Bijna twee jaar geleden is het dat de Vlaamse regering-Jambon tot stand kwam. Deze tweede uitgave van de zogenaamde Zweedse samenstelling van de Vlaamse bewindsploeg heeft al heel wat kritiek gekregen en is natuurlijk ook overdonderd geweest door de pandemie. Deze opinie heeft niet de bedoeling om het proces te maken van vergissingen en nalatigheden van deze ploeg. Wat volgt is een overzicht van vijf dossiers die in de volgende jaren opgelost moeten worden.

Vooreerst is er het onderwijsprobleem. Elk jaar komt er geld bij voor dit departement en de terechte conclusie is dat de kwaliteit achteruit gaat. Die neergang is zeker niet meer om te buigen tegen de volgende verkiezingen. Maar mocht het onderwijs eens terugplooien op zijn kerntaak, namelijk kennisoverdracht, het mes zetten in de onoverzichtelijke jungle van (sub)richtingen en de over-reglementering en zich afstemmen op de realiteit van de arbeidsmarkt, dan is dat al een begin van aanpak van het probleem.

Een tweede probleem is de intermediaire kaart van Vlaanderen. De Vlaamse regering lanceerde een kaart met regio's, die tussen de huidige provincies hangen en de gemeenten/steden. In feite was dat een copy van een VLABEST-oefening uit het verleden. Maar wat met er nu mee gebeuren? Is het de bedoeling dat deze regio's een nieuw bestuursniveau worden onder de provincies? Vlaanderen zal eens knopen moeten doorhakken omtrent de zeer hoge kost van zijn vele bestuursorganen. Die nieuwe regio's/provincies zouden ook het voordeel beiden dat men dan eens een homogene kaart kan maken van politiezones met brandweer en ziekenhuizen.

5 werven van de regering-Jambon tegen 2024.

Ten derde, de kafkaiaanse administratie die Vlaanderen de laatste jaren is geworden met te veel regels en grote onduidelijkheid voor de burgers. Dat ziet men in alle domeinen: onderwijs, ruimtelijke ordening, welzijn enzovoort. Het is dan ook niet verwonderlijk dat men zelf niet weet aan wie men subsidies toekent. Het ideale scenario zou zijn dat de minister van Financiën/Begroting ook de bevoegdheid Administratieve Vereenvoudiging erbij krijgt om eens een grootse 'kafkaschoonmaak' te doen. Want de huidige toestand remt investeringen en de economische groei en is in veel gevallen niet klantgericht van Vlaamse overheid naar inwoners toe.

Ook de infrastructuur van Vlaanderen is een probleem. De Antwerpse wegenwerken zijn al 20 jaar bezig en er is voor de komende jaren geen beterschap in zicht. Verhoudingsgewijs gaat de processie van Echternach sneller vooruit dan de Antwerpse ringwerken. Er is duidelijk te weinig geïnvesteerd in de wegeninfrastructuur van Vlaanderen. Het enige pluspunt is het akkoord over een mogelijke fusie tussen de havens van Antwerpen en Zeebrugge.

Tenslotte zijn er de schulden en het tekort op de begroting, die fors zijn gestegen als gevolg van de coronapandemie. Van de zowat 47 miljard aan ontvangsten is quasi 35 miljard gerelateerd met de Bijzondere Financieringswet en dus is de eigen fiscale autonomie vrij klein. Desalniettemin vereist een wijziging van deze Bijzondere Financieringswet een bijzondere meerderheid in de beide delen van het federale parlement. Het is wachten tot de eerste deelstaat haar budgettaire crisis uitroept. Het tekort is momenteel te situeren rond de 6 miljard en de schuld ligt tegen de 40 miljard euro. Hier dreigt de situatie te ontstaan dat de schuld een groter getal wordt dan de ontvangsten. Met andere woorden: een sanering dringt zich op. In het verleden heeft Vlaanderen veel te veel geld uitgegeven aan niet prioritaire zaken. Indien men terugvalt op de essentiële uitgaven met een sociaaleconomisch nut, dan is de sanering best doenbaar. De les uit het noorden is keuzes maken en de begroting besturen als een strenge rentmeester. Maar met als twee grootste uitgavenposten onderwijs (15miljard) en welzijn (13 miljard euro ) en dan pas verkeer (4 miljard) is er zeker bij de twee grote posten budgettair vet weg te snijden zonder dat dit moet leiden tot een verarming.

Conclusie

De laatste opiniepeilingen brachten deze Vlaamse regering in het rood en virtueel heeft deze ploeg geen meerderheid meer in het Vlaams Parlement. Zoiets weegt uiteraard op een beleid en het is wachten op de septemberpeiling om te zien of de zomer van 2021 de kiezers op andere gedachten heeft gebracht. Want deze peilingen duiden al maanden op maar twee mogelijkheden in 2024. Ofwel wordt de huidige ploeg aangevuld met Vooruit en dan dient er bestuurd te worden met vier. Of de N-VA gaat in bestuur met de leidende partij in de polls, het Vlaams Belang. Want ondanks de provinciale kieskringen en de kiesdrempel van vijf procent zijn er nog nooit zoveel partijen in het Vlaams Parlement gehuisvest. Het kiesstelsel wijzigen voor het Vlaams Parlement is ook een uitdaging. De vraag is om daar wel meerderheid voor te vinden.

Het zal nog een moeilijk Vlaamse rit worden naar mei 2024.

Bijna twee jaar geleden is het dat de Vlaamse regering-Jambon tot stand kwam. Deze tweede uitgave van de zogenaamde Zweedse samenstelling van de Vlaamse bewindsploeg heeft al heel wat kritiek gekregen en is natuurlijk ook overdonderd geweest door de pandemie. Deze opinie heeft niet de bedoeling om het proces te maken van vergissingen en nalatigheden van deze ploeg. Wat volgt is een overzicht van vijf dossiers die in de volgende jaren opgelost moeten worden. Vooreerst is er het onderwijsprobleem. Elk jaar komt er geld bij voor dit departement en de terechte conclusie is dat de kwaliteit achteruit gaat. Die neergang is zeker niet meer om te buigen tegen de volgende verkiezingen. Maar mocht het onderwijs eens terugplooien op zijn kerntaak, namelijk kennisoverdracht, het mes zetten in de onoverzichtelijke jungle van (sub)richtingen en de over-reglementering en zich afstemmen op de realiteit van de arbeidsmarkt, dan is dat al een begin van aanpak van het probleem.Een tweede probleem is de intermediaire kaart van Vlaanderen. De Vlaamse regering lanceerde een kaart met regio's, die tussen de huidige provincies hangen en de gemeenten/steden. In feite was dat een copy van een VLABEST-oefening uit het verleden. Maar wat met er nu mee gebeuren? Is het de bedoeling dat deze regio's een nieuw bestuursniveau worden onder de provincies? Vlaanderen zal eens knopen moeten doorhakken omtrent de zeer hoge kost van zijn vele bestuursorganen. Die nieuwe regio's/provincies zouden ook het voordeel beiden dat men dan eens een homogene kaart kan maken van politiezones met brandweer en ziekenhuizen. Ten derde, de kafkaiaanse administratie die Vlaanderen de laatste jaren is geworden met te veel regels en grote onduidelijkheid voor de burgers. Dat ziet men in alle domeinen: onderwijs, ruimtelijke ordening, welzijn enzovoort. Het is dan ook niet verwonderlijk dat men zelf niet weet aan wie men subsidies toekent. Het ideale scenario zou zijn dat de minister van Financiën/Begroting ook de bevoegdheid Administratieve Vereenvoudiging erbij krijgt om eens een grootse 'kafkaschoonmaak' te doen. Want de huidige toestand remt investeringen en de economische groei en is in veel gevallen niet klantgericht van Vlaamse overheid naar inwoners toe.Ook de infrastructuur van Vlaanderen is een probleem. De Antwerpse wegenwerken zijn al 20 jaar bezig en er is voor de komende jaren geen beterschap in zicht. Verhoudingsgewijs gaat de processie van Echternach sneller vooruit dan de Antwerpse ringwerken. Er is duidelijk te weinig geïnvesteerd in de wegeninfrastructuur van Vlaanderen. Het enige pluspunt is het akkoord over een mogelijke fusie tussen de havens van Antwerpen en Zeebrugge. Tenslotte zijn er de schulden en het tekort op de begroting, die fors zijn gestegen als gevolg van de coronapandemie. Van de zowat 47 miljard aan ontvangsten is quasi 35 miljard gerelateerd met de Bijzondere Financieringswet en dus is de eigen fiscale autonomie vrij klein. Desalniettemin vereist een wijziging van deze Bijzondere Financieringswet een bijzondere meerderheid in de beide delen van het federale parlement. Het is wachten tot de eerste deelstaat haar budgettaire crisis uitroept. Het tekort is momenteel te situeren rond de 6 miljard en de schuld ligt tegen de 40 miljard euro. Hier dreigt de situatie te ontstaan dat de schuld een groter getal wordt dan de ontvangsten. Met andere woorden: een sanering dringt zich op. In het verleden heeft Vlaanderen veel te veel geld uitgegeven aan niet prioritaire zaken. Indien men terugvalt op de essentiële uitgaven met een sociaaleconomisch nut, dan is de sanering best doenbaar. De les uit het noorden is keuzes maken en de begroting besturen als een strenge rentmeester. Maar met als twee grootste uitgavenposten onderwijs (15miljard) en welzijn (13 miljard euro ) en dan pas verkeer (4 miljard) is er zeker bij de twee grote posten budgettair vet weg te snijden zonder dat dit moet leiden tot een verarming.ConclusieDe laatste opiniepeilingen brachten deze Vlaamse regering in het rood en virtueel heeft deze ploeg geen meerderheid meer in het Vlaams Parlement. Zoiets weegt uiteraard op een beleid en het is wachten op de septemberpeiling om te zien of de zomer van 2021 de kiezers op andere gedachten heeft gebracht. Want deze peilingen duiden al maanden op maar twee mogelijkheden in 2024. Ofwel wordt de huidige ploeg aangevuld met Vooruit en dan dient er bestuurd te worden met vier. Of de N-VA gaat in bestuur met de leidende partij in de polls, het Vlaams Belang. Want ondanks de provinciale kieskringen en de kiesdrempel van vijf procent zijn er nog nooit zoveel partijen in het Vlaams Parlement gehuisvest. Het kiesstelsel wijzigen voor het Vlaams Parlement is ook een uitdaging. De vraag is om daar wel meerderheid voor te vinden. Het zal nog een moeilijk Vlaamse rit worden naar mei 2024.