Facebook, Google en Twitter ondertekenden vorig najaar een gedragscode waarin ze zich engageren om desinformatie en fake news op het internet te bestrijden. Met het oog op de Europese verkiezingen moeten deze populaire platformen elke maand rapporteren hoe ver ze staan in de strijd tegen valse accounts en bots, hoe ze politieke advertenties transparanter maken, etcetera. De rapporten over januari laten de Commissie echter op haar honger zitten. "De platformen hebben niet genoeg details verstrekt die aantonen dat het nieuwe beleid en de instrumenten tijdig en met voldoende middelen worden uitgerold in alle lidstaten. De rapporten verstrekken te weinig informatie over de resultaten die de inspanningen reeds opgeleverd hebben", stelt ze donderdag in een statement. Zo heeft Facebook bijvoorbeeld geen enkele info verstrekt over de wijze waarop het sociale netwerk de zichtbaarheid zal beperken van accounts en sites die geregeld fake news verspreiden. De Commissie stelt ook vast dat de onderneming van Mark Zuckerberg tot dusver slechts in acht van de 28 lidstaten een samenwerking met fact checkers op poten heeft gezet. Maar ook Google en Twitter tonen volgens de Commissie onvoldoende aan dat ze daadwerkelijk vooruitgang boeken. Er is dus nog veel werk aan de winkel. "De verkiezingscampagne gaat in maart volop van start. We moedigen de platformen aan om hun inspanningen op te drijven, want we maken ons zorgen over de situatie", stelt het statement. De samenwerking met de internetgiganten is slechts één van de maatregelen die de Commissie in de steigers heeft gezet in de aanloop naar de verkiezingen. Europa gaat dit jaar dubbel zoveel geld uitgeven voor de screening van 'fake news'. Ook wordt een snel waarschuwingssysteem op poten gezet om de nationale overheden permanent te informeren over nieuwe dreigingen. De verspreiding van fake news zou volgens waarnemers van invloed kunnen geweest zijn in de campagnes rondom het brexit-referendum en de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016. Eerder al stipte de Commissie Rusland aan als voornaamste bron van campagnes die tot doel hebben om de stembusgang te beïnvloeden. (Belga)

Facebook, Google en Twitter ondertekenden vorig najaar een gedragscode waarin ze zich engageren om desinformatie en fake news op het internet te bestrijden. Met het oog op de Europese verkiezingen moeten deze populaire platformen elke maand rapporteren hoe ver ze staan in de strijd tegen valse accounts en bots, hoe ze politieke advertenties transparanter maken, etcetera. De rapporten over januari laten de Commissie echter op haar honger zitten. "De platformen hebben niet genoeg details verstrekt die aantonen dat het nieuwe beleid en de instrumenten tijdig en met voldoende middelen worden uitgerold in alle lidstaten. De rapporten verstrekken te weinig informatie over de resultaten die de inspanningen reeds opgeleverd hebben", stelt ze donderdag in een statement. Zo heeft Facebook bijvoorbeeld geen enkele info verstrekt over de wijze waarop het sociale netwerk de zichtbaarheid zal beperken van accounts en sites die geregeld fake news verspreiden. De Commissie stelt ook vast dat de onderneming van Mark Zuckerberg tot dusver slechts in acht van de 28 lidstaten een samenwerking met fact checkers op poten heeft gezet. Maar ook Google en Twitter tonen volgens de Commissie onvoldoende aan dat ze daadwerkelijk vooruitgang boeken. Er is dus nog veel werk aan de winkel. "De verkiezingscampagne gaat in maart volop van start. We moedigen de platformen aan om hun inspanningen op te drijven, want we maken ons zorgen over de situatie", stelt het statement. De samenwerking met de internetgiganten is slechts één van de maatregelen die de Commissie in de steigers heeft gezet in de aanloop naar de verkiezingen. Europa gaat dit jaar dubbel zoveel geld uitgeven voor de screening van 'fake news'. Ook wordt een snel waarschuwingssysteem op poten gezet om de nationale overheden permanent te informeren over nieuwe dreigingen. De verspreiding van fake news zou volgens waarnemers van invloed kunnen geweest zijn in de campagnes rondom het brexit-referendum en de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016. Eerder al stipte de Commissie Rusland aan als voornaamste bron van campagnes die tot doel hebben om de stembusgang te beïnvloeden. (Belga)