ik een project van de VUB met een bedrag van 250.000 euro dat het massaal verspreiden van deze alternatieven via het platform IC-3Rs (https://www.ic-3rs.org/) voor ogen heeft", besluit Bernard Clerfayt. (Belga)