769 Vlaamse jongeren tussen 13 en 21 jaar oud vulden een vragenlijst in die gebaseerd is op de internationale "Violence Towards Athletes Questionnaire". De resultaten zijn onthutsend, zeggen de onderzoekers: 82 procent geeft aan al slachtoffer te zijn geweest van psychisch grensoverschrijdend gedrag, 55 procent van fysiek grensoverschrijdend gedrag en 27 procent van seksueel grensoverschrijdend gedrag. "Ook al zijn er de afgelopen jaren enkele belangrijke stappen gezet, dit nieuwe onderzoek toont aan dat grensoverschrijdend gedrag in de jeugdsport misschien nog ruimer verspreid is dan we aanvankelijk dachten." Vooral het voorkomen van psychisch grensoverschrijdend gedrag, zoals vernederen, bedreigen en overdreven negatief bekritiseren valt op. Ook het bewust negeren, uitsluiten of verwaarlozen van de jonge sporters wordt vaak gerapporteerd. 64 procent van de respondenten rapporteerde dergelijk gedrag door een trainer, 61 procent door een andere sporter en 44 procent door een ouder in de context van de sport. 41 procent meldde fysiek grensoverschrijdend gedrag door een trainer. Zo kreeg een kwart van alle deelnemers al eens een voorwerp naar z'n hoofd geslingerd en gaf een vijfde aan al door de trainer verplicht te zijn geweest om, tegen doktersadvies in, met een blessure verder te trainen. 20 procent van de respondenten ervoer al seksueel grensoverschrijdend gedrag door een andere sporter, 15 procent door een trainer. Daarbij gaat het vooral over grove opmerkingen of het stellen van ongewenst seksueel gedrag in de nabijheid van de sporter, zoals het imiteren van orale seks, aanstaren of nafluiten. 2,4 procent gaf aan betast te zijn door een trainer. 2 procent geeft aan door een andere sporter gedwongen te zijn tot seksuele handelingen. Volgens Evy Van Coppenolle, coördinator bij het Centrum Ethiek in de Sport, verstevigen deze cijfers de ambitie om de komende jaren nog meer in te zetten op maatregelen. "De voorbije jaren zijn heel wat stappen vooruitgezet, onder meer met concrete beleidsmaatregelen voor sportfederaties. Nu moeten al deze inspanningen doorsijpelen tot elke lokale sportclub. We voelen veel goede wil en engagement bij federaties en ook sportclubs, maar er is nog meer nood aan ondersteuning op maat en bijscholing voor clubbestuurders en trainers." Volgens de onderzoekers kunnen trainers een cruciale rol spelen bij het detecteren van en ingrijpen bij grensoverschrijdend gedrag. Thomas More lanceert dan ook een nieuwe bevraging voor jeugdtrainers, om inzicht te krijgen in wanneer ze wel of niet optreden en wat ze nodig hebben om dergelijk gedrag in de kiem te smoren. (Belga)

769 Vlaamse jongeren tussen 13 en 21 jaar oud vulden een vragenlijst in die gebaseerd is op de internationale "Violence Towards Athletes Questionnaire". De resultaten zijn onthutsend, zeggen de onderzoekers: 82 procent geeft aan al slachtoffer te zijn geweest van psychisch grensoverschrijdend gedrag, 55 procent van fysiek grensoverschrijdend gedrag en 27 procent van seksueel grensoverschrijdend gedrag. "Ook al zijn er de afgelopen jaren enkele belangrijke stappen gezet, dit nieuwe onderzoek toont aan dat grensoverschrijdend gedrag in de jeugdsport misschien nog ruimer verspreid is dan we aanvankelijk dachten." Vooral het voorkomen van psychisch grensoverschrijdend gedrag, zoals vernederen, bedreigen en overdreven negatief bekritiseren valt op. Ook het bewust negeren, uitsluiten of verwaarlozen van de jonge sporters wordt vaak gerapporteerd. 64 procent van de respondenten rapporteerde dergelijk gedrag door een trainer, 61 procent door een andere sporter en 44 procent door een ouder in de context van de sport. 41 procent meldde fysiek grensoverschrijdend gedrag door een trainer. Zo kreeg een kwart van alle deelnemers al eens een voorwerp naar z'n hoofd geslingerd en gaf een vijfde aan al door de trainer verplicht te zijn geweest om, tegen doktersadvies in, met een blessure verder te trainen. 20 procent van de respondenten ervoer al seksueel grensoverschrijdend gedrag door een andere sporter, 15 procent door een trainer. Daarbij gaat het vooral over grove opmerkingen of het stellen van ongewenst seksueel gedrag in de nabijheid van de sporter, zoals het imiteren van orale seks, aanstaren of nafluiten. 2,4 procent gaf aan betast te zijn door een trainer. 2 procent geeft aan door een andere sporter gedwongen te zijn tot seksuele handelingen. Volgens Evy Van Coppenolle, coördinator bij het Centrum Ethiek in de Sport, verstevigen deze cijfers de ambitie om de komende jaren nog meer in te zetten op maatregelen. "De voorbije jaren zijn heel wat stappen vooruitgezet, onder meer met concrete beleidsmaatregelen voor sportfederaties. Nu moeten al deze inspanningen doorsijpelen tot elke lokale sportclub. We voelen veel goede wil en engagement bij federaties en ook sportclubs, maar er is nog meer nood aan ondersteuning op maat en bijscholing voor clubbestuurders en trainers." Volgens de onderzoekers kunnen trainers een cruciale rol spelen bij het detecteren van en ingrijpen bij grensoverschrijdend gedrag. Thomas More lanceert dan ook een nieuwe bevraging voor jeugdtrainers, om inzicht te krijgen in wanneer ze wel of niet optreden en wat ze nodig hebben om dergelijk gedrag in de kiem te smoren. (Belga)