Een jaar is het nu geleden. Het zal één van die momenten blijven, waarvan ik me altijd zal herinneren waar ik was toen het gebeurde. Net zoals ik nog goed weet dat ik op 11 september 2001 nietsvermoedend een bevriend journalist opbelde die me opgewonden vertelde dat er iets heel ergs was gebeurd in New York.
...

Een jaar is het nu geleden. Het zal één van die momenten blijven, waarvan ik me altijd zal herinneren waar ik was toen het gebeurde. Net zoals ik nog goed weet dat ik op 11 september 2001 nietsvermoedend een bevriend journalist opbelde die me opgewonden vertelde dat er iets heel ergs was gebeurd in New York. Op 7 januari 2015 was ik een kast aan het monteren. Een hoogst banale activiteit die ik natuurlijk al lang vergeten zou zijn als toen het radioprogramma niet onderbroken werd met het vreselijke nieuws dat in Parijs gewapende mannen de redactie van Charlie Hebdo waren binnengevallen. Ik heb altijd veel sympathie gehad voor de bonte bende van dat blad. Ooit filmde ik in hun redactielokaal. De jonge Kamagurka liep er rond en ik sprak met Wolinski, één van de slachtoffers van de aanslag vorig jaar. Ik interviewde de Nederlandse tekenaar Willem, die ook nu nog in Charlie een wekelijkse rubriek verzorgt en enkel ontsnapte aan de moordpartij omdat hij niet op de redactievergadering was. Charlie Hebdo was door de jaren teruggevallen op nog geen 30.000 getrouwen. Ik was ook al lang opgehouden het te lezen. In een elan van solidariteit heb ik me dit jaar zoals zovelen geabonneerd en daar heb ik allerminst spijt van gehad. Ik heb het blad met plezier opnieuw leren kennen en vooral appreciëren. Charlie Hebdo is meer dan wat iedereen denkt die alleen naar de opvallende voorpagina en de cartoons kijkt. En ik kan me moeilijk ontdoen van het gevoel dat vele critici het blad nooit echt gelezen hebben. Want het is in de beste Franse journalistieke traditie bijzonder goed geschreven en verrassend genuanceerd. Charlie Hebdo is een sterk geëngageerd blad, dat dit jaar vooral tegen het Front National ageerde maar even genadeloos alle traditionele partijen aanpakt. Maar wat het zo specifiek maakt is de aandacht voor zowat alles wat er in Frankrijk en ver daarbuiten relevant is en dan kan evengoed gaan over cultuur, dierenwelzijn, wetenschap, film als over politiek. Charlie Hebdo is een aantrekkelijk weekblad met een open geest, brede kijk en vooral niets ontziende scherpe pennen van schrijvers en tekenaars. Je leest ontroerende getekende reportages over kleinschalige lokale initiatieven naast vlijmscherpe politieke analyses met onverwachte invalshoeken. Meest ontroerend is zonder enige twijfel de rubriek van journalist Philippe Lançon, die zwaar gewond werd bij de aanslag, over zijn negen maand lange verblijf in het ziekenhuis. Toch nam de kritiek op Charlie Hebdo snel weer toe na de aanslagen. Dat is niet geheel verwonderlijk omdat het blad altijd de controverse opgezocht had. Toen Charlie in New York een prijs kreeg van de internationale schrijversvereniging Pen, distantieerden zich enkele belangrijke Amerikaanse auteurs, omdat het blad volgens hen niet genoeg respect had voor islamitische gelovigen. En niet weinigen suggereerden, al dan niet openlijk, dat Charlie zijn leed vooral aan zichzelf te danken had. De bekende Belgische tekenaar Phippe Geluck (De Kat) vond dat er niet meer getekend kon worden zoals voor de aanslagen. De jonge Charlie-medewerkster Coco verweet Geluck in een recent interview dat hij toegaf aan de fundamentalistische terreur : 'Als je jezelf limieten oplegt, kan je net zo goed stoppen. Mijn enige beperking is de wet.' Weinige criticasters deden ooit meer dan eens een exemplaar te doorbladeren en bleven zo bij hun bevooroordeelde kijk. In het jaar dat ik Charlie las, waren er nauwelijks Islam-cartoons. Niet omdat de tekenaars zichzelf zouden censuren, maar omdat er nooit systematisch een religie werd aangevallen als daar geen reden toe was . Coco zei daarover in een recent interview: 'We hebben nooit zomaar een tekening van de profeet gepubliceerd. We eisen het recht op godlastering, maar maken daar geen misbruik van.' Zij tekende een indrukwekkende voorpagina na de aanslagen van november : een doorzeefde feestvierder uit wiens lichaam champagne stroomt, met als tekst "Zij hebben de wapens, ze kunnen de pot op, wij hebben de champagne". Een gedurfd statement, geheel en al de stijl van het blad dat niet bevreesd is om te choqueren. Maar achter elke tekening zit er steeds een doordachte idee. Ook bij die van de verdronken kleine Aylan, in de tekening aangespoeld bij een reclamebord voor Mc Donald's. Onder meer Tom Lanoye was hierover verontwaardigd. Charlie Hebdo verdedigde zich terecht dat het hier niet om een cartoon ging, maar om een aanklacht tegen de dubbelzinnigheid van het Westen. Dat opzoeken van de controverse is net de eigenheid van Charlie, zegt Coco: 'Als je politiek correct begint te redeneren, word je mainstream en onschadelijk.' En die middenweg is niets voor een blad als Charlie Hebdo, schreef ook Philippe Lançon vanop zijn ziekbed: 'Dan vermindert de vrijheid, de fantasie en de verbeelding. Dat zou het einde zijn van Charlie.' Lançon mag gerust zijn: op de voorpagina van het herdenkingsnummer dat deze week verschijnt staat een god met een mitralleur, meteen goed voor verontwaardiging en controverse. Te vrezen of te hopen valt dat Charlie Hebdo altijd zichzelf zal blijven...