Het probleem wordt vandaag vrij simplistisch voorgesteld alsof er gewoon extra stopcontacten moeten worden gemonteerd, want een laadpaal of een wallbox is aan de basis niets meer of minder dan een krachtig stopcontact dat met de elektronica van de wagen communiceert om de veiligheid van de laadbeurt te garanderen en de hoeveelheid afgenomen stroom te meten voor de facturatie. Het probleem is niet de onwil om dergelijke units in grote getale te plaatsen, maar wel om deze toestellen te voeden.

Onze (verouderde) stroomgrid (lees: de ondergrondse kabels waarop vandaag onze woningen zijn aangesloten) kunnen lang niet overal voldoende debiet leveren om bijkomende laadpalen vlot te voeden. Om die reden zijn er tal van al geplande én vergunde laadpaalprojecten in stedelijke omgevingen (nog) niet uitgevoerd.

Ook de elektrische installaties van woningen zijn in de meeste gevallen niet in staat om een elektrisch voertuig relatief snel te laden. Daarvoor heeft men een driefasige aansluiting op het stroomnet nodig, maar dergelijke infrastructuur is lang niet overal beschikbaar.

Nu de jongste elektrische auto's standaard over batterijen met een capaciteit van 50 tot 80 kWh beschikken om een actieradius van enkele honderden kilometers te garanderen, wordt het een technische uitdaging om op korte termijn zoveel elektrische energie tot bij de consument te brengen. De uitbaters van de stroomgrid zagen de bui al een tijdje hangen. Daarom willen ze snel de digitale energiemeters uitrollen in een poging om (intensief) stroomverbruik te ontmoedigen (lees: duurder te maken) via het aangekondigde piektarief zodat ze black-outs van hun gedateerde grid kunnen voorkomen.

Kortom, we worden geconfronteerd met een aanpak die gebruik van fossiele brandstof in een sneltreinvaart wil afbouwen op een ogenblik dat het stroomnet en bij uitbreiding de stroomvoorziening deze haast explosieve energievraag op korte termijn niet kan counteren.

Het probleem wordt vandaag vrij simplistisch voorgesteld alsof er gewoon extra stopcontacten moeten worden gemonteerd, want een laadpaal of een wallbox is aan de basis niets meer of minder dan een krachtig stopcontact dat met de elektronica van de wagen communiceert om de veiligheid van de laadbeurt te garanderen en de hoeveelheid afgenomen stroom te meten voor de facturatie. Het probleem is niet de onwil om dergelijke units in grote getale te plaatsen, maar wel om deze toestellen te voeden. Onze (verouderde) stroomgrid (lees: de ondergrondse kabels waarop vandaag onze woningen zijn aangesloten) kunnen lang niet overal voldoende debiet leveren om bijkomende laadpalen vlot te voeden. Om die reden zijn er tal van al geplande én vergunde laadpaalprojecten in stedelijke omgevingen (nog) niet uitgevoerd. Ook de elektrische installaties van woningen zijn in de meeste gevallen niet in staat om een elektrisch voertuig relatief snel te laden. Daarvoor heeft men een driefasige aansluiting op het stroomnet nodig, maar dergelijke infrastructuur is lang niet overal beschikbaar. Nu de jongste elektrische auto's standaard over batterijen met een capaciteit van 50 tot 80 kWh beschikken om een actieradius van enkele honderden kilometers te garanderen, wordt het een technische uitdaging om op korte termijn zoveel elektrische energie tot bij de consument te brengen. De uitbaters van de stroomgrid zagen de bui al een tijdje hangen. Daarom willen ze snel de digitale energiemeters uitrollen in een poging om (intensief) stroomverbruik te ontmoedigen (lees: duurder te maken) via het aangekondigde piektarief zodat ze black-outs van hun gedateerde grid kunnen voorkomen. Kortom, we worden geconfronteerd met een aanpak die gebruik van fossiele brandstof in een sneltreinvaart wil afbouwen op een ogenblik dat het stroomnet en bij uitbreiding de stroomvoorziening deze haast explosieve energievraag op korte termijn niet kan counteren.