De meeste feiten met betrekking tot beschadiging van religieuze eigendommen werden in die periode gepleegd in kerken en kapellen (106) en begraafplaatsen (92). Daarnaast werden ook negen synagogen of andere gebouwen van de Joodse gemeenschap, 5 pastorijen, 4 kloosters en 3 moskeeën getroffen. In het Vlaams Gewest (126) deden zich de meeste feiten voor, gevolgd door Wallonië (88) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (9). In acht gevallen deden de misdrijven tegen de lichamelijke integriteit zich voor op begraafplaatsen, gevolgd door kapellen (7), moskeeën (6), pastorijen (2) en klooster (1). De meeste van deze feiten werden geregistreerd in het Vlaams Gewest (11), gevolgd door het Waals Gewest (7) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (6). (Belga)