Alleenstaanden en eenoudergezinnen met een laag inkomen die zich met elektriciteit verwarmen, lopen een zeer grote kans op energiearmoede. Dat blijkt uit een studie van de Creg, de federale energieregulator.

Uit een analyse van het ­aandeel van de stroom- en gasfactuur in het huishoudbudget besluit de Creg dat minstens 400.000 gezinnen in ons land energiearmoede riskeren. Voor alleenstaanden en eenouder­gezinnen met een laag ­inkomen die zich met elektriciteit verwarmen, is de situatie het meest problematisch, zegt Sophie Le­noble, de woordvoerster van de Creg­.

Het gaat om huishoudens die 15 tot 20 procent van hun netto beschikbaar inkomen (na aftrek van de huisvestingskosten) moeten besteden aan de betaling van hun energierekening. Voor alleenstaanden en eenoudergezinnen met een laag ­inkomen die zich met aardgas verwarmen, ligt dat aandeel veel lager (rond 8 procent).

Dat heeft volgens de Creg veel te maken met de evolutie van de gas- en de elektriciteitsprijs. In tien jaar tijd is de elektriciteitsprijs met 62 procent gestegen. Als de inflatie geneutraliseerd wordt, gaat het nog altijd om een verhoging van 31 procent. Aardgas is, na neutralisatie van de inflatie, in tien jaar tijd maar 2,4 procent duurder geworden.

Alleenstaanden en eenoudergezinnen met een laag inkomen die zich met elektriciteit verwarmen, lopen een zeer grote kans op energiearmoede. Dat blijkt uit een studie van de Creg, de federale energieregulator. Uit een analyse van het ­aandeel van de stroom- en gasfactuur in het huishoudbudget besluit de Creg dat minstens 400.000 gezinnen in ons land energiearmoede riskeren. Voor alleenstaanden en eenouder­gezinnen met een laag ­inkomen die zich met elektriciteit verwarmen, is de situatie het meest problematisch, zegt Sophie Le­noble, de woordvoerster van de Creg­. Het gaat om huishoudens die 15 tot 20 procent van hun netto beschikbaar inkomen (na aftrek van de huisvestingskosten) moeten besteden aan de betaling van hun energierekening. Voor alleenstaanden en eenoudergezinnen met een laag ­inkomen die zich met aardgas verwarmen, ligt dat aandeel veel lager (rond 8 procent). Dat heeft volgens de Creg veel te maken met de evolutie van de gas- en de elektriciteitsprijs. In tien jaar tijd is de elektriciteitsprijs met 62 procent gestegen. Als de inflatie geneutraliseerd wordt, gaat het nog altijd om een verhoging van 31 procent. Aardgas is, na neutralisatie van de inflatie, in tien jaar tijd maar 2,4 procent duurder geworden.