We beginnen met een man die in zijn hemd wordt gezet. Het is 21 mei 1963, we zijn in Maranello, Noord-Italië. Na intense gesprekken staat Ford op het punt om Ferrari te kopen. De Amerikaanse autogigant snakt naar successen op de circuits, het kleine Italiaanse sportmerk snakt naar een geldinjectie - dat heet een win-win. En toch. Terwijl de grote Enzo Ferrari het definitieve contract leest, vertrekt zijn gezicht van woede. Een tirade volgt: 'Ik wíl helemaal geen radertje zijn in jullie machine!' Ziet hij nu pas in dat hij de controle over zijn bedrijf dreigt te verliezen? Of voert hij een show op, en was zijn vrijage met de Amerikanen louter een lokkertje voor Fiat, de constructeur van eigen bodem waarmee hij wél een deal wil? Na een lange donderpreek prevelt Il Commendatore tegen zijn rechterhand: 'Kom, we gaan iets eten' - en laat de verbouwereerde Ford-delegatie achter in zijn bureau.
...