Op 6 en 7 juli organiseerden de Vlaamse overheid en de Examencommissie samen met enkele middelbare scholen en universiteiten de toelatingsexamens voor de opleidingen geneeskunde en tandheelkunde. Net als vorig jaar verliepen de toelatingsexamens digitaal en decentraal op verschillende locaties. Aan het toelatingsexamen geneeskunde namen 4.144 kandidaten deel: 1.284 van hen mogen in september aan de opleiding beginnen. Voor het toelatingsexamen tandheelkunde tekenden 998 kandidaten present: 183 van hen mogen de opleiding aanvangen. Vooral vrouwen namen aan de toelatingsexamens deel: voor de kandidaat-artsen ging het om 70,51 procent vrouwelijke kandidaten, voor de kandidaat-tandartsen 72,04 procent. Aan de toelatingsexamens geneeskunde en tandheelkunde namen respectievelijk 331 en 133 Nederlanders deel. Zowel voor het toelatingsexamen geneeskunde als het toelatingsexamen tandheelkunde zijn er meer kandidaten geselecteerd dan voorzien in de startquota, die respectievelijk op 1.276 studenten en 180 studenten vastgesteld werden. Dat betekent dat 1.284 kandidaat-artsen en 183 kandidaat-tandartsen minstens evenveel punten behaalden als de personen op de laatste plaatsen van de respectievelijke startquota. Slagen voor het toelatingsexamen is niet voldoende om geselecteerd te worden voor de opleiding: de kandidaten moeten eveneens gunstig gerangschikt zijn. Alleen de geslaagden met de beste punten kunnen de opleidingen geneeskunde en tandarts aanvangen. Bovendien moeten deelnemers minstens de helft van de punten behalen voor de bepaalde examenonderdelen om in aanmerking te komen voor een gunstige rangschikking. "Ik begrijp de teleurstelling bij alle kandidaten die straks niet kunnen beginnen aan de opleiding. Maar toch zijn deze toelatingsexamens noodzakelijk: ze zorgen er voor dat er niet te veel en niet te weinig studenten beginnen aan deze opleidingen", aldus Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts. Wie zich inschreef voor beide toelatingsexamens, moest vooraf een bindende keuze tussen de opleidingen maken. (Belga)

Op 6 en 7 juli organiseerden de Vlaamse overheid en de Examencommissie samen met enkele middelbare scholen en universiteiten de toelatingsexamens voor de opleidingen geneeskunde en tandheelkunde. Net als vorig jaar verliepen de toelatingsexamens digitaal en decentraal op verschillende locaties. Aan het toelatingsexamen geneeskunde namen 4.144 kandidaten deel: 1.284 van hen mogen in september aan de opleiding beginnen. Voor het toelatingsexamen tandheelkunde tekenden 998 kandidaten present: 183 van hen mogen de opleiding aanvangen. Vooral vrouwen namen aan de toelatingsexamens deel: voor de kandidaat-artsen ging het om 70,51 procent vrouwelijke kandidaten, voor de kandidaat-tandartsen 72,04 procent. Aan de toelatingsexamens geneeskunde en tandheelkunde namen respectievelijk 331 en 133 Nederlanders deel. Zowel voor het toelatingsexamen geneeskunde als het toelatingsexamen tandheelkunde zijn er meer kandidaten geselecteerd dan voorzien in de startquota, die respectievelijk op 1.276 studenten en 180 studenten vastgesteld werden. Dat betekent dat 1.284 kandidaat-artsen en 183 kandidaat-tandartsen minstens evenveel punten behaalden als de personen op de laatste plaatsen van de respectievelijke startquota. Slagen voor het toelatingsexamen is niet voldoende om geselecteerd te worden voor de opleiding: de kandidaten moeten eveneens gunstig gerangschikt zijn. Alleen de geslaagden met de beste punten kunnen de opleidingen geneeskunde en tandarts aanvangen. Bovendien moeten deelnemers minstens de helft van de punten behalen voor de bepaalde examenonderdelen om in aanmerking te komen voor een gunstige rangschikking. "Ik begrijp de teleurstelling bij alle kandidaten die straks niet kunnen beginnen aan de opleiding. Maar toch zijn deze toelatingsexamens noodzakelijk: ze zorgen er voor dat er niet te veel en niet te weinig studenten beginnen aan deze opleidingen", aldus Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts. Wie zich inschreef voor beide toelatingsexamens, moest vooraf een bindende keuze tussen de opleidingen maken. (Belga)