Het oordeel over de financieel-economische prestaties van de regering-Michel is vernietigend. Of je nu kijkt naar de economische groei, de werkgelegenheid, de concurrentiekracht, de koopkracht of de begroting, de afgelopen vijf jaar presteerde België steeds slechter dan de buurlanden en de andere landen van de eurozone. Knack liet de voorbije jaren talloze experts hierover aan het woord, bijvoorbeeld Wim Moesen (KU Leuven) en Herman Matthijs (VUB en UGent) over de overheidsfinanciën, Stijn Baert (UGent) en Jan Denys (Randstad) over de arbeidsmarkt, Gert Peersman (UGent) en Paul De Grauwe (London School of Economics) over de groei en concurrentiekracht. Allemaal kwamen ze tot dezelfde conclusie: ondanks de rugwind van de dalende rente en de goede conjunctuur raakten we steeds meer achterop.
...

Het oordeel over de financieel-economische prestaties van de regering-Michel is vernietigend. Of je nu kijkt naar de economische groei, de werkgelegenheid, de concurrentiekracht, de koopkracht of de begroting, de afgelopen vijf jaar presteerde België steeds slechter dan de buurlanden en de andere landen van de eurozone. Knack liet de voorbije jaren talloze experts hierover aan het woord, bijvoorbeeld Wim Moesen (KU Leuven) en Herman Matthijs (VUB en UGent) over de overheidsfinanciën, Stijn Baert (UGent) en Jan Denys (Randstad) over de arbeidsmarkt, Gert Peersman (UGent) en Paul De Grauwe (London School of Economics) over de groei en concurrentiekracht. Allemaal kwamen ze tot dezelfde conclusie: ondanks de rugwind van de dalende rente en de goede conjunctuur raakten we steeds meer achterop. Daarbij was 2019 een verloren jaar. Niet alleen omdat we al sinds begin december 2018 zonder regering met volheid van bevoegdheid zitten, maar vooral omdat ze moet werken met voorlopige kredieten, waarbij ze maandelijkse maar één twaalfde mag uitgeven van de laatst aangenomen jaarbegroting. Zo kun je geen beleid voeren, en dat duurt nu voor het eerst al langer dan één jaar. Ook daarvoor draagt ex-premier Charles Michel (MR) een grote verantwoordelijkheid: na het ontslag van zijn regering had het parlement zich kunnen ontbinden en hadden er begin februari al federale verkiezingen kunnen plaatsvinden. In plaats daarvan kwam er een regering in lopende zaken met voorlopige kredieten en werden er pas in mei verkiezingen gehouden. Zo werd alleen maar tijd verloren. Wat brengt 2020? Het is koffiedik kijken wanneer we een federale regering zullen hebben die kan regeren met de volheid van haar bevoegdheden en met een echte begroting. In ieder geval ziet de Nationale Bank het somber in. Ze berekende dat het begrotingstekort zal stijgen van 1,6 procent van het bbp (bruto binnenlands product) in 2019 naar 2,8 procent in 2022. Dat betekent een gat van 14 miljard euro. Daarmee worden we samen met Italië de slechte leerling in Europa. We hebben geen ruimte om een rentestijging of recessie op te vangen. En ooit zullen die er komen. Hoe komt het dat de begroting ontspoort? Twee redenen. Eén: omdat de inkomsten dalen. Dat is het gevolg van de dalende voorafbetalingen door de bedrijven en van de taxshift, die geen verschuiving maar een verlaging van de belastingen inhield. De dalende inkomsten zijn dan ook een direct uitvloeisel van het beleid van de regering-Michel. Twee: omdat de uitgaven stijgen. Dat komt door de vergrijzing en de groei in de pensioenuitgaven, en door de vooruitgang van de geneeskunde, die steeds meer geld kost. Zaken die we al meer dan twintig jaar weten. Dat daarop niet werd geanticipeerd, is de verantwoordelijkheid van alle regeringen die de voorbije decennia aan de macht waren. De Nationale Bank ziet ook het aantal jobs minder snel toenemen. Tijdens de regering-Michel kwamen er in vijf jaar tijd 316.000 banen bij. Dat is gemiddeld 63.200 jobs per jaar. Het is minder dan in onze buurlanden en blijft een ondermaatse prestatie. De volgende drie jaar zullen er gemiddeld 34.100 banen per jaar bijkomen. Pakweg de helft dus van de voorbije jaren. De Nationale Bank wijt de sputterende jobmotor aan een lagere economische groei, de snellere stijging van de loonkosten en de krapte van de arbeidsmarkt. Opnieuw zaken waarvoor de regering-Michel onvoldoende actie ondernam. Het vooruitzicht van minder jobaangroei is slecht nieuws, want zowel de Vlaamse als de Waalse regering wil de werkzaamheidsgraad met 5 procentpunten verhogen: het aantal mensen tussen de 20 en de 64 jaar dat werkt ligt in vergelijking met andere landen te laag en moet omhoog. Nu was een stijging van de werkzaamheidsgraad met 5 procentpunten tegen 2024 al uiterst ambitieus, met de jobvooruitzichten van de Nationale Bank zijn ze gewoon onhaalbaar. Dat wil meteen zeggen dat heel wat plannen van de Vlaamse en Waalse regering onrealistisch zijn, want het optrekken van de werkzaamheidsgraad met 5 procentpunt vormde daarvoor de basis. 2020 en de daarop volgende jaren kondigen zich dan ook niet zo hoopgevend aan. We betalen de rekening omdat een hele reeks regeringen jarenlang aanmodderden, waarbij de regering-Michel zorgde voor een triest orgelpunt. Er kan niet met zekerheid worden gezegd dat de volgende federale regering het beter zal doen, maar laten we uitgaan van het beste: een voorspoedig en gelukkig nieuwjaar.