De voorzitter van het speciale assisenhof, Jean-Louis Périès, nam gisteren deze beslissing na een heftig debat achter gesloten deuren in de raadkamer met advocaten van de verdediging en de burgerlijke partijen. Eerst was voorzien dat agenten van de Belgische antiterreurdiensten van 25 november tot 8 december fysiek moesten verschijnen voor het hof. Daarbij hadden ze net als alle getuigen in Frankrijk identiteit, leeftijd en adres moeten vrijgeven. Maar federaal procureur Frédéric Van Leeuw kantte zich begin deze week tegen die gang van zaken. Van Leeuw stuurde een brief naar de voorzitter van het hof van assisen en haalde daarin de "wettelijke onmogelijkheid" aan om de agenten zo te laten getuigen. Een wet van 2016 beschermt immers de identiteit van agenten van speciale eenheden of speurders die aan zeer zware dossiers werken. Van Leeuw stelde als compromis voor om de agenten te laten getuigen met een mondmasker, dat we kennen als een van de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus. De weigering om de Belgische agenten zomaar te laten getuigen, had het verloop van het proces in het gedrang kunnen brengen, valt te lezen. De rechtbank had geen andere keuze dan instemmen met de grieven van het Belgische gerecht. Na Van Leeuw had ook de topman van de Brusselse federale gerechtelijke politie, Eric Jacobs, een brief geschreven aan het hof. Hij signaleerde dat verschillende leden van de antiterreureenheden in het verleden doodsbedreigingen gekregen hadden. Die agenten in kwestie kregen nadien ernstige bescherming, bijvoorbeeld het bewaken van de woonst of ze mochten permanent hun wapen dragen. (Belga)

De voorzitter van het speciale assisenhof, Jean-Louis Périès, nam gisteren deze beslissing na een heftig debat achter gesloten deuren in de raadkamer met advocaten van de verdediging en de burgerlijke partijen. Eerst was voorzien dat agenten van de Belgische antiterreurdiensten van 25 november tot 8 december fysiek moesten verschijnen voor het hof. Daarbij hadden ze net als alle getuigen in Frankrijk identiteit, leeftijd en adres moeten vrijgeven. Maar federaal procureur Frédéric Van Leeuw kantte zich begin deze week tegen die gang van zaken. Van Leeuw stuurde een brief naar de voorzitter van het hof van assisen en haalde daarin de "wettelijke onmogelijkheid" aan om de agenten zo te laten getuigen. Een wet van 2016 beschermt immers de identiteit van agenten van speciale eenheden of speurders die aan zeer zware dossiers werken. Van Leeuw stelde als compromis voor om de agenten te laten getuigen met een mondmasker, dat we kennen als een van de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus. De weigering om de Belgische agenten zomaar te laten getuigen, had het verloop van het proces in het gedrang kunnen brengen, valt te lezen. De rechtbank had geen andere keuze dan instemmen met de grieven van het Belgische gerecht. Na Van Leeuw had ook de topman van de Brusselse federale gerechtelijke politie, Eric Jacobs, een brief geschreven aan het hof. Hij signaleerde dat verschillende leden van de antiterreureenheden in het verleden doodsbedreigingen gekregen hadden. Die agenten in kwestie kregen nadien ernstige bescherming, bijvoorbeeld het bewaken van de woonst of ze mochten permanent hun wapen dragen. (Belga)