Stel, je zet 100 euro op een spaarrekening met een gegarandeerde opbrengst van 2 procent per jaar. Je doet geen extra stortingen en haalt ook geen geld af. Hoeveel staat er dan na 5 jaar op die rekening? *
...

Stel, je zet 100 euro op een spaarrekening met een gegarandeerde opbrengst van 2 procent per jaar. Je doet geen extra stortingen en haalt ook geen geld af. Hoeveel staat er dan na 5 jaar op die rekening? * Als u het niet meteen weet, hoeft u zich niet te schamen: liefst 50 procent van alle Belgen moet het antwoord schuldig blijven.Uit een recent onderzoek van Wikifin.be blijkt dat 63 procent van alle Belgen niet de nodige kennis, vaardigheden of attitudes heeft om verantwoord met geld om te gaan. Ze weten bijvoorbeeld niet hoe inflatie werkt, wat fiscaal pensioensparen precies is, welke gevaren de kredietkaart van hun supermarkt inhoudt, of hoe ze met hun bank moeten onderhandelen om een voordelige hypotheeklening te krijgen. 'Om je financiën goed te kunnen beheren, moet je bovendien je facturen op tijd betalen en je bankrekeningen in het oog houden', zegt economieprofessor Kristof De Witte, directeur van het onderzoekscentrum Leuven Economics of Education Research (KU Leuven). '63 procent van de Belgen scoort ondermaats op een van die domeinen. Zo blijkt 53 procent niet met een huishoudbudget te werken: ze stemmen hun uitgaven niet op hun inkomsten af. Anderen scoren dan weer slecht op het vlak van attitude: ze denken niet aan sparen en vinden dat geld moet rollen.' Dat is niet zonder gevolgen. Wie te weinig kennis of vaardigheden heeft, is minder geneigd om te sparen voor onvoorziene uitgaven, kampt met een hoger schuldniveau en zwaardere financieringskosten, belegt minder op de aandelenmarkten, en bouwt niet zoveel reserves op voor zijn pensioen. Wie zijn die 6 op de 10 Belgen die zo weinig van geldzaken afweten?Kristof De Witte: De usual suspects. Werklozen, alleenstaanden en laagopgeleiden die het met een bescheiden inkomen moeten doen en weinig financiële producten hebben. Ook leeftijd speelt een rol. De middengroep, pakweg tussen 35 en 65 jaar, heeft de grootste financiële kennis. Dat komt natuurlijk doordat zij meer met geldzaken bezig zijn. Omdat ze een huis willen kopen of bouwen, zoeken ze bijvoorbeeld uit wat een hypotheeklening hun zal kosten. Of ze gaan na wat ze het best met hun spaargeld kunnen doen. Oudere mensen blijken veel minder van geldzaken af te weten. Soms doordat hun partner, die zich altijd met de financiën bezighield, is overleden. Onrustwekkender is dat er iets schort aan de financiële geletterdheid van de aankomende generatie. Waaruit blijkt dat?De Witte: Onder meer uit de internationale PISA-studie, die peilt naar de kennis van 15-jarigen. 12 procent van de Vlaamse scholieren slaagt er niet in om het basisniveau op het vlak van financiële geletterdheid te behalen. In 2012 was dat nog 8,7 procent. Het probleem wordt dus groter. Veel jongeren kennen ook de waarde van geld niet. Een leerkracht uit het middelbaar onderwijs vertelde me dat hij zijn leerlingen tijdens een klasgesprek had gevraagd hoeveel een gemiddeld startersloon volgens hen bedraagt. Weet u wat het antwoord was? 2500 euro netto! Alsof er veel schoolverlaters zijn die zoveel verdienen. Veel jongeren maken zich ook de illusie dat ze later een huis van 600.000 of 700.000 euro zullen kunnen kopen. Ook veel te hoog gegrepen, natuurlijk. Moeten ouders hun kroost dan meer realiteitszin bijbrengen?De Witte: Het is in elk geval een goed idee om kinderen al op jonge leeftijd met geldzaken in contact te brengen. Als ze pas naar de lagere school gaan, kun je hun bijvoorbeeld uitleggen waarom mama en papa elke dag gaan werken en wat ze allemaal doen met het geld dat ze verdienen. Zonder in detail te treden kun je hun ook bijbrengen hoeveel een vakantie of een nieuwe auto kost. Door kinderen zakgeld te geven, leer je ze dan weer budgetteren. Als ze moeten kiezen of ze hun centen meteen aan snoep uitgeven of liever voor iets groters sparen, leren ze vanzelf dat je je uitgaven op je inkomsten moet afstemmen. Zo kun je de financiële opvoeding van je kinderen geleidelijk opbouwen. Dat loont ook: een veertienjarige die een bankkaart heeft en zijn zakgeld beheert, weet veel meer van geld af dan leeftijdgenoten die dat niet hebben. Zijn het niet vooral hoogopgeleide tweeverdieners die hun kroost een financiële opvoeding proberen te geven?De Witte: Dat is inderdaad een probleem. In vergelijking met de meeste andere landen scoren we op het vlak van financiële geletterdheid niet eens zo slecht in de PISA-studie, maar tussen de sterkste en zwakste presteerders gaapt een kenniskloof ter grootte van vier schooljaren. Vooral jongeren uit arme gezinnen hebben weinig financiële kennis. Bij die groep zitten ook veel tieners met een migratieachtergrond: zij worden soms ook nog door taalachterstand gehinderd. Het is in elk geval geen toeval dat de 5 procent van de Belgen die we 'financieel analfabeet' noemen, veelal in armoede leeft. Het gaat om mensen die niet begrijpen dat de brief die ze hebben ontvangen een factuur is. Of die niet inzien dat kopen op krediet gevaarlijk kan zijn. Omdat ze er zelf niet veel van afweten, kunnen ze hun kinderen amper iets over geldzaken leren. Net de jongeren die er door hun afkomst het meest baat bij zouden hebben, krijgen dus geen financiële opvoeding. En als je niet weet hoe je moet omgaan met het weinige geld dat je hebt, bestaat de kans dat je nog dieper in de problemen raakt. Het is die vicieuze cirkel die we moeten doorbreken. Hoe wilt u dat doen?De Witte: Door de lat zo vroeg mogelijk voor iedereen gelijk te leggen. De beste manier om dat te doen, is natuurlijk via het onderwijs. Daarom wordt financiële educatie vanaf het schooljaar 2019-2020 in de eindtermen van de eerste graad van de middelbare school opgenomen. In een speciale commissie zijn we op dit moment aan het vastleggen wat leerlingen op hun veertiende, als ze klaar zijn met het tweede jaar van de middelbare school, van geldzaken moeten afweten. Op die leeftijd heeft de helft al een eigen bankkaart en hebben de meesten een gsm waarvoor een abonnement moet worden betaald. Ze hebben dus al geregeld met geldzaken te maken en moeten daarmee leren omgaan. Niet zozeer omdat ze hun zakgeld dan beter zullen besteden, maar voor hun latere leven: wie op jonge leeftijd leert om verantwoord met geld om te springen, zal dat ook als volwassene beter kunnen. Via de scholen kunnen we trouwens niet alleen leerlingen uit alle lagen van de bevolking bereiken, maar ook hun ouders. Dat willen we toch proberen. Zo zouden we jongeren huiswerk kunnen geven waarbij ze ook hun vader of moeder moeten betrekken, zodat het hele gezin beter met geld leert omgaan. We moeten er daarbij wel over waken dat het niet te paternalistisch wordt. U lijkt wel erg veel van die financiële educatie te verwachten.De Witte: Dat is ook zo. Na een paar jaar zou de groep die in het PISA-onderzoek slecht scoort voor financiële geletterdheid al moeten inkrimpen. En op langere termijn zouden de gevolgen in de hele samenleving voelbaar moeten worden. Mensen die hebben geleerd welke gevolgen uitgaven, kredieten of leningen kunnen hebben, zullen minder snel zware schulden maken die ze amper nog kunnen terugbetalen. Wie heeft leren onderhandelen, heeft dan weer een grotere kans om een voordelige lening te kunnen afsluiten. Na alle mogelijke andere problemen worden leerkrachten straks ook nog eens geacht om financieel analfabetisme de wereld uit te helpen?De Witte: Als we jonge mensen willen bereiken, hebben we de scholen nu eenmaal nodig. Maar we mogen de verantwoordelijkheid natuurlijk niet helemaal op het onderwijs afschuiven. De hele samenleving heeft een rol te spelen. Niet in de laatste plaats de overheid en de bank- en verzekeringssector. De meeste banken leveren nu al inspanningen om zowel volwassenen als jongeren over geldzaken te informeren. Sommige banken bieden hun klanten lessenreeksen of beursspelen aan, en voor jongeren zijn er speciale apps die hen helpen om hun geldzaken op te volgen. Dat is allemaal heel positief - ook al zit er ongetwijfeld een marketingstrategie achter. Wordt financiële opvoeding straks een apart vak?De Witte: Daar moeten de onderwijskoepels nog over beslissen. Mij lijkt het een goed idee om een vak burgerschap in het leven te roepen, waarvan ook financiële geletterdheid deel uitmaakt. Een andere optie is om het thema in verschillende bestaande vakken te integreren. Helaas blijkt uit een recente masterproef dat 84 procent van de toekomstige leerkrachten noch het zelfvertrouwen noch de kennis heeft om jongeren over geldzaken te onderwijzen. Dat is jammer, want veel vakken lenen zich daar goed toe. In de les geschiedenis zou je bijvoorbeeld, naar aanleiding van de hyperinflatie uit de jaren 1930, kunnen uitleggen wat het belang van inflatie is. Maar omdat veel geschiedenisleerkrachten daar zelf niet genoeg over weten, gaan ze snel over zo'n onderwerp heen. Daarom ontwikkelen wij hier in het onderzoekscentrum lesmateriaal dat hun de houvast moet bieden om het wél aan te durven. Is het niet rijkelijk laat om pas in het middelbaar onderwijs met financiële opvoeding te beginnen?De Witte: Omdat je kinderen niet vroeg genoeg met geld kunt leren omgaan, was het eerst onze bedoeling om een traject uit te tekenen van de lagere school tot het laatste jaar van de middelbare school. Dat idee hebben we losgelaten zodra duidelijk werd dat de overheid zich op twaalf- tot veertienjarigen wilde concentreren. Als de financiële educatie in de toekomst nog wordt uitgebreid, zal dat eerder naar de tweede en derde graad van het middelbaar onderwijs zijn dan naar jongere kinderen. Op zich is dat een goed idee. veertienplussers zouden we niet alleen complexere onderwerpen kunnen uitleggen, maar ook just in time-informatie geven. Zijn ze op de leeftijd gekomen dat ze met een brommer mogen rijden, dan kunnen ze bijvoorbeeld les krijgen over leningen en verzekeringen. Voor sommigen zou dat echt het verschil maken. Zeker als je weet dat 1 op de 5 jongeren vandaag geneigd is om risico's te nemen als ze geldproblemen hebben. In plaats van te sparen of extra te gaan werken, proberen ze dan eerder geld te lenen. Tegen het eind van de middelbare school heeft al 10 procent van de leerlingen schulden. En sommigen raken daar nooit meer uit. * 110,41 euro