Volgens de directeur van Unia was de carnavalsstoet van Aalst en de kritiek die erover losgebrasten is "een kroniek van een aangekondigde polemiek". "We konden sinds vorig jaar verwachten dat de stoet in Aalst ook dit jaar problematisch zou worden, ook al hadden de mensen achter de vorig jaar omstreden praalwagen van de Vismooil'n een bezoek gebracht aan de Kazerne Dossin (door de nazi's tijdens WO II gebruikt als doorgangskamp om Joden en zigeuners te transporteren naar concentratiekampen, nvdr.) en ook al hadden ze een ontmoeting met mensen van Joodse organisaties in Antwerpen, maar het stadsbestuur van Aalst en in het bijzonder de burgemeester hebben hun verantwoordelijkheid niet opgenomen om te anticiperen op risico's en excessen." "Integendeel, door zich terug te trekken als Unesco-erfgoed hebben ze het teken gegeven dat alles kon en alles mocht", vervolgt Charlier. "Dat heeft gisteren geresulteerd in een reeks stereotypen van Joden, maar zeker het stereotype van de Jood als mier - weliswaar lokaal bedoeld als een woordspeling op 'klaagmier' - is in een nationale en internationale context niet te begrijpen en duidelijk antisemitisch. Het is een verwijzing naar de vernietiging van de Joden door de nazi's als een vorm van ongedierte." Charlier wijst er voorts op dat burgemeester Christoph D'Haese van Aalst drie keer is weggebleven van ontmoetingen die waren belegd met leden van Joodse organisaties. En ook op drie brieven om uitleg die door de Unesco zijn gestuurd, is vanuit ons land geen enkel antwoord gekomen, wat dan uiteindelijk geleid heeft tot het terugtrekken van het carnaval van Alalst als Unesco-erfgoed. Volgens Charlier moeten de organisatoren van het carnaval op een lokaal vlak begrijpen dat hun boodschap in deze tijden niet enkel lokaal worden gezien en geïnterpreteerd, maar globaal. Volgens Charlier zijn er jaarlijks een tachtigtal klachten die te maken hebben met het aanzetten tot haat, geweld en discriminatie. Die gaan over het antisemitisme zoals bij het carnaval in Aalst, maar ook andere lokale stoeten, zoals de Ducasse van de gemeente Ath of de carnavalsstoet in Malmédy lokken klachten uit, in dat geval omdat er zogeheten 'blackfaces' (mensen met zwartgemaakte gezichten) in meelopen, wat als een vorm van racisme wordt ervaren. (Belga)

Volgens de directeur van Unia was de carnavalsstoet van Aalst en de kritiek die erover losgebrasten is "een kroniek van een aangekondigde polemiek". "We konden sinds vorig jaar verwachten dat de stoet in Aalst ook dit jaar problematisch zou worden, ook al hadden de mensen achter de vorig jaar omstreden praalwagen van de Vismooil'n een bezoek gebracht aan de Kazerne Dossin (door de nazi's tijdens WO II gebruikt als doorgangskamp om Joden en zigeuners te transporteren naar concentratiekampen, nvdr.) en ook al hadden ze een ontmoeting met mensen van Joodse organisaties in Antwerpen, maar het stadsbestuur van Aalst en in het bijzonder de burgemeester hebben hun verantwoordelijkheid niet opgenomen om te anticiperen op risico's en excessen." "Integendeel, door zich terug te trekken als Unesco-erfgoed hebben ze het teken gegeven dat alles kon en alles mocht", vervolgt Charlier. "Dat heeft gisteren geresulteerd in een reeks stereotypen van Joden, maar zeker het stereotype van de Jood als mier - weliswaar lokaal bedoeld als een woordspeling op 'klaagmier' - is in een nationale en internationale context niet te begrijpen en duidelijk antisemitisch. Het is een verwijzing naar de vernietiging van de Joden door de nazi's als een vorm van ongedierte." Charlier wijst er voorts op dat burgemeester Christoph D'Haese van Aalst drie keer is weggebleven van ontmoetingen die waren belegd met leden van Joodse organisaties. En ook op drie brieven om uitleg die door de Unesco zijn gestuurd, is vanuit ons land geen enkel antwoord gekomen, wat dan uiteindelijk geleid heeft tot het terugtrekken van het carnaval van Alalst als Unesco-erfgoed. Volgens Charlier moeten de organisatoren van het carnaval op een lokaal vlak begrijpen dat hun boodschap in deze tijden niet enkel lokaal worden gezien en geïnterpreteerd, maar globaal. Volgens Charlier zijn er jaarlijks een tachtigtal klachten die te maken hebben met het aanzetten tot haat, geweld en discriminatie. Die gaan over het antisemitisme zoals bij het carnaval in Aalst, maar ook andere lokale stoeten, zoals de Ducasse van de gemeente Ath of de carnavalsstoet in Malmédy lokken klachten uit, in dat geval omdat er zogeheten 'blackfaces' (mensen met zwartgemaakte gezichten) in meelopen, wat als een vorm van racisme wordt ervaren. (Belga)