Flashback naar het voorjaar en de eerste covid-19-golf. Vanaf medio maart ging het van kwaad naar erger. Ziekenhuizen dreigden in volle pandemie overspoeld te worden door patiënten.
...

Flashback naar het voorjaar en de eerste covid-19-golf. Vanaf medio maart ging het van kwaad naar erger. Ziekenhuizen dreigden in volle pandemie overspoeld te worden door patiënten. Om de druk te verlichten, vaardigt de Vlaamse regering een besluit uit dat het 'lokale besturen' mogelijk maakt schakelzorgcentra op te richten. Ze komen in principe enkel in actie als de regio over onvoldoende ziekenhuiscapaciteit voor coronapatiënten beschikt. De centra zorgen ervoor dat patiënten vlot doorstromen vanuit het ziekenhuis naar de thuissituatie en maken het tevens mogelijk ziekenhuiscapaciteit maximaal voor te behouden voor complexe zorg.Zoals gezegd komt het initiatief van de lokale besturen die een erkenningsaanvraag indienen bij het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. Per twee à drie eerstelijnszones komt hiervoor slechts één schakelzorgcentrum in aanmerking. Een parlementaire vraag van Steven Vandeput (N-VA) aan minister Wouter Beke (CD&V) leert dat uiteindelijk 29 centra een aanvraag indienden én een erkenning kregen voor een termijn van drie maanden -van april tot juni. In de praktijk schoten de meeste centra - 23 van de 29 - evenwel hun oorspronkelijke doel ver voorbij, zo blijkt. Nooit heeft er één patiënt gelegen. 'Op basis van de dagelijkse evaluatie van de ziekenhuiscapaciteit en de capaciteit in de eerstelijnsstructuren' gaf de administratie zes schakelzorgcentra een bijkomende erkenning voor de uitbating als beddenhuis. Telkens voor 30 bedden. Met name was dat het geval voor de centra in Sint-Truiden, Aalst, UZ Leuven campus Pellenberg en Tienen. Deze vier centra kregen een erkenning van hun beddenhuis voor twee maanden. Voor de schakelzorgcentra in Beersel en Vilvoorde was dat slechts voor één maand.Uiteraard gooide de Vlaamse overheid er de nodige financiële middelen tegenaan. Grosso modo ging het geld naar 'infrastructuur & energie', 'opstart', 'uitbating', 'coördinatie' en 'extra coördinatie'.Elk van de schakelzorgcentra kon sowieso rekenen op subsidies voor 'opstart' en 'coördinatie', respectievelijk goed voor 31.500 en 15.000 euro. Oorspronkelijk voorzag de overheid ook telkens 90.000 euro voor 'infrastructuur & energie'. Voor de centra die geen patiënten opvingen, halveerde dat bedrag uiteindelijk. Het impliceert wel dat elk centrum, patiënten of niet -en overwegend niet- wellicht 91.500 euro ontving. 'Wellicht' want het uiteindelijke bedrag hangt af van een verslag over de "werkelijk gemaakte kosten". Daarover is geen informatie bekend.De zes centra met een bijkomende erkenning voor 30 bedden, ontvingen elk wel 90.000 euro voor 'infrastructuur & energie', plus 31.500 euro per maand voor de uitbating van het beddenhuis en 5.000 euro per maand voor de 'extra coördinatie'. De vier schakelzorgcentra met twee maanden erkenning ontvingen in totaal dus elk 209.500 euro. De schakelzorgcentra in Beersel en Vilvoorde met één maand erkenning, moesten het met 173.000 euro stellen.Even doorrekenen leert dat aan de 29 erkende schakelzorgcentra een totaal prijskaartje van 3.288.500 euro hangt. Zes centra kregen van de administratie het signaal dat ze met een fysieke locatie, een "beddenhuis", konden starten. Uiteindelijk vingen er daarvan slechts vijf effectief patiënten op. Globaal gaat het volgens de gegevens van Zorg en Gezondheid over 122 patiënten. Als de kostprijs van alle centra omgerekend wordt naar de prijs per patiënt betekent dit dat elke patiënt die in een schakelzorgcentrum lag gemiddeld bijna 27.000 euro kostte (26.955 euro om precies te zijn). Hoeveel dagen de patiënten in de centra verbleven is niet bekend. Voor zover ze 'in actie' kwamen, dient hier nog de Riziv-financiering voor artsen, thuisverpleegkundigen en andere beoefenaars van een gezondheidszorgberoep bijgeteld te worden. En vanuit Zorg en Gezondheid vloeide er nog geld richting verzorgenden, logistieke personeelsleden, diensten voor gezinszorg enz.Opdat de investeringen in de schakelzorgcentra zonder patiënten niet helemaal een slag in het water zou zijn, gaf de administratie hen een 'vervolgopdracht'. De achterliggende redenering daarbij was dat de opstart van een beddenhuis de uitbouw vergt van een "stevig netwerk" met provinciale en lokale noodplanningscoördinatoren, lokale besturen, (toen nog voorlopige) zorgraden van de eerstelijnszones, zorgactoren uit de eerste lijn en met de ziekenhuizen. Dat netwerk konden de schakelzorgcentra inzetten om de hulpvragen van zorgvoorzieningen in de eerstelijnszone af te stemmen op het aanbod aan helpende handen. Want, zo gaat Zorg en Gezondheid verder, er bestaat wel een groot aanbod aan hulp maar de 'toeleiding' er naartoe verloopt niet altijd efficiënt. "Al is het is niet de bedoeling om nog eens hetzelfde te doen van wat er al gebeurt. Wel gaat het er in de eerste plaats over om voorzieningen die zelf de weg niet vinden naar initiatieven in contact te brengen met het bestaande lokale aanbod. Zo wordt maximaal gebruik gemaakt van het netwerk en de bestaande expertise in de regio," aldus de tekst van de vervolgopdracht.