Auditorium 44, aan de Botanique in Brussel. De schrijver lurkt aan zijn pijp.
...

Auditorium 44, aan de Botanique in Brussel. De schrijver lurkt aan zijn pijp. 'Mijnheer Bomans, ' vraagt iemand in de zaal, 'wat vindt u van de Vlamingen? Hij zwijgt een paar seconden en zegt dan: 'Vlamingen zijn ook mensen.' Het publiek lacht niet. In de herfst van 1967 bracht Godfried Bomans het boek Denkend aan Vlaanderen uit. Dat was toen een gebeurtenis. Bomans was met stip de beroemdste man van de Lage Landen, een auteur met een fanclub. Hij had Erik of het klein insectenboek geschreven, Pieter Bas en Pa Pinkelman. Maar hij was ook een mediaman, een onwaarschijnlijke causeur. Iemand die zich vermomde als Sinterklaas, Marlene Dietrich toesprak en de wereld rondtrok, met camera's in zijn zog. Reizen Bomans, van Disneyland tot in Jeruzalem. In het laatste jaar van zijn leven maakte hij ook een reis naar dit land: Een Hollander ontdekt Vlaanderen werd een tv-serie en een boek. 'Ik geloof niet dat ik ooit in mijn leven zo moe was als na mijn rondreis door Vlaanderen', schreef hij op de eerste pagina. Een paar maanden later stierf Bomans onverwachts aan een hartaanval. Zijn broer Jan heeft altijd beweerd dat dat geen toeval was. In de erfgoedbibliotheek ligt er vandaag stof op Een Hollander ontdekt Vlaanderen. Toch blijft het een geweldig boek, alsof je de teletijdmachine neemt naar een ander Vlaanderen. Aan de grens met Nederland werd Bomans verwelkomd door een douanier, die toepasselijk mijnheer Brugman heette. 'Ik ga een ontdekkingsreis maken door Vlaanderen', zei Bomans. 'Is dat dan nog niet ontdekt?', vroeg Brugman. 'Nee heer Brugman', antwoordde Bomans, 'dat is nog niet ontdekt.' Bomans reed het Vlaanderen van de late jaren zestig binnen: overal stonden frietkoten en werd lauwe Lamot gedronken. Zijn eerste halte was Antwerpen. In de jazzclub Gard Sivik aan de Stadswaag botst hij toevallig op de jonge dertiger Peter Moreaux. 'Ik was er alleen, want mijn afspraak was niet komen opdagen', vertelt Moreaux vandaag. 'Het café was leeg. Plots zag ik dat er iemand achter een schemerlamp zat, maar ik kon zijn gezicht niet zien. "Die piano, is die bespeelbaar? Is ze gestemd?", hoorde ik een stem zeggen. "Natuurlijk", antwoordde ik. "Dit is een jazzcafé." "Zou ik daar op mogen spelen?", vroeg de stem. "Vraag het aan de garçon", zei ik.' 'De man achter de schemerlamp stond op. Toen pas zag ik dat het Godfried Bomans was. Hij ging achter de piano zitten en begon Mozart te spelen. Intussen kwamen er meer en meer mensen de Gard Sivik binnen. "Ssssht, dat is een virtuoos", riep iemand. Bomans hoorde dat, keek opzij en zag dat hij een publiek had. Toen gebeurde er iets heel merkwaardigs. Hij schakelde over naar jazz, de muziek van de Gard Sivik. Na een uur spelen kreeg hij een minutenlang applaus. "Twee vrijwillige dames om mijnheer Bomans af te drogen", riep ik. Dat vond hij geen slecht idee. (lacht)'Daarna kwam hij bij me zitten en we praatten wat over Antwerpen. Hij vertelde dat hij een ontdekkingsreis maakte door Vlaanderen. "Meneer Bomans, u moet met onze burgemeester Lode Craeybeckx gaan praten", zei ik. Toevallig kende ik zijn dochter Hilde, die ook zijn secretaresse was. Gsm's bestonden in die tijd nog niet. We gingen naar buiten, belden ergens aan waar er licht brandde en vroegen of we mochten telefoneren. De volgende ochtend zat Bomans op 't Schoon Verdiep.' Bomans werd er overladen met cadeaus. Later schreef hij in Een Hollander ontdekt Vlaanderen: 'Craeybeckx heeft het gezicht van iemand die lang geleden tegen een vierkante paal is opgelopen, want het bestaat nog steeds uit grote, weinig beweeglijke vlakken.' Maar hij wilde hem wel opnieuw zien. 'En dan neem ik een kruiwagen mee voor alle cadeaus. Je moet altijd eruit halen wat erin zit.' Na zijn bezoek aan Craeybeckx trok hij verder. Van het ene monstre sacré naar het andere, van premier Théo Lefèvre naar auteur Gerard Walschap, van architect Renaat Braem naar schrijver Marnix Gijsen. Allemaal ontvingen ze Bomans met veel egards. 'Ik ben blij dat u het zegt, mijnheer Bomans', 'Dat heeft u prachtig gezegd, mijnheer Bomans.' 'Daar raakt u de kern, mijnheer Bomans.' Iedereen was nog lief, de goden van toen praatten vaag en traag. Bomans werd soms moe van zo veel vriendelijkheid. 'Vlaanderen is doordrongen van de wierook', schreef hij. 'Iedereen bewierookt elkaar.' Veel vrienden maakte de schrijver dan ook niet. 'In de vriendschap is een Vlaming enigszins bijziend. Als u vlak voor hem staat, ziet hij u verschrikkelijk goed, maar verwijdert u zich dan neemt hij u niet meer waar.' Zoveel jaar later bestaat het Vlaanderen van Bomans, dat van de schemerlampen, niet meer. Er is een nieuw decor: met andere lampen, andere mensen, andere goden. Ze zijn niet meer lief en praten zoveel sneller. Toch is er geen zak veranderd. Destijds, op het einde van zijn ontdekkingstocht, stond Bomans een paar journalisten te woord: het had een persconferentie uit 2017 kunnen zijn. 'Hoe denkt u over Vlaanderen, mijnheer Bomans?', vroeg een journalist. 'In dit land wordt heel veel gearrangeerd', zei hij. 'In Nederland zou je daarvoor alleen al twaalf formulieren moeten invullen. Ik heb geen enkele politicus ontmoet, die niet tevens in een of ander fonds of raad van bestuur zat. Hallucinant. (...) Ik heb geen verklaring voor die cumuls, tenzij elke Vlaming een genie is die met gemak zes functies vervult, waaraan een Nederlander de handen vol heeft om het te doen.' Bomans was ook niet te spreken over de projectontwikkelaars. 'Ze zijn hard op weg om de Vlaamse steden te bederven op een verschrikkelijke manier.' Renaat Braem had hem gezegd: 'Architectuur is de spiegel van de mensen die ze maken. België is zo lelijk, omdat de Belgen zo lelijk zijn, innerlijk dan, want de meisjes zijn natuurlijk heel mooi.' De oplossing van Bomans was simpel: Vlaanderen moet meer meisjes maken. Al had hij ook daarover klachten. 'Ze zijn wel vijftien centimeter kleiner dan de Nederlandse vrouwen en dat is veel. Op die manier blijft er niet veel meer van over. Dat is jammer, want als een vrouw mooi is wil je er toch zo veel mogelijk van zien en nu was 't in een wip bekeken.' Publiek en pers vonden Een Hollander ontdekt Vlaanderen maar niets. Te karikaturaal. 'Ik heb gemerkt, dat het bekende Vlaamse gevoel voor humor aanzienlijk zwakker wordt als daarbij Vlaanderen zelf aan de orde is', schreef Bomans later. En hij voegde eraan toe: 'In Vlaanderen is weinig geoefend in het hanteren van de absurditeit. Je bent ernstig of je maakt plezier. Beide gebieden zijn scherper gescheiden dan bij ons. Het debiteren van onzin alsof het ernst is, wordt hier niet beoefend, omdat die twee terreinen in elkaar overvloeien. Dat brengt ze in de war.' Maar niet iedereen. Jan Van Rompaey heeft Bomans in die jaren vaak geïnterviewd. 'De eerste keer zag ik hem op een lezing in Leuven, in de vroege jaren zestig. Al hinkend kwam hij het podium van de aula op. Het publiek lag plat. Achteraf zakte hij door met de studenten. Zo'n figuur hadden wij niet in Vlaanderen. Guy Mortier en ik waren in die jaren fan van P.G. Wodehouse. Heel subtiele humor. Bomans deed dat in het Nederlands, maar dan op een andere manier. We vonden hem geweldig.' Nooit vergeet Van Rompaey zijn eerste tv-interview met de man: op de Boekenbeurs, bij de presentatie van Denkend aan Vlaanderen in 1967. De schrijver was toen 54, de tv-reporter 27. 'Een jonge blaag nog. Ik moest eerst mijn vragen voorleggen, want hij was te moe voor improvisatie. "Wat vindt u van pagina 34 van uw boek?", vroeg ik. Hij keek me streng aan. Ik gaf toe dat het onzin was. "Ik heb geen zin in onzin", zei hij.' Toen ging de camera aan. VAN ROMPAEY: Meneer Bomans, ik ben helaas een Vlaming. Ziet u dat? BOMANS: 'Dat mag u niet zeggen. Want dat "helaas" dat u ontvallen is, is juist zo kenmerkend. Het is ook zo kostbaar.' VAN ROMPAEY: 'Het is me niet ontvallen. Ik zei het alleen maar om te zien hoe u zou reageren.' BOMANS: 'O, het is een valstrik. En wat vroeg u nu eigenlijk?' VAN ROMPAEY: 'Zie ik eruit als een Vlaming?' BOMANS: 'Nee, ik zou u absoluut verslijten voor een Noord-Nederlander. Ik zou erin lopen.' VAN ROMPAEY: 'U schrijft dus een boekje over de Vlaming, maar u slaagt er niet in om de Vlaming te herkennen.' BOMANS: 'Jamaar, u kan toch het product zijn van een vergissing van uw ouders. Wie weet bent u wel boven de Moerdijk geboren, wat weet u veel?' VAN ROMPAEY: 'Wat vindt u van pagina 34?' Op dat moment, buiten beeld, stampte Bomans tegen het been van Van Rompaey. Later signeerde hij nog wel zijn exemplaar van Denkend aan Vlaanderen. 'Voor u, van Godfried, zie pagina 34. ' Toen Van Rompaey naar pagina 34 wilde bladerde, zei Bomans: 'Het is alleen maar onzin.' 'Later heb ik hem nog vaak geïnterviewd', zegt Van Rompaey. 'Dat waren altijd memorabele gebeurtenissen. Bomans deed dat ook graag. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Toon Hermans: die keek neer op interviews. Daar kon je geen onzin mee uithalen. Met Bomans wel, die genoot daarvan. Ik herinner me een interview bij hem thuis, voor het blad Robbedoes. Midden in het gesprek zei hij: "Ik moet nu naar beneden om iets dringends te doen." Hij liet mij en de fotograaf achter in de kamer. Wat later hoorden we hem piano spelen en dan niets meer. Een uur hebben we daar in die kamer gewacht: we durfden ook niet in zijn huis gaan zoeken. Tot we hem plots in de tuin zagen werken. We hebben dan maar wanhopig op het raam zitten bonken, om zijn aandacht terug te winnen. (lacht) Hij was een heel merkwaardig man. Misschien zouden we hem vandaag ouderwets vinden. Hoewel. In Wim Helsen zie ik veel Godfried Bomans: die heeft dezelfde waanzin in zich.' Ook elders spookt Bomans nog altijd. In de Melkweg, 426 miljoen kilometer van de zon, zweeft de planetoïde Bomans. Er bestaat nog altijd een Godfried Bomans Genootschap en er is nu ook een voorstelling: Bomans Stand-Up Tragedy van acteur Erik Van Herreweghe. Hij gaf al een tiental lezingen over hem, van Alken tot in Denderleeuw. 'Altijd voor een hoogbejaard publiek', zegt hij. 'Achteraf spraken mensen me altijd aan. Ze hadden boeken mee of vertelden anekdotes om te tonen hoeveel die man voor hen betekend had.' De acteur heeft Bomans nooit ontmoet - hij was vijftien toen de schrijver stierf. Maar toch deelt hij iets met hem. 'Onze vaders zaten allebei in de politiek: de zijne was lid van de Roomsch-Katholieke Staatspartij, mijn vader Maurits is nog CVP-senator geweest. Allebei hebben we gezien wat politiek kan doen met een mens: mijn vader leed echt onder een gebrek aan erkenning. Ooit wilde hij burgemeester van Gent worden. Op een dag zag ik aan de Korenmarkt een van zijn verkiezingsborden hangen: helemaal besmeurd met rode verf en eieren. Ik was er kapot van.' De jonge Erik trekt zich terug op zijn kamer met 'een heer met een witte das', een tekst van Bomans. 'Wat ondergaat een kind eigenlijk, als het zijn eigen vader ziet opgeplakt worden. Vindt het dit leuk? Of lijdt het hieronder? Een mengsel van gêne en trots, waarbij ik moet zeggen dat het eerste de overhand had.'En dan gaat Bomans verder: 'Hoe wisten mijn klasgenoten dat ik mij in een conflictsituatie bevond? Er werd met geen woord over gerept. Zelfs als we knikkerden tegen een muur waarop mijn vader levensgroot stond afgebeeld, bleef het portret onbesproken. (...) Het was een woordeloze afspraak. Zeg jij niets, dan zeggen wij ook niets. Zelfs bij de hevigste ruzies herinner ik mij niet dat zo'n plakkaat ooit ter sprake kwam. Dit wapen werd niet gebruikt, omdat mijn broers en ik daartegen weerloos waren.'Daar, in die kamer in Gent, waren die woorden een enorme troost, zegt Van Herreweghe. 'Hij verwoordde exact wat ik meemaakte en voelde. Ik heb toen meegedaan aan een voordrachtwedstrijd met een tekst van hem: ik won de eerste prijs. Bomans werd mijn held.' Toegegeven, zelfs in die vroege jaren zeventig bestonden er hippere helden. 'Bomans zag er burgerlijk uit, zijn boeken waren verplichte literatuur op school en mijn vader was ook fan. "Leuke man", zei hij altijd. Later besefte ik dat Bomans niet alleen maar leuk was. Er zat ook veel tragiek in zijn teksten. "Humor is overwonnen droefheid", zoals hij zelf zei.' 'Later in mijn acteercarrière heb ik veel van Bomans geleerd', zegt Van Herreweghe. 'Hij speelde ook graag, misschien was hij ook een beetje een acteur. Hij loog veel, zeker over zijn privéleven en zijn emoties. "Ik heb een bloedhekel aan het precies navertellen van de feiten en gebeurtenissen", zei hij ooit. "Met een volbloed leugenaar verschil ik alleen hierin dat niemand mij gelooft." Dat werd hem ook vaak verweten. Gerard Reve zei over Bomans: "Ik heb in zijn geslachtsloze schrijfsels nog nooit één zin ontdekt die niet, van de hoofdletter aan het begin tot en met de punt aan het eind, gelogen en vals was". Daar ben ik het totaal mee oneens. Bomans gebruikte zijn fantasieën om iets over de werkelijkheid te vertellen. Hij loog om de waarheid te zeggen. Daarom zijn zijn teksten zo universeel en tijdloos.' Met die teksten heeft Van Herreweghe nu een voorstelling gemaakt. 'Ik sta al veertig jaar op de planken, maar dit is mijn eerste solo-opvoering. Ik moest en zou dit alleen doen.'